Ze komen uit hetzelfde nest, maar hun carrières hebben een heel andere wending genomen. Hun broers zijn Rode Duivel, kapitein van Marseille, winnaar van de Champions League of beste speler van de Premier League, maar zelf kunnen ze ook wel wat met een voetbal. Terwijl ze geleerd hebben in de schaduw te staan van een broer die de sportieve successen aaneenrijgt, komen ze op één punt allemaal overeen: wie hun broer ook is of waar hij ook speelt, hun sterke bloedband staat misplaatste jaloezie in de weg.
...

Ze komen uit hetzelfde nest, maar hun carrières hebben een heel andere wending genomen. Hun broers zijn Rode Duivel, kapitein van Marseille, winnaar van de Champions League of beste speler van de Premier League, maar zelf kunnen ze ook wel wat met een voetbal. Terwijl ze geleerd hebben in de schaduw te staan van een broer die de sportieve successen aaneenrijgt, komen ze op één punt allemaal overeen: wie hun broer ook is of waar hij ook speelt, hun sterke bloedband staat misplaatste jaloezie in de weg. Nadat hij vele jaren de kleuren van Sint-Niklaas verdedigde, besloot Lode Vertonghen (23) in het tussenseizoen bij derdeklasser Temse te tekenen. "Op het einde van vorig seizoen werd hij ten onrechte aan de kant geschoven", zegt zijn ex-ploegmaat François Kompany. Terwijl broer Jan (26) een jaar eerder een grote stap zette van Amsterdam naar Londen (Tottenham), zet Lode zijn sporttas dus voortaan amper zes kilometer verder neer. "Het is best wel lastig soms om te beseffen dat men bij de naam Vertonghen altijd aan Jan denkt en nooit aan mij", erkent Lode. "Ik wil er als 'broer van' niet zomaar als een figurant bij lopen. Ik heb op mijn eigen niveau ook sportieve ambities en ik zoek mijn eigen weg. Met vergelijkingen heb ik niks, die zullen me ook nooit beïnvloeden. "Jan is een voorbeeld geworden voor iedere voetballer en ik ben erg trots op hem. Ik steek het niet weg dat hij ook voor mij en mijn carrière een bron van inspiratie is. En ook al is hij de oudste van het gezin, hij praat vaak met ons wanneer hij een belangrijke beslissing moet nemen. "Ruzies? Daar is geen reden toe. We hebben een opperbeste band en we zijn close genoeg om ons aan geen kleinigheden te storen. We praten over alles en niets, vooral over voetbal. Dat zal nooit veranderen. Ik ben absoluut niet jaloers op wat hij bereikt heeft. Integendeel: ik ben daar trots op. Hij heeft dat verdiend en het geeft me nog altijd kippenvel als ik hem het terrein op zie komen. Ik ga mijn weg en hij de zijne en we respecteren dat van elkaar. Hij is in de eerste plaats mijn broer en pas dan Rode Duivel of Spur. "Af en toe bedenk ik wel eens dat ik graag dezelfde carrière gehad zou hebben als hij, maar dat is iets waar elke voetballer al eens aan denkt. Ik vind het heel knap wat hij tot nu toe verwezenlijkt heeft. Waarom hij wel en ik niet? Moeilijk te zeggen. Op professioneel vlak is Jan top. Bovendien kreeg hij bij Ajax een uitstekende vorming. Ik had het geluk maar ook het talent niet om door zo'n opleidingscentrum opgepikt te worden en dat maakte allicht het verschil." Nadat hij bij KV Mechelen buiten was gewerkt door toenmalig trainer Peter Maes, waagde François Kompany (23) zijn kans bij de Engelse derdeklasser Macclesfield Town. Dat avontuur werd niet wat hij ervan verwachtte en na een aantal blessures en een seizoen zonder club vond hij onderdak bij FC Brussels en Sint-Niklaas (dat vorig seizoen naar derde klasse degradeerde). Onlangs tekende de jongere broer van Vincent Kompany (27) bij Eendracht Aalst. "Of Vincent nu kapitein van Manchester City is of op de bank zit bij Schaarbeek, dat verandert op zich niets voor mij, al ben ik wel erg blij met zijn succes", vertelt François. "Tussen ons heeft dat niks veranderd, wij blijven erg close. Hij weet alles van mij en ik alles van hem. Hij is ook niet veranderd door beroemd te worden. In het openbaar is hij misschien wat terughoudender