Henk Mariman

"Jeugdvoetballers worden in België uitgeperst." Henk Mariman, head of football development bij Double Pass, herhaalde onlangs op Sporza.be nog eens wat hij vijf jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine al uitvoerig betoogde: het onderwijssysteem in ons land laat niet toe dat er overdag getraind wordt, daardoor komen jeugdspelers pas 's avond laat thuis, moeten ze dan nog eten en studeren en zo kweek je vermoeidheid. Het voormalige hoofd opleiding van onder meer Club Brugge deed dat nu naar aanleiding van het feit dat vier Belgische 15-jarigen een contract tekenden bij een buitenlandse club: Francesco Antonucci (Anderlecht) bij Ajax, Zinho Vanheusden (Standard) en Xian Emmers (Genk) bij Inter, en Thibaud Verlinden (Standard) bij Stoke City. "Sindsdien wordt er in België al veel beter gewerkt met de jeugd en is er ook een betere integratie in de eerste ploeg", zegt Mariman nu, "maar het schoolsysteem blokkeert de profclubs in hun verdere ontwikkeling. De kern van de zaak is en blijft: je kunt nog altijd niet zoals in veel andere landen overdag met een volledig team trainen, ongeacht leeftijd en onderwijsniveau. Vooral in de leeftijdsgroep 13 tot 16 jaar worden de jongens op hun limiet geplaatst. Erboven is het iets beter geregeld, maar een optima...

"Jeugdvoetballers worden in België uitgeperst." Henk Mariman, head of football development bij Double Pass, herhaalde onlangs op Sporza.be nog eens wat hij vijf jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine al uitvoerig betoogde: het onderwijssysteem in ons land laat niet toe dat er overdag getraind wordt, daardoor komen jeugdspelers pas 's avond laat thuis, moeten ze dan nog eten en studeren en zo kweek je vermoeidheid. Het voormalige hoofd opleiding van onder meer Club Brugge deed dat nu naar aanleiding van het feit dat vier Belgische 15-jarigen een contract tekenden bij een buitenlandse club: Francesco Antonucci (Anderlecht) bij Ajax, Zinho Vanheusden (Standard) en Xian Emmers (Genk) bij Inter, en Thibaud Verlinden (Standard) bij Stoke City. "Sindsdien wordt er in België al veel beter gewerkt met de jeugd en is er ook een betere integratie in de eerste ploeg", zegt Mariman nu, "maar het schoolsysteem blokkeert de profclubs in hun verdere ontwikkeling. De kern van de zaak is en blijft: je kunt nog altijd niet zoals in veel andere landen overdag met een volledig team trainen, ongeacht leeftijd en onderwijsniveau. Vooral in de leeftijdsgroep 13 tot 16 jaar worden de jongens op hun limiet geplaatst. Erboven is het iets beter geregeld, maar een optimale situatie is het nog niet." Worden clubs geblokkeerd? Ja en neen. Clubs zoeken intussen naar tussenoplossingen. Zo start Club Brugge volgend seizoen met een proefproject in het KTA Brugge, waar een topsportschool is ondergebracht. "De les zal er voor spelers vanaf de U15 om 14 uur eindigen", zegt hoofd opleiding Pascal De Maesschalck. "Er zal les zijn van halfnegen tot halfeen, daarna krijgen ze nog een sportmaaltijd en begeleide studie of een extra lesuur. Daarna volgt de sportieve opleiding en krijgen we de spelers vanaf halfdrie ter beschikking. Dan kunnen ze om zes uur al naar huis. Er zal dus meer ruimte zijn voor rust en extra studiewerk." Maar niet iedere speler gaat naar het KTA. "Neen, maar we werken ook samen met het Sint-Lodewijkscollege. Indien hun schoolresultaten goed zijn, zullen onze spelers daar op dinsdag en donderdag een lesuur vroeger kunnen stoppen en om halfvier op de club aanwezig zijn. Dan kunnen die nog een halfuur individueel doortrainen tot halfzeven. In andere scholen zal het afhangen van wat de spelers zelf gedaan krijgen bij de directie." "Neen," zegt Chris Van Puyvelde, sportief coördinator van de Pro League en lesgever aan de topsportschool van Wilrijk. "Zeventig procent van de clubs werkt nu al samen met één of meer scholen om bepaalde leerlingen op bepaalde momenten vrij te krijgen. 