Vrijdag 30 november. In de perszaal van de Italiaanse eersteklasser Bologna in het trainingscentrum op Casteldebole, even buiten de stad, waar een kleine twintig journalisten verzameld zijn, stapt een man binnen met een vuurrode trui, een rode pet en een donkerblauwe jas. Mét pochet. Het zijn, niet toevallig, de clubkleuren van Bologna FC.
...

Vrijdag 30 november. In de perszaal van de Italiaanse eersteklasser Bologna in het trainingscentrum op Casteldebole, even buiten de stad, waar een kleine twintig journalisten verzameld zijn, stapt een man binnen met een vuurrode trui, een rode pet en een donkerblauwe jas. Mét pochet. Het zijn, niet toevallig, de clubkleuren van Bologna FC. Die man is de trainer van Bologna. Il Mister, zoals ze in Italië zeggen. Sinisa Mihajlovic praat vandaag voor het eerst met de pers sinds 13 juli. Net als toen gaat het niet in de eerste plaats over voetbal, maar over zijn terugkeer in de gewone wereld en zijn strijd tegen leukemie die hij de voorbije vier maanden gevoerd heeft. Amper heeft hij het woord genomen wanneer om 11.03 uur de zijdeur open zwaait en de hele spelersselectie binnenstapt. 'Wat doen jullie hier?', vraagt de trainer oprecht verrast. Om er, gemaakt verontwaardigd, aan toe te voegen: 'Ze doen echt alles om niet te moeten trainen.' Kapitein Blerim Dzemaili neemt de microfoon en zegt: ' Mister, we hebben u gemist en we wilden hier bij u zijn, om u te steunen. We weten dat u niet tevreden bent dat we nu hier zijn en niet op het trainingsveld, maar we gaan er alles aan doen opdat u straks wel opnieuw tevreden bent over ons.' De vorige keer dat Sinisa Mihajlovic de pers toesprak, was 139 dagen eerder. Eigenlijk had hij die zaterdag 13 juli bij zijn spelers moeten zijn op de ritiro, de zomerse voorbereidingsstage die alle Italiaanse ploegen traditioneel inbouwen, in Castelrotto nabij Bolzano in de Italiaanse Alpen. Mihajlovic is dan een halfjaar in dienst, sinds de club hem eind januari binnenhaalde, tien jaar nadat hij bij datzelfde Bologna zijn loopbaan als hoofdtrainer startte, om vervolgens geregeld van club te wisselen. In de lente van 2014 nodigt Juventus hem uit omdat Antonio Conte het er beu is. Thuis bij voorzitter Andrea Agnelli wordt alles afgerond, maar uiteindelijk beslist Conte om toch door te gaan en blijft Mihajlovic bij Sampdoria. Maar twee maanden later stapt Conte na twee dagen voorbereiding toch op en haalt Juventus in allerijl Massimiliano Allegri. Wanneer Bologna Mihajlovic eind januari terughaalt, staan de rood-blauwen op twee na laatste, goed voor acuut degradatiegevaar. De Serviër maakt van een quasi uitgetelde groep weer een compact en strijdbaar team dat moeiteloos de degradatie ontloopt. Daardoor wordt zijn contract van zes maanden automatisch met een jaar verlengd. Maar in plaats van in Castelrotto tussen zijn spelers te lopen, spreekt hij hen iets na vieren via Skype toe vanuit Casteldebole, het trainingscentrum van Bologna. De spelers hadden de avond daarvoor al gehoord wat er aan de hand was en kunnen in Hotel Schgaguler hun tranen niet bedwingen wanneer ze hem via Skype zien en horen zeggen: 'Jullie moeten met de glimlach werken daar, jullie zijn een fantastische groep.' Daarna geeft hij een persconferentie voor de vijftig aanwezigen, zijn vrouw en een van zijn zes kinderen, zijn dochter Virginia. Een andere dochter, Viktorija, post op Instagram: 'Wij zijn de familie Mihajlovic. Niet vechten zit niet in ons DNA.' Net voor hij met zijn spelers op trainingskamp zou vertrekken, laat Mihajlovic zelf ook een bloedanalyse afnemen. Dat doet hij regelmatig, omdat zijn vader aan kanker is gestorven. 'De vorige controle, op 28 februari, was alles nog normaal. Tot 27 mei heb ik normaal getraind, dagelijks speelde ik twee uur padel, ik voelde me niet moe, had geen rode vlekken. Maar de dag voor we op stage vertrokken, op 11 juli, had ik koorts. Dat was raar, want ik was al twintig jaar niet meer ziek geweest.' Via de clubdokter worden die dag om drie uur 's middags nieuwe testen afgenomen. Om negen uur 's avonds laat clubdokter Gianni Nanni Mihajlovic weten dat de diagnose na de bijkomende tests duidelijk is: hij heeft leukemie. 