Ze hebben dezelfde vader maar een andere moeder. Een gemeenschappelijke grootmoeder bracht Ibrahim (23) en Sydney Kargbo (19) groot in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Dan werden ze door het voetbal en de burgeroorlog gescheiden. Vijf jaar bleven ze zonder nieuws van elkaar. Sinds 2001 zijn ze weer verenigd en verliezen ze elkaar niet meer uit het oog. Dat laatste zou bezwaarlijk kunnen. De broers Kargbo volgden een bijna identiek voetbalparcours : eerst RWDM, vervolgens Sporting Charleroi, momenteel FC Brussels. Ze hopen daar samen in het eerste elftal te kunnen spelen. En later misschien bij de Leone Stars, de nationale ploeg.
...

Ze hebben dezelfde vader maar een andere moeder. Een gemeenschappelijke grootmoeder bracht Ibrahim (23) en Sydney Kargbo (19) groot in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Dan werden ze door het voetbal en de burgeroorlog gescheiden. Vijf jaar bleven ze zonder nieuws van elkaar. Sinds 2001 zijn ze weer verenigd en verliezen ze elkaar niet meer uit het oog. Dat laatste zou bezwaarlijk kunnen. De broers Kargbo volgden een bijna identiek voetbalparcours : eerst RWDM, vervolgens Sporting Charleroi, momenteel FC Brussels. Ze hopen daar samen in het eerste elftal te kunnen spelen. En later misschien bij de Leone Stars, de nationale ploeg. Ibrahim Kargbo : "Wij werden opgevoed door onze grootmoeder . Ze heette Foudia, wij noemden haar Mum, want zij was echt als een moeder voor ons. Ook Kevin, de derde zoon van de familie, groeide bij haar op. Helaas zijn we zijn spoor bijster. Kevin is eind jaren negentig verdwenen tijdens de onlusten in ons land. "Zoals de meeste kinderen in Sierra Leone vulden wij onze dagen met voetbal. Dat deden we met blote voeten en op straat of op braakliggende velden. Mijn broers speelden altijd in dezelfde ploeg en ondanks het verschil in leeftijd met onze tegenstanders wonnen wij altijd. De Kargbo brothers waren gewoon onklopbaar." Sydney Kargbo : " Ibou was het voorbeeld voor ons allen. Net zoals Kevin koesterde ik een diepe bewondering voor onze oudste broer, die talent had voor alle sporten. Onze vader, een beroepsmilitair, bokste : hij heeft diverse kampen gewonnen. Papa wou van ons ook bokskampioenen maken, maar alleen Ibrahim leek daarvoor in de wieg gelegd. Mocht hij als voetballer mislukt zijn, hij had beslist als bokser aan de slag gekund. "Met Ibrahim sloot ik me aan bij de voetbalclub CRS Rangers, nadien verkasten we samen naar FC Edwards. Maar dan zijn onze wegen gescheiden : Ibrahim trok naar Zweden. Hij was toen veertien jaar."Sydney : "Iedereen was erg trots. In 1996 speelden er nog niet zoveel voetballers uit Sierra Leone in het buitenland. Dat viel helemaal niet te vergelijken met de export uit landen als Nigeria en Ghana. En inzake jeugdwerking lagen we nog veel verder achterop. Jeugdspelers kwamen al helemaal niet aan bod. Tot dus een Zweedse trainer besloot om alle spelers van de minzestienjarigen mee naar zijn land te nemen. Behalve Ibou behoorde ook Paul Kpakatot de gelukkigen." Ibrahim :"De man die voor die kentering zorgde, heette Roger-Palme Greene. Hij was door zijn land naar Sierra Leone gedetacheerd in het kader van ontwikkelingshulp. Greene kreeg de nationale scholieren onder zijn hoede. Hij was ervan overtuigd dat de meeste van die jongens een toekomst in het Europese voetbal hadden, op voorwaarde dat ze behoorlijk begeleid werden. Ikzelf werd toevertrouwd aan manager Jan