Geen sport die zo verschilt tegenover vorig jaar als het veldrijden. Door het afgelopen milde herfstweer hebben de crossen zelfs begin december nog altijd veel weg van F1. Zondag in Igorre werd de snelste ronde afgelegd met een gemiddelde van ruim 28 km/u, een vijfde (of vijf km/u) sneller dan vorig jaar. Eerder brak de Koppenbergcross al alle records: de toppers reden op 1 november zelfs bijna de helft vlugger dan in 2010.

De snelle parcours werkten de voorbije weken als een katalysator voor de doorbraak die Kevin Pauwels op zijn 27e bewerkstelligde. Ze verklaren mede hoe de kopman van Sunweb-Revor, die vorig jaar nog niet bij het triumviraat Nys- Albert- Stybar werd gerekend, het dit weekend tot nummer een in de UCI-stand schopte.

Van de 24 veldritten die dit jaar meetellen voor een van de drie regelmatigheidscriteriums, is precies de helft achter de rug. Elf keer stond Pauwels op het podium. Sinds 2007 (Nys) zette niemand nog zo'n sterke eerste seizoenshelft neer. Pauwels liet zijn minste resultaat optekenen midden oktober in Ruddervoorde: dertiende. Niet toevallig de klassementsproef waar het gemiddelde nauwelijks boven de twintig km/u uitkwam, terwijl het in de elf andere nooit onder de 25 km/u zakte. Een hoog vermogen ontwikkelen met een lage trapfrequentie: het is niet de specialiteit van de stille Kempenaar, die precies dan last krijgt van zijn rug.

Met zes overwinningen op twaalf klassementscrossen doet Pauwels één beter dan Stybar in de herfst van 2010. Vorig jaar was het de wereldkampioen die met een vliegende eerste seizoenshelft uitpakte. Maar deze tijd worstelt de Tsjech met de naweeën van een intens wegseizoen en blijft hij zich op training stoten aan de steen van de overdaad. Stybars slepende rijstijl lijkt in niets nog op het dartele van twaalf maanden geleden.

Eens te meer blijft Sven Nys de enige constante in het veld. Dat is nu al meer dan een decennium het geval. Na Pauwels is de Brabander dit seizoen de succesvolste veldrijder. In de klassementen won hij tot dusver drie wedstrijden, net zoveel als in de eerste helft van 2009/10 en 2010/11.

Al wie voorspelde dat de Kannibaal dit seizoen van zijn troon zou tuimelen, werd zo alweer de mond gesnoerd. Toch valt op dat Nys naar almaar creatievere recepten moet grijpen: door een gaatje glippen in volle finale in Pilsen of de deur dichtdoen in de sprint in Koksijde. Meer dan ooit behaalt hij zijn zeges met een uitgekookte tactiek en op ervaring.

Tot voor kort werd aangenomen dat na het pensioen van Nys in februari 2014 en de definitieve overstap van Stybar naar de weg, het tijdperk-Albert zal aanbreken. Maar steeds meer lijkt het erop dat de toekomst een tweestrijd brengt, tussen Albert en Pauwels, of eerder nog een driestrijd. Met zijn derde plaats zondag in Igorre bracht Tom Meeusen, 23 pas, immers alweer de bevestiging van zijn veelbelovende debuut vorig jaar.

DOOR BENEDICT VANCLOOSTER

Geen sport die zo verschilt tegenover vorig jaar als het veldrijden. Door het afgelopen milde herfstweer hebben de crossen zelfs begin december nog altijd veel weg van F1. Zondag in Igorre werd de snelste ronde afgelegd met een gemiddelde van ruim 28 km/u, een vijfde (of vijf km/u) sneller dan vorig jaar. Eerder brak de Koppenbergcross al alle records: de toppers reden op 1 november zelfs bijna de helft vlugger dan in 2010. De snelle parcours werkten de voorbije weken als een katalysator voor de doorbraak die Kevin Pauwels op zijn 27e bewerkstelligde. Ze verklaren mede hoe de kopman van Sunweb-Revor, die vorig jaar nog niet bij het triumviraat Nys- Albert- Stybar werd gerekend, het dit weekend tot nummer een in de UCI-stand schopte. Van de 24 veldritten die dit jaar meetellen voor een van de drie regelmatigheidscriteriums, is precies de helft achter de rug. Elf keer stond Pauwels op het podium. Sinds 2007 (Nys) zette niemand nog zo'n sterke eerste seizoenshelft neer. Pauwels liet zijn minste resultaat optekenen midden oktober in Ruddervoorde: dertiende. Niet toevallig de klassementsproef waar het gemiddelde nauwelijks boven de twintig km/u uitkwam, terwijl het in de elf andere nooit onder de 25 km/u zakte. Een hoog vermogen ontwikkelen met een lage trapfrequentie: het is niet de specialiteit van de stille Kempenaar, die precies dan last krijgt van zijn rug. Met zes overwinningen op twaalf klassementscrossen doet Pauwels één beter dan Stybar in de herfst van 2010. Vorig jaar was het de wereldkampioen die met een vliegende eerste seizoenshelft uitpakte. Maar deze tijd worstelt de Tsjech met de naweeën van een intens wegseizoen en blijft hij zich op training stoten aan de steen van de overdaad. Stybars slepende rijstijl lijkt in niets nog op het dartele van twaalf maanden geleden. Eens te meer blijft Sven Nys de enige constante in het veld. Dat is nu al meer dan een decennium het geval. Na Pauwels is de Brabander dit seizoen de succesvolste veldrijder. In de klassementen won hij tot dusver drie wedstrijden, net zoveel als in de eerste helft van 2009/10 en 2010/11. Al wie voorspelde dat de Kannibaal dit seizoen van zijn troon zou tuimelen, werd zo alweer de mond gesnoerd. Toch valt op dat Nys naar almaar creatievere recepten moet grijpen: door een gaatje glippen in volle finale in Pilsen of de deur dichtdoen in de sprint in Koksijde. Meer dan ooit behaalt hij zijn zeges met een uitgekookte tactiek en op ervaring. Tot voor kort werd aangenomen dat na het pensioen van Nys in februari 2014 en de definitieve overstap van Stybar naar de weg, het tijdperk-Albert zal aanbreken. Maar steeds meer lijkt het erop dat de toekomst een tweestrijd brengt, tussen Albert en Pauwels, of eerder nog een driestrijd. Met zijn derde plaats zondag in Igorre bracht Tom Meeusen, 23 pas, immers alweer de bevestiging van zijn veelbelovende debuut vorig jaar. DOOR BENEDICT VANCLOOSTER