Hun defensies behoren tot de meest solide van de competitie. Ze worden beschermd door handschoenen die soms van XXL-formaat lijken te zijn, in staat om op de meest onverwachte plekken de bal uit het net te houden. En toch beven die defensies nu. Want op de grasmat van Jan Breydel staat de Slag om Vlaanderen geprogrammeerd. Een match waarin het gaat om de duels en de details. En daarin trekken de verdedigers zelden aan het langste eind.

De geschiedenis van de match wordt er allicht een van een veldslag tussen de opvallendste offensieve drietanden van het seizoensbegin. Het topschuttersklassement wordt dan wel aangevoerd door een momenteel onhoudbare Dieumerci Mbokani, de spectaculairste aanvallende acties zijn vooral te zien in de matchen van Club Brugge en KAA Gent. De sleutel van de eerste topper tussen de West- en Oost-Vlaamse hoofdstad ligt vermoedelijk bij de helden die er in de spits lopen. Elk hebben ze zo hun manier om de deur te ontgrendelen.

Brugse kwantiteit

Club Brugge begon in volle vaart aan het seizoen. Na twee matchen lagen er al negen in het mandje. Blauw-zwart was onder de indruk van de statistieken van David Okereke, vaak weinig in het spel betrokken, maar altijd op de juiste plaats wanneer de bal in het strafschopgebied belandde.

De mannen van Philippe Clement vallen om de beurt aan, zoals gitaristen die solo een riff spelen op zoek naar een minuutje roem. Terwijl Ruud Vormer en Hans Vanaken voor orkestmeester spelen, laten de Afrikaanse woelwaters hun talent gelden in de grote rechthoek. Zelden is de rolverdeling omgekeerd, want onder hun vieren tellen David Okereke, Emmanuel Dennis, Krépin Diatta en Percy Tau slechts twee assists.

Met 7,8 voorzetten per wedstrijd is niemand in de Belgische competitie productiever dan Mikael Lustig.

Kwantiteit staat bij Club Brugge voorop, naar het beeld van de aanvaller die er al het langst is, Dennis. De Nigeriaan met de explosieve benen vuurde sinds het begin van het seizoen al gemiddeld 4,8 keer per match op doel. Op de Belgische velden doet niemand beter. Dennis toont altijd lef, dribbelt meer dan wie ook (13,7 dribbelpogingen per match) en tevens te pas en te onpas (59 procent van zijn dribbels slaagt). Maar hij zorgt voor een permanent gevoel van gevaar bij de tegenstrever. Met 8,3 balcontacten per match in de vijandelijke backlijn is hij ook de nationale leider in het klassement van spelers die het meest aanwezig zijn in de zone van de waarheid, net voor zijn ploegmaat Percy Tau.

Verspilde kansen

Okereke van zijn kant verlaat vaak het centrum van de aanval om uit te wijken naar rechts, en daar de diepte op te zoeken in een zone die onder Ivan Leko vooral was voorbehouden aan Vormer. Het is dan aan zijn makkers om zijn - steeds frequentere - afwezigheid in de grote rechthoek op te vangen. Tau en Dennis duiken met plezier in de ruimte die door Okereke wordt opengelaten, maar zij tonen voor het doel niet hetzelfde realisme als de goalgetter. Dat blijkt uit de expected goals, het cijfer dat aangeeft hoeveel doelpunten men zou mogen verwachten wanneer men naar de kwaliteit van de doelkansen kijkt. Waar de Nigeriaanse midvoor cijfers kan voorleggen die overeenkomen met de verwachtingen (4 goals voor 3,9 expected goals), zit er bij zijn vleugelspelers nog veel afval tussen. Dennis maakt slechts 2 doelpunten per 3,3 expected goals en Tau evenveel per 3,0 expected goals.

Wanneer men weet dat een efficiënte spits, die bovendien in vorm is, doorgaans boven zijn niveau presteert, dan zijn de cijfers veelzeggend. In haar huidige samenstelling creëert de Brugse aanvalslinie veel kansen, maar dan vooral voor die spelers die niet zo koelbloedig zijn oog in oog met de doelman. Gemiddeld trappen de Bruggelingen in elke wedstrijd 18,5 keer op doel, maar slechts één op de drie schoten belandt binnen het kader. Ze hadden 18,3 expected goals nodig om 16 keer te scoren. De topper tegen Anderlecht was het beste voorbeeld van een reusachtige productiviteit (30 schoten en 4,8 expected goals, een seizoensrecord) gekoppeld aan een alarmerende efficiëntie (slechts 2 gemaakte goals).

