'Kom maar op met die vragen.' Na haar tweede plaats op de 100 meter daagde Dafne Schippers een meute sceptische buitenlandse journalisten uit, hen recht in de ogen kijkend. 'Ik zeg jullie dat ik honderd procent schoon ben. Iemand kan ook gewoon talent hebben, daarom maakt dit soort verhalen me woedend.' Verhalen en vragen die ook terugkwamen toen ze de 200 meter won, als de op twee na snelste vrouw ooit (21.63), na de 'besmette' Florence Griffith-Joyner (21.34) en Marion Jones (21.62). Door de met doping bezoedelde geschiedenis van de sprint zullen bewondering en scepsis immers altijd om voorrang vechten. Dan wordt de meetlat van de progressie naast die van de (on)geloofwaardigheid gelegd. De eerste is eenduidig, de tweede (vaak) afhankelijk van nationaliteit.
...

'Kom maar op met die vragen.' Na haar tweede plaats op de 100 meter daagde Dafne Schippers een meute sceptische buitenlandse journalisten uit, hen recht in de ogen kijkend. 'Ik zeg jullie dat ik honderd procent schoon ben. Iemand kan ook gewoon talent hebben, daarom maakt dit soort verhalen me woedend.' Verhalen en vragen die ook terugkwamen toen ze de 200 meter won, als de op twee na snelste vrouw ooit (21.63), na de 'besmette' Florence Griffith-Joyner (21.34) en Marion Jones (21.62). Door de met doping bezoedelde geschiedenis van de sprint zullen bewondering en scepsis immers altijd om voorrang vechten. Dan wordt de meetlat van de progressie naast die van de (on)geloofwaardigheid gelegd. De eerste is eenduidig, de tweede (vaak) afhankelijk van nationaliteit. Zo werd in Nederland Schippers omgedoopt tot 'de nieuwe Fanny Blankers-Koen' (vier olympische gouden sprintmedailles op de Spelen van 1948), terwijl verslaggevers van zelfs buitenlandse kwaliteitskranten als L'Equipe en The Guardian haar prestaties in een dopingcontext plaatsten. Niet helemaal onlogisch, want hoe kan immers een blanke, pas 23-jarige ex-zevenkampster in geen tijd transformeren tot een weergaloos sprinttalent, in een discipline die zwarte atleten al decennia overheersen wegens een (verondersteld) genetisch voordeel? Een atlete die bovendien een geprononceerde onderkaak plus acne op gezicht en armen heeft - mogelijke kenmerken van een hormonenhuishouding verstoord door doping. Voor wie zich verdiept in Schippers' verleden wordt echter veel duidelijk. De brede kaak en de puistjes heeft ze bijvoorbeeld van haar moeder geërfd. Die achtergrond pleit haar niet honderd procent vrij, maar het zet mogelijke verdachtmakingen wel in de juiste context. De Utrechtse valt bijvoorbeeld allerminst uit de lucht. Haar zogenaamde 'plotse' ontluiking is een proces dat al jaren bezig is - eerst op de zevenkamp, later op de sprint. Voor het eerst blonk de goudklomp uit op het jeugd-EK in 2009, toen ze als pas zeventienjarige vierde werd op de zevenkamp, tussen meisjes die twéé jaar ouder waren. Al een jaar later - nog altijd geen achttien - veroverde ze op het WK voor junioren al de titel op de zevenkamp. Schippers kreeg aanbiedingen van prestigieuze Amerikaanse universiteiten, zelfs van Harvard, maar bleef in Nederland en won in 2011 ook de zevenkamp op het EK voor junioren. Datzelfde jaar kwalificeerde het multitalent zich al voor de heptatlon plus de 100 en 200 meter op het WK voor senioren in Daegu. Om zich niet te overbelasten nam Schippers alleen deel aan de 200 meter, waar ze amper vier honderdsten te kort kwam voor een plek in de finale. 