geworden, maar in familiekring zeker niet. "Ik ben nooit jaloers geweest op zijn carrière. Ieder gaat zijn eigen weg. Sommigen voorspelden mij een nog mooiere toekomst dan die van Vincent, maar ik heb nergens spijt van. Met alle tegenslagen die ik gekend heb, ben ik tevreden waar ik nu sta. Ik heb gelukkig veel gehad aan de goede raad van mijn broer. Hij geeft opbouwende kritiek en ik luister naar hem. We zitten elkaar weleens in de haren, zoals alle broers, maar hij gebruikt zijn carrière nooit als argument. "Natuurlijk worden we vergeleken, maar wie dat doet, kent er eigenlijk niks van, want we zijn een heel ander type voetballer. Vince is een stevige centrumspeler, terwijl ik een beweeglijke flankspeler ben. "Het feit dat ik 'de broer van' ben, heeft veel invloed gehad op mijn carrière. Er zijn er die denken dat ik in tweede klasse mag meedoen omdat mijn naam deuren geopend heeft. Maar vaak is dat net andersom geweest. Toen ik weg moest bij Mechelen, schreven de media over gedragsproblemen, terwijl daar helemaal niks van aan was. Normaal was mijn vertrek goed geweest voor een klein berichtje, maar nu werd het breed uitgesmeerd omdat ik 'de broer van' was. En sommigen vinden het plezant om me te jennen. Ik heb al eens aanvaringen gehad met gasten die trots waren dat ze de broer van Kompany getackeld hadden." Terwijl hij momenteel op zoek is naar een job om zijn graduaat elektronica te gelde te maken, speelt Alain Van Buyten (37) nog altijd voetbal. Hij heeft besloten om er nog een jaartje bij te doen, bij Spy in de eerste provinciale van Namen. Deze rasechte Carolo, met een verleden bij Sporting en Olympic, heeft altijd een passie gehad voor het voetbal, maar verkoos voor zijn plezier te spelen. Zijn jongere broer Daniel (35) daarentegen heeft net de Champions League op zijn palmares gezet. "Ik zou nooit enig kind willen zijn, en Daniel ook niet", zegt Alain. "Met zijn tweeën zijn was altijd een groot voordeel in een sportieve familie als de onze, zo werd je alsmaar beter. Elke avond oefenden we in de tuin. We wilden allebei absoluut de beste zijn en daardoor werden we ook beter. Vaak draaide het op ruzie uit en er ging geen dag voorbij zonder dat we kibbelden. Daniel gebruikte zijn armen om mij voorbij te gaan en ik zette mijn voet om dat te verhinderen. Maar het kwam altijd wel goed. Zoals onze pa altijd zei: 'De ene kan niet zonder de andere.' "Ik denk dat ik eerste klasse had aangekund, maar ik heb op de bepalende momenten net dat tikkeltje geluk gemist. Ik zal nooit jaloers zijn op Daniel - ik heb liever dat hij succes heeft dan iemand die ik niet ken - maar puur voor mezelf heb ik wel een klein beetje spijt. "Ik ben meer dan trots op Daniel. Hij heeft altijd hard gewerkt om zijn huidige niveau te bereiken. Ik mocht van heel nabij meemaken wat hij er allemaal voor heeft opgeofferd. Dat hij een carrière gemaakt heeft en ik niet, komt voor een groot stuk door zijn karakter, zijn rust en zijn techniek. Ik heb hem trouwens nooit raad hoeven te geven, daarvoor was er onze pa. "Ik liet me weleens op de kast jagen door de vergelijkingen die ze maakten. Dat gebeurde bijna automatisch. Meestal bleef het bij wat grappen en grollen, al gingen sommigen in hun uitlatingen toch wat ver. De uitspraak die me het meest stoorde, was: 'Je speelt al net zo slecht als je broer.' Dan dacht ik: kijk eens naar zijn carrière en nadien praten we nog wel eens." Nadat hij bij Lochristi en Gent de jeugdreeksen doorliep, kwam Xavier Deschacht (28) terecht bij Lokeren. Na een tijdje bij de beloften debuteerde hij in de eerste ploeg en speelde hij vijftien wedstrijden in eerste klasse. Lang zou de jongste van het gezin niet in dezelfde reeks spelen als zijn broer Olivier (32), want na Lokeren verkaste hij naar Deinze, Oostende en Sint-Niklaas. In augustus 2012 tekende hij een tweede keer voor KMSK Deinze. "Oli en ik hebben altijd al een sterke band gehad", vertelt