Jonathan David, hier met Hans Vanaken, gaat in een wedstrijd iets vaker zijn kans dan Laurent Depoitre en Roman Jaremtsjoek., belgaimage
Jonathan David, hier met Hans Vanaken, gaat in een wedstrijd iets vaker zijn kans dan Laurent Depoitre en Roman Jaremtsjoek. © belgaimage

Hoge pressing

In de Brugse statistieken oogt dus vooral het aantal gecreëerde kansen indrukwekkend. Blauw-zwart zorgt voor veel gevaarlijke situaties. Dat komt door een efficiënt balbezit, met eenvoudige automatismen die er al wel goed ingeslepen zijn door Philippe Clement, maar ook door de kwaliteit van de pressing, de beste in België volgens de cijfers. 39 procent van de Brugse balveroveringen gebeurde in het verdedigende derde deel van het terrein van de tegenstrever. Meegesleept door een Dennis die daar erg goed in is (7,6 balveroveringen per match) zijn de Bruggelingen maar moeilijk terug te dringen op hun eigen helft. Ze laten hun dominantie gelden tot aan de vijandelijke rechthoek, waar ze de bal gemiddeld 31 keer per wedstrijd raken, een nationaal record.

De kwaliteit van de pressing van Club Brugge is, volgens de cijfers, de beste in België.

Net achter die Brugse dominantie bekleedt Gent een goeie tweede plaats. Dankzij het atletische trio Roman Jaremtsjoek, Laurent Depoitre en Jonathan David volgen de Gentenaars in de slipstream van blauw-zwart qua hoge pressing (David recupereert 5,7 ballen per match) en qua aanwezigheid in de vijandelijke backlijn (25 balcontacten per match). Dat danken ze aan hun spelsysteem, dat Jess Thorup op poten zette om de drie aanvallers te koppelen aan de driehoek op het middenveld, waarin Sven Kums en Vadis Odjidja ondersteund worden door een fysiek sterker profiel.

David doen schitteren

Net zoals bij Club Brugge bevindt de creativiteit zich rond de middencirkel, om in de buurt van de grote rechthoek plaats te maken voor slagkracht. De bewegingen van David, dé man van het moment, worden nog versterkt door die van Depoitre en Jaremtsjoek. Die zijn het gewend om de bal op de vleugel te vragen (de ex-Rode Duivel rechts, de Oekraïner links), ondanks een fysiek profiel dat hen geschikt zou maken voor de rol van targetman. Door zijn fijne neus voor infiltraties is het vooral de Canadees die de acties afrondt in de rol van centrumspits. Hij krijgt daarvoor talrijke voorzetten van de Gentse flankverdedigers, vooral vanop rechts: niemand in de Belgische competitie is daarbij productiever dan Mikael Lustig, met 7,8 voorzetten per wedstrijd.

Hoewel hij in het oorspronkelijke schema wat lager stond, gaat David (3,1 schoten per match) iets vaker zijn kans dan Depoitre (2,8) en Jaremtsjoek (2,6). De traptechniek van de Canadees is ook van superieure kwaliteit. Hij kadreert sinds het begin van het seizoen 61 procent van zijn pogingen, waarmee hij samen met Maxime Lestienne aan kop staat. En hij doet de netten vaak trillen in moeilijke omstandigheden. Zijn statistieken vermelden slechts 2,8 expected goals, maar de tiener scoorde toch al 5 keer in de competitie. Dat getuigt van een uitstekende vorm, een bovenmatige prestatie en/of dito talent. Zijn cijfers weerspiegelen eigenlijk die van de hele Gentse ploeg. Ze schieten minder op doel dan de Bruggelingen (106 tegenover 137 keer op zeven speeldagen) maar meer verzorgd (40 procent binnen het kader) en vooral efficiënter: ondanks slechts 14,6 expected goals, maakten de Buffalo's er al 18, dat is ruim boven het verwachte aantal, gelet op hun kansen.

