Achtentwintigduizend euro, dat is het bedrag dat K. Sporting FC Haren (opgericht in 1945) incasseerde toen Nabil Dirar in 2012 van Club Brugge naar AS Monaco getransfereerd werd. Dirar is de bekendste naam die in de jeugd van Haren voetbalde. Afgelopen zomer ruilde de middenvelder het Monegaskische prinsdom in voor het Turkse Fenerbahçe; op het secretariaat van FC Haren zijn ze opnieuw aan het rekenen gegaan. 'Onze gerechtelijk correspondent is nu volop bezig met het samenstellen van een dossier om die opleidingscompensatie te ontvangen, ' legt clubvoorzitter Willy Simon uit. Voor een vierdeprovincialer zijn dit welgekomen centen, want met amper supporters, geen grote sponsors en een kleine cafetaria is het moeilijk overleven, vertelt hij. 'Maar enkel als een ex-speler naar het buitenland gaat, krijg je daarvoor geld. Van zijn transfer naar Club Brugge hebben we dus niets gezien.'
...

Achtentwintigduizend euro, dat is het bedrag dat K. Sporting FC Haren (opgericht in 1945) incasseerde toen Nabil Dirar in 2012 van Club Brugge naar AS Monaco getransfereerd werd. Dirar is de bekendste naam die in de jeugd van Haren voetbalde. Afgelopen zomer ruilde de middenvelder het Monegaskische prinsdom in voor het Turkse Fenerbahçe; op het secretariaat van FC Haren zijn ze opnieuw aan het rekenen gegaan. 'Onze gerechtelijk correspondent is nu volop bezig met het samenstellen van een dossier om die opleidingscompensatie te ontvangen, ' legt clubvoorzitter Willy Simon uit. Voor een vierdeprovincialer zijn dit welgekomen centen, want met amper supporters, geen grote sponsors en een kleine cafetaria is het moeilijk overleven, vertelt hij. 'Maar enkel als een ex-speler naar het buitenland gaat, krijg je daarvoor geld. Van zijn transfer naar Club Brugge hebben we dus niets gezien.' Een tweede bekende naam in de geschiedenis van de Brusselse club is die van Herman Van Holsbeeck. De Anderlechtmanager was er speler, jeugdtrainer en trainer van de eerste ploeg, maar van die generatie schiet er niemand meer over op de club. De banden zijn doorgeknipt. Elke dag begeeft Willy Simon (54) zich na zijn werkuren als magazijnier op de militaire basis in Melsbroek naar het nabijgelegen Haren, waar hij de lokale voetbalclub runt. Cafetaria, secretariaat, materiaalbeheer, organisatie, administratie en soms zelf stand-in scheidsrechter: Willy doet het allemaal. Onbezoldigd. Hoe hij dat combineert met een gezinsleven? Simpel: 'Mijn vrouw en familie werken ook voor de club', lacht Willy Simon. Hij is een echte Brusselaar, perfect tweetalig met een amusante mix van verfranste woorden en lokaal dialect. FC Haren staat ingeschreven bij de Vlaamse voetbalfederatie, maar geniet ook steun van de stad Brussel, die onder meer investeerde in een kunstgrasveld en nieuwe kleedkamers. Samen met het naburige Diegem Sport maakt dat van de bescheiden vierdeprovincialer een curiosum in het Vlaams-Brabantse voetballandschap. De grote meerderheid van de leden is wel Franstalig, moet Simon bekennen. De keuze voor de Vlaamse voetbalbond was er een uit opportunisme (meer subsidies te rapen dan bij de Waalse federatie), maar wordt sindsdien bestendigd vanuit een soort idealisme. 'We stimuleren het om Nederlands te spreken op de club en ik merk dat de nieuwe generatie Brusselaars daarin meegaat', vertelt de voorzitter. 