2012 stond echter in het teken van de olympische zevenkamp in Londen, waar ze als twaalfde eindigde. Een jaar later, op het WK in Moskou, pakte ze als twintigjarige al brons op de heptatlon en veroverde ze als eerste Nederlandse atlete ooit een WK-medaille. In 2014 kwam Schippers helemaal voor het voetlicht door zich op het EK in Zürich tot sprintkoningin te kronen. Vooral op de 200 meter zette ze een wereldtijd van 22.03 neer, bij nota bene amper dertien graden, in de regen en met tegenwind. Die lijn trok ze dit jaar gewoon door. Voor het eerst onder de 11 seconden op de 100 meter: 10.94 eind mei in Hengelo, 10.92 in juli in Londen en 10.81 op het WK in Peking, goed voor zilver. En op de 200 meter in het Vogelnest verblufte ze, op 's werelds snelste atletiekpiste en in ideale weersomstandigheden, iedereen met haar 21.63. Het voorlopige eindpunt van een proces dat begon toen de zevenjarige Schippers haar eerste stappen in de sport zette in het tennis en het (school)voetbal, waar ze als spits alle diepe ballen met haar snelheid oppikte en hard in doel schoot. Maar pas toen ze zich op haar negende aansloot bij atletiekvereniging Hellas, voelde de Hollandse zich helemaal thuis. De volgende jaren blonk ze uit in zowel de sprint als de meerkamp, maar op haar vijftiende koos ze bewust voor de heptatlon. Twijfel over haar potentieel als blanke sprintster speelde mee, want snelheid associeerde Schippers met een donkere huidskleur. Door haar keuze liet ze ook de kans open om later toch te gaan sprinten. Vanuit de sprint terug naar de meerkamp is immers moeilijker, zo niet onmogelijk. Vanaf haar zestiende kon Schippers haar uitzonderlijke talent ontplooien in het nieuwe nationale sportcentrum Papendal, een initiatief van de Nederlandse Atletiekunie en de olympische sportkoepel NOC*NSF. Cruciaal in haar ontwikkeling. Ze kon er te allen tijde terecht bij fysiotherapeuten en vooral bij de eerste lichting fulltime atletiekbondscoaches. Haar vaste trainer werd Bart Bennema, die het raspaardje met oog op de zevenkamp heel gevarieerd liet trainen. De vraag is of Schippers nu nog sneller was geweest als ze meteen voor de sprint had gekozen, maar Bennema is overtuigd dat net die aandacht voor de zevenkamp en die continue nieuwe prikkels haar coördinatie, motoriek en snelheid alleen maar hebben verbeterd. Op de 800 meter na zijn alle onderdelen van de zevenkamp immers explosief, dezelfde energiesystemen worden er aangesproken als bij de sprint. De beenspieren zijn ook bij springen en werpen cruciaal, de rug- en armspieren zijn belangrijk voor snelheid. Niettemin had Bennema al vanaf het begin oog voor de sprint. Al tijdens het WK in 2011 had hij het over een driejarig project, waarvan zijn negentienjarige poulain toen in de laatste fase zat: eerst mooi leren lopen, dan versnellen, en dat jaar het opvoeren van vermogen. Het resulteerde toen in de net gemiste 200 meterfinale in Daegu. Bennema had dan al door dat Schippers, zelfs als blanke, geboren is voor de sprint: explosieve spiervezels die extra gesteund worden door haar zeer stijve lichaam (ze kan haar tenen niet aanraken als ze voorover buigt). Want: hoe korter de spieren, hoe meer spanning erop staat, en hoe feller en explosiever de lichtvoetige passen, waarbij ze nauwelijks de grond raakt. Bovendien kan de Utrechtse door haar sterke buikspieren en stijve onderrug haar bekken beter controleren en haar knieën hoog houden, waardoor ze zonder energieverlies over de piste vlamt. Ook omdat Schippers met haar 1m79, zoals Usain Bolt (1m95), heel grote passen kan zetten. En wie minder stappen moet