Tonquist en ik voetbalde achtereenvolgens bij Osters, Växjö en Degerfors. Vervolgens verhuisde ik naar Feyenoord. Op basis van een samenwerkingsakkoord tussen Feyenoord en RWDM vloeide ik af naar Brussel, tegelijkertijd met Kpaka trouwens. Toen RWDM failliet ging, week ik uit naar Charleroi en nadien naar Malatyaspor. Om ten slotte naar Molenbeek terug te keren. Daar was intussen ook mijn broer neergestreken." Ibrahim : "Dat klopt. In de winter van 2001 kwam een vrouw me tijdens de training vertellen dat Sydney zich in Zaventem bevond. Ik geloofde geen woord van wat ze zei. Ik had al vijf jaar geen nieuws van Sydney. Een gevolg van de burgeroorlog die in 1996 in mijn land was uitgebroken. Ik had sindsdien geen enkel contact meer met mijn familie. Dat was een verschrikkelijke periode, de vreselijkste uit mijn leven. We waren totaal onwetend van elkaars lot. Ik kon ook niet begrijpen hoe mijn broer me op het spoor was gekomen. De laatste keer dat we nog iets van elkaar hoorden, zat ik nog in Zweden. "Ik vroeg de dame om me telefonisch in contact met Sydney te brengen. Ik zou van bij het eerste woord weten of het wel waar was. Want Sydney noemde me altijd Nesta en ik hem Pablo - naar Thiam, de verdediger van Guinee, die zijn idool was. En toen hoorde ik een stem aan de telefoon zeggen : Nesta, ik ben het, Pablo. Het was alsof de wereld stilstond. Ik heb op de luchthaven vlug zijn papieren geregeld. Daarna hebben we urenlang bijgebabbeld." Sydney : "Aanvankelijk werd er in Sierra Leone alleen maar op het platteland gevochten, maar vanaf 1997 breidde de gewapende strijd zich uit over het hele territorium. De rebellen van het Revolutionary United Front (RUF) plunderden hele gebieden en ze doodden of verminkten iedereen die ze op hun weg ontmoetten. Er bleef geen andere keuze over dan te vluchten en ons te verbergen. De moeder van Ibrahim werkte in de gevangenis van Freetown. Ze werd onder bedreiging verplicht de cellen te openen en de gevangen rebellen vrij te laten. Nadien werd ze beschuldigd van medeplichtigheid aan de rebellie. Ze kon slechts aan wraak ontsnappen door uit te wijken naar Guinee. "Kevin is in de handen van de RUF gevallen. We weten nog altijd niet wat er met hem gebeurd is. Zolang al zitten we zonder nieuws over hem. We denken dat hij, zoals zoveel andere onschuldige slachtoffers, doodgeschoten is. Ook mijn zus Haja is zwaar getekend door de bloedige burgeroorlog in ons land. Ze is er levend uitgekomen, maar ze zal levenslang getraumatiseerd zijn door de wrede scènes waarvan ze getuige was. "Zelf heb ik onnoemelijk veel geluk gehad. Ik ben dwars door de vijandelijke linies getrokken om me ver van de hoofdstad te verschuilen. Vier jaar lang heb ik niet geleefd maar overleefd. Overdag verborg ik me. Ik durfde dan zelfs niet naar voedsel te zoeken uit schrik in slechte handen te belanden. 's Nachts trok ik erop uit om aan wat eten te raken. Soms slaagde ik daarin, soms niet. Van voetbal kwam er een hele tijd niets in huis. Het enige wat telde, was het vege lijf te redden. "In 2001, toen de rust in Sierra Leone was teruggekeerd, kon ik me met de hulp van een vreemdeling een vliegtuigticket met bestemming Europa aanschaffen. Ik verkeerde eerst in de mening dat Ibrahim zich nog altijd in Zweden ophield. Dan las ik een artikel over de situatie van de internationals van Sierra Leone. Zo vernam ik dat Ibrahim bij RWDM voetbalde. Die dag van ons weerzien is de mooiste uit mijn