Club Brugge dat meer schiet en KAA Gent dat beter schiet: de Slag om Vlaanderen lijkt dus een zaak te worden van kanonniers. Daarmee wordt een goeie traditie voortgezet. We moeten immers al teruggaan tot 2013 om een brilscore te vinden tussen deze twee ploegen. In die tijd hulde Vadis zich nog in blauw en zwart en zat er op elk van beide banken een Spaanse coach.

Hun defensies behoren tot de meest solide van de competitie. Ze worden beschermd door handschoenen die soms van XXL-formaat lijken te zijn, in staat om op de meest onverwachte plekken de bal uit het net te houden. En toch beven die defensies nu. Want op de grasmat van Jan Breydel staat de Slag om Vlaanderen geprogrammeerd. Een match waarin het gaat om de duels en de details. En daarin trekken de verdedigers zelden aan het langste eind. De geschiedenis van de match wordt er allicht een van een veldslag tussen de opvallendste offensieve drietanden van het seizoensbegin. Het topschuttersklassement wordt dan wel aangevoerd door een momenteel onhoudbare Dieumerci Mbokani, de spectaculairste aanvallende acties zijn vooral te zien in de matchen van Club Brugge en KAA Gent. De sleutel van de eerste topper tussen de West- en Oost-Vlaamse hoofdstad ligt vermoedelijk bij de helden die er in de spits lopen. Elk hebben ze zo hun manier om de deur te ontgrendelen. Club Brugge begon in volle vaart aan het seizoen. Na twee matchen lagen er al negen in het mandje. Blauw-zwart was onder de indruk van de statistieken van David Okereke, vaak weinig in het spel betrokken, maar altijd op de juiste plaats wanneer de bal in het strafschopgebied belandde. De mannen van Philippe Clement vallen om de beurt aan, zoals gitaristen die solo een riff spelen op zoek naar een minuutje roem. Terwijl Ruud Vormer en Hans Vanaken voor orkestmeester spelen, laten de Afrikaanse woelwaters hun talent gelden in de grote rechthoek. Zelden is de rolverdeling omgekeerd, want onder hun vieren tellen David Okereke, Emmanuel Dennis, Krépin Diatta en Percy Tau slechts twee assists. Kwantiteit staat bij Club Brugge voorop, naar het beeld van de aanvaller die er al het langst is, Dennis. De Nigeriaan met de explosieve benen vuurde sinds het begin van het seizoen al gemiddeld 4,8 keer per match op doel. Op de Belgische velden doet niemand beter. Dennis toont altijd lef, dribbelt meer dan wie ook (13,7 dribbelpogingen per match) en tevens te pas en te onpas (59 procent van zijn dribbels slaagt). Maar hij zorgt voor een permanent gevoel van gevaar bij de tegenstrever. Met 8,3 balcontacten per match in de vijandelijke backlijn is hij ook de nationale leider in het klassement van spelers die het meest aanwezig zijn in de zone van de waarheid, net voor zijn ploegmaat Percy Tau. Okereke van zijn kant verlaat vaak het centrum van de aanval om uit te wijken naar rechts, en daar de diepte op te zoeken in een zone die onder Ivan Leko vooral was voorbehouden aan Vormer. Het is dan aan zijn makkers om zijn - steeds frequentere - afwezigheid in de grote rechthoek op te vangen. Tau en Dennis duiken met plezier in de ruimte die door Okereke wordt opengelaten, maar zij tonen voor het doel niet hetzelfde realisme als de goalgetter. Dat blijkt uit de expected goals, het cijfer dat aangeeft hoeveel doelpunten men zou mogen verwachten wanneer men naar de kwaliteit van de doelkansen kijkt. Waar de Nigeriaanse midvoor cijfers kan voorleggen die overeenkomen met de verwachtingen (4 goals voor 3,9 expected goals), zit er bij zijn vleugelspelers nog veel afval tussen. Dennis maakt slechts 2 doelpunten per 3,3 expected goals en Tau evenveel per 3,0 expected goals. Wanneer men weet dat een efficiënte spits, die bovendien in vorm is, doorgaans boven zijn niveau presteert, dan zijn de cijfers veelzeggend. In haar huidige samenstelling creëert de Brugse aanvalslinie veel kansen, maar dan vooral voor die spelers die