Deze zomer wordt hij 50, een getal dat hem doet huiveren, bekent Bruno Versavel. 'Ik voel het aan mijn lichaam', schuddebolt de voormalige Rode Duivel. Het rebelse diamantje blinkt nog steeds in zijn linkeroor, net zoals dat het geval was in zijn topjaren bij KV Mechelen en Anderlecht begin jaren negentig, toen hij met zijn raids van de linkerflank dikwijls een slagveld maakte. 'Ik ging altijd recht naar de goal', zegt Versavel daarover. 'Ik liep zelfs sneller met de bal dan zonder. Raar hé.'
...

Deze zomer wordt hij 50, een getal dat hem doet huiveren, bekent Bruno Versavel. 'Ik voel het aan mijn lichaam', schuddebolt de voormalige Rode Duivel. Het rebelse diamantje blinkt nog steeds in zijn linkeroor, net zoals dat het geval was in zijn topjaren bij KV Mechelen en Anderlecht begin jaren negentig, toen hij met zijn raids van de linkerflank dikwijls een slagveld maakte. 'Ik ging altijd recht naar de goal', zegt Versavel daarover. 'Ik liep zelfs sneller met de bal dan zonder. Raar hé.' Hij oogt verdacht scherp voor iemand die tien jaar geleden adieu zei aan zijn statuut als profsporter. Na zijn vertrek bij tweedeklasser KV Turnhout in 2007 is sport dan ook altijd een fundamenteel onderdeel van zijn leven gebleven. Thaiboksen bijvoorbeeld. Elke woensdag begeeft hij zich naar de boksclub, tot voor kort zelfs twee tot drie keer per week. 'Vóór mijn voetbalcarrière deed ik ook al aan traditioneel boksen, met mijn broer Patrick (ex-prof bij Lokeren en KV Mechelen, nvdr). Bij thaiboksen mag je je knieën gebruiken. Ik vecht geen kampen. Dat was aanvankelijk wel de bedoeling, tot ik een onverwacht aanbod kreeg uit tweede provinciale. Door een gebrek aan voorbereiding zou het te risicovol geweest zijn om dan in de boksring te stappen.' Hij beperkt zich daarom tot trainen. 'Heel intensief, vooral voor de buik- en armspieren. Je leert waar de zwakke plekken liggen: de lever bijvoorbeeld is zeer kwetsbaar. Die moet je goed beschermen. Het gevechtsaspect ervan boeit me echter weinig, ik doe het vooral om in vorm te blijven.' Tot twee jaar geleden speelde hij ook nog in het provinciale voetbal, als diepe spits van VK Linden. Al was dat voornamelijk omdat er nog centen te verdienen vielen. 'Ik ben twintig jaar te vroeg geboren. Met de bedragen die er nu verdiend worden... jongens toch! Misschien had ik dan niet zo lang gevoetbald', zegt hij eerlijk. Het gesprek vindt plaats in het rustieke café Bij den baas, op het marktplein van zijn geboortestad Diest. Ruim zeven jaar baatte hij dit etablissement uit samen met zijn echtgenote Véronique, tot hij afgelopen zomer besefte dat het leven in de horeca niets voor hem is. Sindsdien richt Versavel zich volledig op een trainerscarrière. Hij is in het bezit van een UEFA A-diploma, voldoende om ooit als hulptrainer in eerste klasse aan de slag te gaan, laat hij weten. De stiel leren doet Versavel nu bij het bescheiden Moedige Duivels Halen, waarmee hij twee weken geleden nipt de promotie naar eerste provinciale miste. Hij heeft in de loop van zijn carrière van heel wat gereputeerde trainers mogen stelen, maar de beste die hij ooit had, zegt hij, is de betreurde Guy Thys: 'Een vaderfiguur voor iedereen.' Met hem als bondscoach beleefde de jonge Versavel het WK van 1990 in Italië. Vier jaar later op het WK in de VS was hij er niet bij en zat zijn interlandcarrière er al op. Slechts één keer trok hij het nationale shirt nog aan, in juni 1995 tegen Macedonië. Hij scoorde, maar de teller bleef steken op (slechts) 28 caps en 4 goals. Een smet op zijn carrière, vindt de linkspoot ook nu nog. 'Tussen mij en bondscoach Paul Van Himst klikte het niet. Ik had nochtans de hele voorbereiding op het WK in de VS meegedaan en dan plots liet hij me thuis. Daar kreeg ik een serieuze patat. In diezelfde periode is mijn eerste dochter geboren, dat sleurde mij erdoor.' Twee dochters heeft hij, 20 en 23 jaar. Ook zij palmden wel wat van zijn tijd (en budget) in de voorbije jaren. 'Ik zat vaak met hen in de manege, maar hun passie voor de paardensport is voorbij. Gelukkig maar, want het is een dure affaire', grijnst hij. Voetballen doet hij nu enkel nog bij de veteranen van Hezerheide Schaffen, samen met zijn broer Patrick. Ongelooflijk eigenlijk dat Bruno Versavel na een carrière van meer dan twintig jaar profvoetbal nog steeds over de motivatie en de fysieke paraatheid beschikt om op een voetbalveld te staan. De meeste van zijn generatiegenoten kampen met kapotte knieën of verhakkelde enkels. Zijn geheim? Siësta's. Versavel: 'Ontstoken patellapees, gescheurde meniscus, kuitbeenbreuk, ... ik heb het allemaal gehad, maar ik herstelde altijd goed van die operaties. Ik nam voldoende rust. Na de middag een dutje, dat ben ik heel mijn carrière blijven doen.' Slechts één periode in zijn spelersloopbaan was hij de liefde voor het voetbalspelletje even kwijt, in de twee seizoenen dat hij eerst bij Perugia en vervolgens het Zwitserse Lugano actief was. Waarom is hij dan ook in godsnaam na topjaren bij Anderlecht naar tweedeklasser Perugia getrokken, werpen we op? Versavel: 'Maar ik dacht dat ik naar de Serie A zou gaan! Ik herinner me het nog goed: op dezelfde dag dat wij met Anderlecht de bekerfinale tegen Germinal Ekeren speelden, moest Perugia - waar ik eerder al getekend had, hun voorzitter was steenrijk - voor het behoud strijden. Wij verloren en toen ik van het veld liep, deed mijn makelaar in de tribune het teken dat Perugia óók verloren had. Ik zou in de Italiaanse tweede klasse gaan spelen. Twee opdoffers op één dag.' Het voordeel van die passage in Perugia: het leverde hem leuke anekdotes op die hij nu met plezier kan vertellen op café. 'Ik was er aanvoerder en goed bevriend met de jonge Marco Materazzi.Dat incident met Zinédine Zidane op het WK 2006 heeft me niet verbaasd, ook op training was Materazzi al een beest. Om zichzelf op te peppen voor de wedstrijd sloeg hij met de noppen van zijn voetbalschoen op zijn hoofd. Gene gewone. Maar als ik erop terugkijk, is die keuze voor Perugia het enige dat ik anders zou doen. Ik had toen ook aanbiedingen uit Spanje en Duitsland. Het is nu zo, je moet daar achteraf niet om wenen.' door Matthias Stockmans - foto Koen Bauters