hij. "We hadden dezelfde hobby's en dezelfde vriendenkring. Meer valt daar niet over te zeggen, wij komen gewoon erg goed overeen. Ruzie maken doen we nooit. Als we ergens over discussiëren, zijn we het meestal met elkaar eens. Bovendien geeft hij me geregeld tips als hij iets opmerkt waardoor ik mijn spel zou kunnen verbeteren. "Ik heb geluk gehad dat mijn broer altijd met de voetjes op de grond gebleven is en ik ben dan ook trots op hem als mens en als voetballer. Hoe zou je niet trots kunnen zijn: op zijn zestiende stond hij al in de eerste ploeg van Anderlecht. Ik kon moeilijk bevatten wat er gebeurde toen hij de eerste keren het paars-witte shirt aantrok, dat was iets buitengewoons. "Jaloers op zijn carrière ben ik nooit geweest. Net als de rest van de familie en onze vrienden hoop ik het beste voor hem. Ik heb minder weten te bereiken, en dat is jammer, maar zeker geen reden voor afgunst. Voor het niveau dat ik bereik, ben ik en ik alleen verantwoordelijk. "Zijn winnaarsmentaliteit heeft het verschil gemaakt. Ik heb zelf nooit zo'n sterk karakter gehad als mijn broer. Ons met elkaar vergelijken doet men bijna nooit, omdat we zo verschillend zijn op en naast het veld. Ik heb mezelf ook nooit gezien als de broer die in de schaduw leeft. Olivier is niet de enige Deschacht, we zijn met ons tweeën." Steve Mandanda (28) mag dan een ster zijn bij Olympique Marseille, waar hij kapitein is, ook zijn broertje Parfait (23) mag terugblikken op een prima seizoen bij Sporting Charleroi. Na omzwervingen bij Beauvais en Izmir hielp hij de Zebra's het behoud in eerste klasse te verzekeren. "Het is soms niet gemakkelijk voor mij", geeft hij toe. "Twee broers met hetzelfde beroep: uiteraard gaat men dan vergelijken. Op den duur is dat vervelend, maar het ergste is nog dat die vergelijkingen steek houden, omdat we uiterlijk erg op elkaar lijken en als doelman ook nog eens dezelfde sterke punten hebben. Daardoor denken ze bij de naam Mandanda altijd direct aan Steve en nooit aan Parfait. In België gaat het nog, daar kennen ze mij, maar in Frankrijk ben ik een nobody. "We zijn nochtans niet helemaal identiek. We gaan elk onze weg, hebben ons eigen gezin. Ik heb nergens spijt van. Mijn broer verdient het dat hij staat waar hij staat - mij zou dat nooit gelukt zijn. Ik maal er niet zo om dat hij meer in de schijnwerpers staat dan ik. Ik denk dat velen al blij zouden zijn met mijn carrière. "Steve is een inspiratiebron voor mij. Hij is er niet op uit om mij te sturen en hij heeft zich ook nooit superieur gevoeld vanwege zijn carrière. Als ik er behoefte aan heb, dan stelt hij me op mijn gemak, zoals elke broer dat normaal doet. Onze andere twee broers voetballen ook, dus is er geen sprake van jaloezie, wel van veel respect en een goede verstandhouding. We zijn allemaal blij met de carrières van onze broers. "Met Steve heb ik een raar moment meegemaakt. We speelden bij voorbaat al niet bij dezelfde club en ik had ook niet verwacht tégen hem te zullen spelen bij... de nationale ploeg. Het was echt bizar om tegen hem te spelen, elk voor een ander land, hij voor Frankrijk en ik voor Congo. Maar alles verliep goed en na de wedstrijd hebben we onze truitjes geruild. "Ik denk dat ik in het begin altijd 'de broer van' was, maar stilletjes aan verwerf ik een voornaam. Ik zal het in elk geval nooit spijtig vinden dat ik zo'n getalenteerde broer als Steve heb, want als je diep zit en alles slaat tegen en je wilt er de brui aan geven, dan kun je beter met zo'n broer praten dan met je ouders." DOOR ROMAIN VAN DER PLUYM"Wie Vincent en mij vergelijkt, kent niks van voetbal." François Kompany "Onze pa zei altijd: de ene kan niet zonder de andere." Alain Van Buyten "Oli's winnaarsmentaliteit heeft het verschil gemaakt. Ik heb zelf nooit zo'n sterk karakter gehad als hij." Xavier Deschacht "In België kennen ze mij, maar in Frankrijk ben ik een nobody." Parfait Mandanda