niet zo koelbloedig zijn oog in oog met de doelman. Gemiddeld trappen de Bruggelingen in elke wedstrijd 18,5 keer op doel, maar slechts één op de drie schoten belandt binnen het kader. Ze hadden 18,3 expected goals nodig om 16 keer te scoren. De topper tegen Anderlecht was het beste voorbeeld van een reusachtige productiviteit (30 schoten en 4,8 expected goals, een seizoensrecord) gekoppeld aan een alarmerende efficiëntie (slechts 2 gemaakte goals). In de Brugse statistieken oogt dus vooral het aantal gecreëerde kansen indrukwekkend. Blauw-zwart zorgt voor veel gevaarlijke situaties. Dat komt door een efficiënt balbezit, met eenvoudige automatismen die er al wel goed ingeslepen zijn door Philippe Clement, maar ook door de kwaliteit van de pressing, de beste in België volgens de cijfers. 39 procent van de Brugse balveroveringen gebeurde in het verdedigende derde deel van het terrein van de tegenstrever. Meegesleept door een Dennis die daar erg goed in is (7,6 balveroveringen per match) zijn de Bruggelingen maar moeilijk terug te dringen op hun eigen helft. Ze laten hun dominantie gelden tot aan de vijandelijke rechthoek, waar ze de bal gemiddeld 31 keer per wedstrijd raken, een nationaal record. Net achter die Brugse dominantie bekleedt Gent een goeie tweede plaats. Dankzij het atletische trio Roman Jaremtsjoek, Laurent Depoitre en Jonathan David volgen de Gentenaars in de slipstream van blauw-zwart qua hoge pressing (David recupereert 5,7 ballen per match) en qua aanwezigheid in de vijandelijke backlijn (25 balcontacten per match). Dat danken ze aan hun spelsysteem, dat Jess Thorup op poten zette om de drie aanvallers te koppelen aan de driehoek op het middenveld, waarin Sven Kums en Vadis Odjidja ondersteund worden door een fysiek sterker profiel. Net zoals bij Club Brugge bevindt de creativiteit zich rond de middencirkel, om in de buurt van de grote rechthoek plaats te maken voor slagkracht. De bewegingen van David, dé man van het moment, worden nog versterkt door die van Depoitre en Jaremtsjoek. Die zijn het gewend om de bal op de vleugel te vragen (de ex-Rode Duivel rechts, de Oekraïner links), ondanks een fysiek profiel dat hen geschikt zou maken voor de rol van targetman. Door zijn fijne neus voor infiltraties is het vooral de Canadees die de acties afrondt in de rol van centrumspits. Hij krijgt daarvoor talrijke voorzetten van de Gentse flankverdedigers, vooral vanop rechts: niemand in de Belgische competitie is daarbij productiever dan Mikael Lustig, met 7,8 voorzetten per wedstrijd. Hoewel hij in het oorspronkelijke schema wat lager stond, gaat David (3,1 schoten per match) iets vaker zijn kans dan Depoitre (2,8) en Jaremtsjoek (2,6). De traptechniek van de Canadees is ook van superieure kwaliteit. Hij kadreert sinds het begin van het seizoen 61 procent van zijn pogingen, waarmee hij samen met Maxime Lestienne aan kop staat. En hij doet de netten vaak trillen in moeilijke omstandigheden. Zijn statistieken vermelden slechts 2,8 expected goals, maar de tiener scoorde toch al 5 keer in de competitie. Dat getuigt van een uitstekende vorm, een bovenmatige prestatie en/of dito talent. Zijn cijfers weerspiegelen eigenlijk die van de hele Gentse ploeg. Ze schieten minder op doel dan de Bruggelingen (106 tegenover 137 keer op zeven speeldagen) maar meer verzorgd (40 procent binnen het kader) en vooral efficiënter: ondanks slechts 14,6 expected goals, maakten de Buffalo's er al 18, dat is ruim boven het verwachte aantal, gelet op hun kansen. Club Brugge dat meer schiet en KAA Gent dat beter schiet: de Slag om Vlaanderen lijkt dus een zaak te worden van kanonniers. Daarmee wordt een goeie traditie voortgezet. We moeten immers al teruggaan tot 2013 om een brilscore te vinden tussen deze twee ploegen. In die tijd hulde Vadis zich nog in blauw en zwart en zat er op elk van beide banken een Spaanse coach.