leven. Eindelijk vond ik mijn grote idool terug. Mijn held."Ibrahim : "Hij is de echte held, niet ik. Door het toeval vertoefde ik in het veilige Europa terwijl mijn familie in het vaderland een oorlog moest trotseren. Ik weet niet of ik al die beproevingen had kunnen doorstaan. Als Sydney trots op mij is, dan ben ik nog trotser op hem. Wat ik heb gepresteerd, betekent niets vergeleken bij wat hij heeft meegemaakt." Ibrahim : "Natuurlijk willen we elkaar niet meer uit het oog verliezen. Maar het is naïef te denken dat we altijd samen zullen voetballen. Trouwens, toen Sydney in 2001 bij RWDM aanklopte, gaf ik hem de raad om mee te trainen maar zich niet bij de club aan te sluiten. Ik had geruchten opgevangen over de financiële problemen van de club. Ik probeerde Sydney binnen te sluizen bij Anderlecht - een club waarvoor ik zelf ook had kunnen en moeten tekenen, maar Freddy Smets spoorde me aan om langer bij Molenbeek te blijven." Sydney : "Ik zal die stage bij Anderlecht hoe dan ook nooit vergeten. Ik speelde er in de ploeg van Vincent Kompany. Maar ik had niet de indruk dat ze bij Anderlecht op mij zaten te wachten. Ibrahim heeft zich vergist door uit Anderlecht weg te blijven, terwijl hij daar nochtans warm was aanbevolen door Jean Dockx. Ergens kreeg ik het gevoel dat ik bij Anderlecht voor die weigering van mijn broer moest boeten." Ibrahim : "Op een moment geloofde ik er nochtans sterk in. Mijn landgenoot Mustapha Sama vertrok bij Charleroi en aangezien Sydney met zijn 188 centimeter over hetzelfde fysieke profiel beschikte... Maar hij kreeg zijn kans niet. Sydney had anders beslist niet minder talent dan een Stéphane Ghislain of een Laurent Ciman." Sydney : "Ik moest me tevredenstellen met wedstrijden met de beloften of de invallers." Ibrahim : "Het moet ons dan maar hier, bij FC Brussels, lukken. Sydney boekt hier vooruitgang. Na de winterstop werd hij opgenomen in de A-kern. Nu, als ze ons bij FC Brussels in hetzelfde shirt willen zien spelen, gaan ze niet mogen aarzelen. Want mijn eindbestemming ligt zeker niet bij FC Brussels en ik denk evenmin dat mijn broer hier zijn hele carrière zal afhandelen. Gezien zijn kwaliteiten hoop ik dat hij onderdak vindt bij een club met een zekere reputatie. Zelf ben ik daar tot nog toe niet in geslaagd. Ik heb niet de indruk dat ik die kans nog zal krijgen in België. Ik weet niet waarom, maar ik heb het gevoel dat de Belgische topclubs niet in mij geloven. Toch ben ik nog altijd maar 23 jaar en ik heb nooit beter gespeeld." Sydney : "De eerste keer dat ik mijn broer in België zag voetballen, kon ik mijn ogen niet geloven. Dat was in de Brusselse derby en in vijf jaar tijd was Ibrahim simpelweg geëxplodeerd. De voetballer met wie ik dagelijks in Freetown speelde, die kon ik met de beste wil van de wereld niet meer herkennen. Hij was tien keer sterker geworden. Als Anderlecht een centrale verdediger zoekt, dan begrijp ik niet waarom ze niet aan mijn broer denken." Sydney : "Dat was onvermijdelijk, Sierra Leone had geen voetbalstructuren meer. Bij de wederopbouw van het land werd het voetbal verwaarloosd. Maar alles doet geloven dat de Leone Stars wel zullen deelnemen aan de voorronden voor de Afrikaanse Landenbeker van 2008. En aan de kwalificaties voor het WK van 2010 in Zuid-Afrika. Het zou mooi zijn, mochten de Kargbo brothers dan de centrale as van de verdediging voor hun rekening nemen. Het is niet verboden om te dromen nietwaar ?" BRUNO GOVERS