maken, spaart energie en kan meer vermogen leveren, zeker op de langere 200 meter waar ze haar topsnelheid (bijna 40 km/h) in het tweede racedeel haalt. Niet toevallig haalde de Nederlandse in Peking in de laatste meters de Jamaicaanse Elaine Thompson nog bij. Schippers heeft immers geleerd om haar race nog beter in te delen: ontspannen de bocht lopen, onderweg haar lichaamsbeheersing bewaren en vertrouwen op haar techniek en lange benen. Daarenboven heeft Schippers haar start - vroeger het grootste minpunt (wegens haar lengte) - in sessies met de gereputeerde Amerikaanse coach Rana Reider flink bijgeschaafd. Even rap uit de blokken schieten als de veel kleinere Shelly-Ann Fraser-Pryce (1m52) zal nooit lukken - in Peking verloor Schippers op de eerste veertig meter twee meter tegenover de Jamaicaanse - maar de kloof in het begin binnen de perken houden moet wel lukken. Bennema schat dat zijn poulain nog een jaar nodig heeft om zich een nog betere start eigen te maken. Net als andere technische details, want uit metingen blijkt dat de Utrechtse asymmetrisch loopt, wellicht omdat ze in de meerkamp een dominant been heeft ontwikkeld bij het afzetten in het ver- en hoogspringen. Tijd heeft Schippers echter genoeg om - hoe bizar het ook klinkt - nog (veel) te verbeteren. Ze focust immers pas volledig op de sprint sinds juni van dit jaar. Toen maakte ze na maandenlang kauwen de keuze om de zevenkamp te laten vallen. Tijdens de heptatlon in het Oostenrijkse Götzis moest de Hollandse, met uitzicht op een nationaal record, immers opgeven met kniepijn. Een terugkerend signaal van haar lichaam, vooral na spring- en werpnummers, terwijl ze bij het sprinten geen last heeft. 'Ik heb mijn grens gevonden en dan moet je verstandig kiezen.' Een keuze die in eigen land na het succesvolle EK in 2014 een nationale discussie werd waarin zelfs een marketingdeskundige Schippers wees op haar 'vaderlandse plicht' om, als werkneemster van het NOC*NSF, te gaan voor de sprint. Een moeilijke keuze voor de Nederlandse - 'alsof je moest kiezen tussen je twee kinderen' - maar uiteindelijk wel een op het gevoel. 'Geld heeft niet meegespeeld. Ik heb gewoon een alles-of-nietsmentaliteit en dat is in de meerkamp moeilijker dan op de sprint.' Op het WK in Peking werd het alvast álles. Daar plukte ze al de vruchten van amper twee maanden (licht) aangepast trainen. Schippers bleef wel actief op enkele meerkamponderdelen (horden, kogelstoten, speerwerpen, verspringen), maar had meer tijd om te starten en accelereren met een fit en uitgerust lichaam. Terwijl de Utrechtse vroeger amper één specifieke sprintsessie per week inlaste, vaak op de rand van de vermoeidheid, deed ze dat nu tweemaal - per sessie minimaal twee en maximaal acht keer. Meer heeft de Nederlandse volbloed niet nodig - Less is more, is dan ook het mantra van haar trainer Bennema. Tel daarbij een voorbeeldige topsportmentaliteit (Schippers heeft zelden geen zin om te trainen), een fanatiek doorzettingsvermogen (in Peking werd ze na de 200 meter onwel omdat ze zo diep was gegaan) en stalen zenuwen (ze is nooit nerveus), en dat verklaart waarom de nieuwe Hollandse sportvedette er op elk groot kampioenschap in slaagt om onder de hoogste druk het beste uit zichzelf te puren. Boltesk, heet dat, Michael Johnson gebruikte het adjectief heus niet toevallig. Wellicht volgend jaar ook in Rio. ?DOOR JONAS CRETEUR - FOTO'S BELGAIMAGEVanaf haar 16e kon Schippers haar talent ontplooien in het nieuwe nationale sportcentrum Papendal.