'De ouders, meestal enkel Franstalig, komen zelf vragen om zo veel mogelijk Nederlands te gebruiken tijdens de trainingen.' In de toiletten van de cafetaria en aanpalende sporthal (eigendom van de stad Brussel) hangt een handleiding in wel twintig talen. Het illustreert de bonte verzameling nationaliteiten bij deze Brusselse club. Ook op de clubwebsite valt het meteen op: iedereen welkom en no to racism staat er nadrukkelijk op de homepage. Simon: 'Het merendeel van onze leden komt uit Molenbeek, Schaarbeek, Vilvoorde en Evere. Veelal mensen van allochtone afkomst, maar meer vrijdenkend en geëngageerd dan vroegere generaties. Onze jongste ploegen, van U8 tot U15, kunnen rekenen op ouders die inspringen voor sponsoring of begeleiding. Heel mooi om zien. Het verschil met de generaties U19 tot U21 is groot: die jongens komen met dure wagens naar de training maar lidgeld betalen kan dan weer niet. Die mentaliteit trekt zich ook door naar onze eerste ploeg. Als er Champions League op tv is, zie je de helft van de ploeg niet op training. En pas op, die mannen worden daarvoor betaald, hein. Niet veel, 40 euro voor een overwinning, 15 euro voor een gelijkspel, maar het is iets en er zou toch ook zoiets als eergevoel moeten meetellen.' De voorzitter schudt het hoofd, maar herpakt zich. Hij trekt zich op aan de jongere generatie. Daarvoor doet hij dit. De club overleeft bij gratie van de inspanningen van familie en ouders. Naar de eerste ploeg, die momenteel onderaan het klassement bengelt, komt er amper volk kijken. 'Soms zelfs helemaal niemand', erkent conciërge Cécile, in een verleden zelf nog keeper bij de inmiddels opgedoekte vrouwenploeg van FC Haren. De cafetaria genereert amper inkomsten. Voor veel Brusselse gezinnen is de voetbalpassie van zoonlief een (te) dure hobby. Willy Simon knikt: 'Vorig seizoen kostte een jaar voetbal 300 euro, inclusief een trainingspak. Sommige ouders lieten mij weten dat dat niet lukte voor hen. Dit jaar vragen we 250 euro. En ze kunnen via de stad Brussel sportcheques aanvragen, waarmee ze 100 euro kunnen recupereren. Alleen moeten ze dat geld wel eerst voorschieten en een dossier indienen. Dat gebeurt zelden.' Ondanks de bonte mix aan nationaliteiten, talen en religies, beweert Willy Simon amper incidenten te kennen binnen zijn club. Je mag je ook niet te snel laten ontmoedigen door kleine teleurstellingen, geeft hij toe. 'Vorig seizoen hebben we een jongen van onze eerste ploeg betrapt terwijl hij stal uit onze cafetaria. Ik begreep dat echt niet. Zijn ouders kwamen me nog opzoeken om hem te verdedigen, maar zo iemand vliegt er meteen uit.' Het thema noopt ons om de voorzitter toch even te herinneren aan 2004, toen FC Haren jammer genoeg de nationale media haalde door een scholierenteam dat de tegenstanders van Maccabi Schaarbeek racistisch bejegend had. De Harense ploeg werd een heel seizoen geschorst (en later ook opgedoekt door de club zelf). Simon gaat het onderwerp niet uit de weg, maar nuanceert: 'Na een gemene tackle van een van hun spelers werd er wat heen en weer geroepen. Onze spelers krijgen even vaak minder leuke bijnamen naar hun hoofd geslingerd. Als dat er echt over gaat, verlang ik dat ze dat komen melden bij mij, maar ze moeten niet voor het minste komen janken.' Simon steigert bij de hypocrisie als het op racismebestrijding aankomt. 'Een scheidsrechter - een bondsvertegenwoordiger dus - verkocht in onze cafetaria racistische praat over mijn spelers. Ik heb dat gerapporteerd aan de Vlaamse voetbalfederatie. Weet je wat er gebeurde? Ik kreeg een schorsing omdat ik een collega-scheidsrechter in slecht daglicht stelde, toen heb ik mijn scheidsrechtersbadge onmiddellijk ingeleverd. Het hoefde niet meer voor mij, ook al floot ik zelf in bevordering.' Lovenswaardig wat mensen als Willy Simon al jaren (in zijn geval sinds 2000) aan een stuk op vrijwillige basis doen om een heterogene gemeenschap, zoals in onze hoofdstad, bijeen te houden of te brengen. Op het moment dat we afscheid nemen, komt een sjofel geklede man - allochtoon, licht beschonken en met een plastic Aldizak in de hand - de cafetaria binnen gestuikt om te melden dat een Renault Clio op de parking de handrem is vergeten aan te trekken. Hij heeft de wagen met eigen handen teruggeduwd. 'Kijk, ' glundert Willy Simon, 'dat bedoel ik. Die 'vreemden' zijn de kwaadste niet.'