'Toen ik dat hoorde, heb ik mezelf twee dagen opgesloten en alleen maar gehuild. Heel mijn leven speelde zich af voor mijn ogen. Ik kom hier straks als winnaar uit, maar ook als een beter mens. Iedereen dacht dat een sterke en grote beer als ik niets kon overkomen, maar niemand is onkwetsbaar. Op zo'n moment verandert je leven in één seconde. 's Anderdaags word je wakker, denkend dat het alleen maar een nachtmerrie was, maar meteen besef je dat dat niet zo is, dat het echt is. 'Mijn tranen zijn geen tranen van angst, ik heb respect voor de ziekte, maar ik zal haar overwinnen terwijl ik haar recht in de ogen kijk. Ik heb in mijn leven nog nooit iets cadeau gekregen. Dinsdag begin ik met de behandeling. Het zal tijd kosten, maar ik zal genezen. Zoals ik mijn spelers heb gezegd: wij moeten spelen om te winnen, hoog druk zetten en twee goals maken. Dat is de tactiek die ik verkies en die ik ook in mijn strijd ga toepassen.' Naast de trainer zit sportief directeur Walter Sabatini, die benadrukt: 'Sinisa is onze leidsman, onze condottiero. Hij leidt Bologna, en hij zal Bologna blijven leiden tot zijn contract afloopt. Ik verkies een Sinisa die twee, drie procent minder scherp is door deze ziekte dan welke andere trainer ook. Hij heeft de moed gehad om hier vandaag open te komen praten. In zijn geval was ik in een grot gevlucht en had ik me daar verborgen gehouden.' Zo niet de Serviër, die in zijn leven al heel wat moeilijke momenten heeft beleefd, zo vertelde hij in een interview met La Gazzetta dello Sport in februari, ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. 'Vandaag leef ik goed, maar ik weet wat het betekent om weinig te eten te hebben. Als kind was ik verzot op bananen, maar we hadden geen geld om er te kopen. Dus kocht mijn moeder er één die ik moest delen met mijn broer. Dus nam ik me voor om rijk te worden zodat ik een vrachtwagen vol bananen zou kunnen kopen die ik allemaal zelf mocht opeten. Als ik vandaag op restaurant ga, kies ik de beste gerechten, maar geen enkel gerecht zal ooit beter smaken dan die halve bananen van toen.' Hij is geboren in Vukovar. Destijds Joegoslavië, vandaag Kroatië. Drie jaar geleden is hij er nog eens terug geweest. Voor het eerst in 25 jaar. De vorige keer, in 1991, was het oorlog: 'Alles was kapot, ik kon me niet eens meer oriënteren. De wegen waren weg, er stonden alleen nog een paar ruïnes. Mijn beste vriend uit mijn jeugd heeft ons huis vernield. Mijn oom, de broer van mijn moeder en dus een Kroaat, wilde mijn Servische vader 'kelen zoals een varken', zoals hij het zei. Toen de troepen van Arkan hem vonden, wilden ze hem terechtstellen, tot ze mijn naam en mijn telefoonnummer in zijn adressenboekje vonden. Dat redde hem het leven. Mijn verhaal kon evengoed dat van een Bosniër of van een Kroaat zijn. We hebben een moment van gekte in de geschiedenis van de mensheid meegemaakt.' Twee dagen na de emotionele persconferentie waarop hij zijn ziekte aankondigde, staat op maandag 15 juli in La Gazzetta dello Sport een volle pagina waarin Mihajlovic in een persoonlijke brief iedereen bedankt die hem steunt. 'Ik heb duizenden boodschappen ontvangen. Ik heb ze allemaal gelezen, ik excuseer me dat ik niet iedereen bedankt heb. Ik doe dat via de Gazzetta die me daarvoor vandaag deze ruimte heeft aangeboden.' Op 28 augustus verlaat Mihajlovic een eerste keer het ziekenhuis. Hij voegt zich bij de ploeg die in Verona op afzondering de eerste competitiewedstrijd tegen Hellas Verona voorbereidt. Hij zit die middag tot eenieders verbazing op de bank. 'Ik had het mijn spelers beloofd.' Bologna speelt 1-1 gelijk. Hij zal nog drie wedstrijden live bijwonen vooraleer hij definitief uit het ziekenhuis ontslagen wordt: tegen SPAL Ferrara wint Bologna, tegen Lazio speelt het gelijk en op Juventus verliest het met 2-1. Wanneer hij niet aanwezig is, belt hij zijn team voor de wedstrijden op afzondering in het hotel, en ook tijdens de rust. Zo schiet hij helemaal uit zijn krammen wanneer Bologna op 16 september uit bij hekkensluiter Brescia met 3-1 achter staat. Zijn tussenkomst geeft de spelers zo'n boost dat ze, puur op adrenaline, de wedstrijd helemaal doen kantelen en verrassend met 3-4 winnen. Op de terugweg vragen ze de chauffeur met de bus langs het ziekenhuis te rijden. Daar aangekomen stappen ze uit en zingen buiten de trainer toe, die niet uit zijn kamer mag komen en geen bezoek mag ontvangen. Het geluid van het gezang lokt hem naar het raam en hij zwaait dankbaar terug. Het zijn pakkende beelden. Op 22 november wordt Mihajlovic na drie behandelingen definitief uit het ziekenhuis ontslagen, nadat hij van een onbekende donor op 29 oktober beenmerg heeft gekregen. Eerst gaat hij langs op training. Na een paar uur thuis met zijn gezin in Rome zit hij niet op de bank voor de derby tegen Parma. Tijdens de rust belt hij vanuit Rome, boos. Uiteindelijk behaalt Bologna via een goal van Dzemaili in blessuretijd nog een gelijkspel, maar een ontevreden Mihajlovic annuleert de vrije dag van 's anderdaags. Twee dagen later bezoekt hij na een ochtend in het ziekenhuis - twee keer per week gaat hij op controle - de open namiddagtraining. Tot hij iets ziet wat hem niet bevalt. Hij wenkt hulptrainer Marchesi en verdediger Stefano Denswil, die door Bologna voor 7 miljoen is weggekocht bij Club Brugge. De Nederlander staat verkeerd gepositioneerd als verdediger. Dus neemt Mihajlovic hem bij de arm en toont hem letterlijk waar hij moet lopen en staan. Zesennegentig minuten lang duurt de persconferentie op 30 november. Even lang is dat als een voetbalwedstrijd met wat extra tijd. Symbolischer kan niet. 'Ik heb de afgelopen maanden zoveel gehuild dat ik geen tranen meer heb', steekt Mihajlovic van wal, maar dat is niet zo. Drie keer zal hij in zijn betoog blijven steken, terwijl zijn ogen vol schieten. De eerste keer is wanneer hij degenen opsomt die hem bijgestaan hebben in het Ospedale Dal'Orso in Bologna. De tweede keer wanneer hij zijn vrouw Arianna bedankt, 'misschien de enige persoon die ik ken die nog meer ballen aan het lijf heeft dan ik'. Hij stokt, huilt en herpakt zich. 'Toen ik het ziekenhuis mocht verlaten, schreef ze een zin uit een lied van mijn vriend Eros Ramazzotti: Piu bella cosa non c'e. 'Iets mooiers is er niet.' Zo is het ook. Je verlaat het ziekenhuis en gaat weer in je eigen bed slapen. Al wat je voorheen de normaalste zaak ter wereld vond, daar geniet je plots heel erg van. Alleen al weer frisse lucht inademen is gewoon fantastisch.' 'Ik ben geen held, ik ben gewoon een mens. De mens in mij is niet bang geweest om zich te tonen. Ik was niet echt om aan te zien, maar dat kon me niet schelen. Toen ik op de bank zat op Hellas Verona, woog ik 72 kilo en had 400 witte bloedlichaampjes. Ik leek wel een levende dode, maar ik had aan de ploeg beloofd dat ik er die dag zou zijn.' 'Velen hebben me geschreven, ook kinderen. De club heeft nooit getwijfeld om met mij door te gaan. Ik heb vier en een halve moeilijke maand doorgemaakt, die kleine kamer was een nachtmerrie. Al die tijd heb ik me nooit een held gevoeld. Het is een vreselijke ziekte. Ze vraagt geduld. Je wint er niet van met moed alleen, je hebt ook een goeie behandeling nodig. Op geen enkel moment mag je de wil om te vechten en te leven verliezen. Of ik bang ben geweest? Jazeker. De angst doet je vooruit kijken. De eerste keer dat ik buiten mocht komen, was ik 13 kilo vermagerd. Ik neem 19 pillen per dag. Ik moet wachten tot de witte bloedlichaampjes weer aangegroeid zijn. Pas daarna mag ik weer alles eten. Ik hoop dat ik uit deze ervaring als een beter mens kom. Vroeger verdeelde ik de voetbalwereld, vandaag breng ik mensen samen.' Drie dagen later zit de trainer niet op de bank in Napels. Hij mag niet met de trein of het vliegtuig reizen, moet opletten voor de zon en een beschermende crème op het gezicht dragen. Van thuis uit ziet hij hoe de ploeg, na een week in zijn fysieke aanwezigheid, zijn grinta en strijdlust op het veld heeft overgenomen. Denswil speelt, net als een andere speler die Bologna uit de Jupiler Pro League haalde, de Japanner Takehiro Tomiyasu, een goeie wedstrijd, waarin de bezoekers een 1-0-achterstand omzetten in 1-2-winst. Plots staat Bologna op een voorlopig veilige twaalfde plaats. 'Winnen doet enkel hij die overtuigd is dat te kunnen', post mevrouw Mihajlovic na de zege bij een foto van haar juichende man. De persconferentie waarvan sprake in de tekst is integraal te bekijken op de website van de club)