's Avonds trainen zal altijd wel blijven bestaan, maar ik zie wel dat het aanvangsuur almaar vervroegt en dat fysiektrainers de belasting van de spelers opvolgen. In het buitenland vragen ze ons: wat is het geheim van België? Dat is precies het goeie evenwicht tussen voetbal en studie. In ons kleine land gaat weinig talent verloren. Maar hoeveel procent van de jeugdspelers die denken prof te zullen worden, worden het effectief?" School is ook belangrijk, benadrukt hij; en dat spelers van dezelfde ploeg niet telkens samen kunnen trainen, vindt hij onbelangrijk. "Het gaat erom ook een goeie balans te vinden tussen collectieve en individuele ontwikkeling en de grootste progressie ligt tegenwoordig in de individuele aanpak. Het is wel zo dat de jeugd minder beweegt dan vroeger, dat we daardoor automatisch slechtere bewegers krijgen en dat scholen en clubs daarop moeten inspelen door voor de leeftijd van 6 tot 12 jaar meer mogelijkheden om te bewegen aan te bieden. Meer multimoves, maar ook daar zijn we mee bezig. Ik ben constant in contact met de clubs en hun technisch verantwoordelijken voor de jeugd (TVJO) en merk dat bij iedereen de wil aanwezig is om te blijven evolueren. Bij clubleiders groeit het besef dat we een opleidingsland zijn. Waar het op aan komt, is: wat kunnen we doen om onze jeugdspelers lang genoeg bij ons te houden zodanig dat ze via de Jupiler Pro League doorgroeien? Want zo maken ze zelf de meeste kans om de volgende stap te zetten en zo vertegenwoordigen ze voor de clubs ook een economische waarde die dan weer geïnvesteerd kan worden in rekrutering en opleiding. Momenteel zijn we aan het werken aan een systeem van preregistratrie, waarbij clubs ter bescherming iemand al op vijftien in plaats van op zestien jaar kunnen vastleggen. Maar clubs trachten ook almaar meer hun talenten te behouden door te zorgen dat zij zich goed voelen, door met individuele stappenplannen te werken, door kansen te geven aan de jeugd en door met makelaars te werken die in het belang van de speler denken." "Dat ons schoolsysteem sportclubs in hun ontwikkeling blokkeert, is wellicht iets te kort door de bocht", zegt Philippe Muyters, Vlaams minister van Sport. "We beschikken over een van de beste schoolsystemen ter wereld, en daar mogen we best trots op zijn. We moeten oog hebben voor zowel de schoolse als de sportieve ontwikkeling van onze talenten, in eender welke sport. Een goede schoolse basis is belangrijk in de ontwikkeling van jongeren op én naast het terrein, tijdens én na hun sportcarrière. We moeten er alleen proberen voor te zorgen dat beide elkaar zo goed mogelijk aanvullen." De afgelopen vijftien jaar legde de Vlaamse overheid op dat vlak al een hele weg af, benadrukt de minister. "We ontwikkelden een aantal goede instrumenten, zoals de topsportscholen en het nieuwe F-statuut. Het F-statuut is zeer flexibel en laat training met de A-kern toe in combinatie met een gewone schoolcarrière, los van het onderwijsniveau. Dat kan vanaf volgend seizoen voor voetbal, tennis en triatlon. Natuurlijk ligt de lat voor die statuten zeer hoog: het kan enkel voor onze absolute toptalenten zoals bijvoorbeeld Youri Tielemans, Wout Faes en Quintijn Steelant. Want het statuut vraagt veel verantwoordelijkheid van clubs, spelers, federaties en de scholen zelf. Andere sporten bewijzen ook dat talentontwikkeling in combinatie met het reguliere schoolsysteem tot heel mooie resultaten kan leiden. Denk maar aan zwemmen of volleybal met de Yellow Tigers. Maar, zoals dat ook bij talentontwikkeling het geval is, moeten we onze systemen constant evalueren en durven bijsturen waar dat nodig is. Dat engagement neem ik alleszins ten volle op." DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE