Een diamant van het zuiverste soort heette Daniel Willems te zijn toen hij bij de beroepsrenners debuteerde. Hij had bij de amateurs een overweldigende indruk gemaakt en leek als prof de lijn door te trekken. In zijn eerste volledige seizoen verblufte de voor IJsboerke rijdende Willems. Hij won de Brabantse Pijl, de Vierdaagse van Duinkerke, de Ronde van België, Rund um den Henninger Turm in Frankfurt en, na een indrukwekkende solorit, de Scheldeprijs. En hij werd derde in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik.
...

Een diamant van het zuiverste soort heette Daniel Willems te zijn toen hij bij de beroepsrenners debuteerde. Hij had bij de amateurs een overweldigende indruk gemaakt en leek als prof de lijn door te trekken. In zijn eerste volledige seizoen verblufte de voor IJsboerke rijdende Willems. Hij won de Brabantse Pijl, de Vierdaagse van Duinkerke, de Ronde van België, Rund um den Henninger Turm in Frankfurt en, na een indrukwekkende solorit, de Scheldeprijs. En hij werd derde in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Daniel Willems werd opgehemeld en belandde in een droomwereld. Televisie, radio, kranten en weekbladen, ze klopten aan zijn deur. Willems, nochtans een rustige natuur en zeker geen man van cassante uitspraken, zweefde. Zou hij dan toch, zoals velen zeiden, de nieuwe Eddy Merckx zijn? Hij vergat heel even de realiteit. Die was onder meer dat Willems bij IJsboerke met de ervaren Walter Godefroot aan zijn zijde een leermeester had. Hij werd bij de hand genomen door Godefroot, hij was een automaat die blind volgde hetgeen hem werd verteld. Zonder ook maar iets te onthouden. Toen Godefroot het jaar daarop stopte, wist Willems niet meer wat hij moest doen. Zo werd de Kempenaar nooit het sieraad dat velen in hem zagen. Hij deed er nochtans alles voor. Willems leefde als een kluizenaar en lag elke avond om negen uur in bed. Maar hij kwam snel tot de vaststelling dat hij mentaal niet sterk genoeg was om het gewicht van een ploeg te dragen. Willems voelde zich het best als vrijbuiter. Maar hij was mentaal erg breekbaar. Vooral dat verhinderde een topcarrière, ook al won Willems nog Parijs-Tours en vier ritten in de Ronde van Frankrijk. In de Tour van 1981 stond hij op een gegeven moment zelfs op de tiende plaats, tot hij tijdens de voorlaatste (vlakke) rit een zware inzinking kreeg en opgaf. De dag voordien was hij nog tweede geworden in een 48 kilometer lange tijdrit, op amper een halve minuut van Bernard Hinault. Dat hij plots uit het strijdperk verdween, was voer voor wilde speculaties. Willems schreef het toe aan zijn ijzergehalte dat op nul stond. Het jaar daarop werd hij in de Tour zevende. Een ronderenner was Willems nochtans niet. Hij wist in het gebergte telkens wel de schade te beperken, maar was mentaal niet opgewassen tegen een wedstrijd die drie weken duurde. Die mentale breekbaarheid is de rode draad doorheen zijn carrière. Daniel Willems was een man van vele kwaaltjes. Die hadden bijna altijd psychische oorzaken. Als zich hij een dag minder voelde, dan was hij 's avonds gegarandeerd ziek. Je had een handleiding nodig om dan met hem om te gaan. Walter Godefroot kon dat als de besten. Eerst als renner, dan als ploegleider. Toen Willems in 1981 de avond voor de Waalse Pijl ontstoken sinussen had, zei Godefroot dat het in het warme weer na een paar uur zweten allemaal wel zou meevallen. Hij vertrok en won. Nooit, besefte Daniel Willems na zijn carrière, had hij bij Godefroot mogen vertrekken. Daniel Willems stopte, na drie anonieme jaren, op zijn 29e en dook de verzekeringswereld in. Op wielerwedstrijden zag je hem niet meer, voor bijeenkomsten van oud-renners paste hij. Alsof hij een punt wilde zetten achter het verleden. Afgelopen vrijdag werd hij in zijn appartement dood aangetroffen. Daniel Willems werd 60 jaar. DOOR JACQUES SYS - FOTO BELGAIMAGE