De doodstrijd van zijn ex-club valt Gert Cannaerts bijzonder zwaar. "Ik ben dan wel geboren en opgegroeid in Herentals, waar ik nog dagelijks kom om te werken, en ik woon in Balen, maar toch voel ik me helemaal Lommelaar", vertelt hij. "Lommel is een fantastische gemeente met tal van mogelijkheden en in de zomer overal volle terrasjes. In Lommel lijkt het altijd vakantie. De mensen zijn me er ook niet vergeten. Op straat word ik nog altijd herkend en aangesproken, maar met het voetbal is het er duidelijk de verkeerde kant op gegaan. Toch is het faillissement ook voor mij als een volslagen verrassing gekomen. Je hoort links en rechts wel dat er problemen zijn, maar als de club op een bepaald moment toch nog twee serieuze transfers doet, zoals met Nygaard en Zubek, denk je dat de hele situatie wat overdreven is. Toen het twee maanden later wel plots gedaan was, gaf me dat een h...

De doodstrijd van zijn ex-club valt Gert Cannaerts bijzonder zwaar. "Ik ben dan wel geboren en opgegroeid in Herentals, waar ik nog dagelijks kom om te werken, en ik woon in Balen, maar toch voel ik me helemaal Lommelaar", vertelt hij. "Lommel is een fantastische gemeente met tal van mogelijkheden en in de zomer overal volle terrasjes. In Lommel lijkt het altijd vakantie. De mensen zijn me er ook niet vergeten. Op straat word ik nog altijd herkend en aangesproken, maar met het voetbal is het er duidelijk de verkeerde kant op gegaan. Toch is het faillissement ook voor mij als een volslagen verrassing gekomen. Je hoort links en rechts wel dat er problemen zijn, maar als de club op een bepaald moment toch nog twee serieuze transfers doet, zoals met Nygaard en Zubek, denk je dat de hele situatie wat overdreven is. Toen het twee maanden later wel plots gedaan was, gaf me dat een heel onbehaaglijk gevoel. In mijn tijd was Lommel een gezellige familieclub die met hart en ziel werd geleid door apotheker Jean Vreys zaliger. Toch ben ik er dit seizoen amper twee keer geweest. Dat was nog in de periode dat mijn goeie vriend Harm van Veldhoven er trainer was. Toen al zag je na de wedstrijd mensen op de receptie die niks met de club te maken hadden. De echte bezielers, voor zover die er nog waren, bleken plots niet meer welkom te zijn." Gert Cannaerts was in de jaren negentig samen met aanvoerder Van Veldhoven het gezicht van Lommel. In totaal speelde hij twaalf jaar voor de Noord-Limburgse club, waarvan zeven onafgebroken in de hoogste klasse. Met zijn 81 goals, waarvan de helft met het hoofd, leverde hij vaak een belangrijke bijdrage tot het behoud. " Wie zakt er samen met Lommel ?, schreven de kranten in ons eerste seizoen in eerste. Dat prikkelde ons enorm en een thuiszege tegen Racing Genk op de laatste speeldag hield ons uiteindelijk in eerste." Maar er waren ook ontgoochelingen. Zo miste de club in 1996 op een haar na Europees voetbal. "We stonden met 1-3 voor op Lokeren, Anderlecht piste er op dat moment naast," grijnst Cannaerts, "maar uiteindelijk kregen we op Daknam nog twee goals binnen waarvan één in de laatste seconde. Geen Europees voetbal, wel een fameuze kater voor wat wellicht beste lichting was die Lommel ooit heeft gehad : Jacky Mathijssen, Kahli Fadiga, Jochen Janssen, Mark Hendrikx, Frank Machiels, Mirek Waligora, Tom Vandervee, ikzelf, en met Walter Meeuws als trainer. Het jaar nadien verlieten maar liefst negen spelers de club en toch stonden we nog één dag aan de leiding na 3-1-winst tegen Racing Genk. Heerlijk." Na zijn tweede jaar in eerste klasse nam Gert Cannaerts vijf jaar loopbaanonderbreking bij koekjesfabrikant De Beukelaer/Lu in Herentals om bij Lommel een profcontract te tekenen. Na een aanvaring met Jos Daerden die nogal breed in de pers werd uitgesmeerd, en na ook nog eens een blessure nam hij in mineur afscheid van de club waarmee hij zo vereenzelvigd werd. "Ik moest afscheid nemen in kostuum op het veld, niet in spelerstenue. Door de problemen met Daerden was ik niet echt meer gewenst. Bovendien was ik in mijn laatste contractjaar geblesseerd. Bij een operatie aan de meniscus hadden ze teveel van mijn kraakbeen weggenomen, en ook de artrose in de heup brak mijn spelersloopbaan vroegtijdig af. Ik was nog maar 36. Gelukkig kon ik mijn werk in Herentals opnieuw opnemen, al viel dat aanvankelijk zwaar tegen. Na vijf jaar constant buiten lopen, zat ik plots weer tussen vier muren in een grote hangar tussen de koekjesdozen. Ik voelde me daar in het begin helemaal niet goed bij en wilde prompt ander werk gaan zoeken."Ik heb bij Lu een job als reserve-heftruckchauffeur. Dat betekent rondrijden als er iemand ziek is. Maar er werkt zoveel volk bij ons dat er altijd wel iemand ziek is. Op zich is het helemaal geen slechte job, maar ik wil opnieuw naar buiten. Hulptrainer bij een tweede- of eersteklasser zegt me echt wel wat. Ik heb in bevordering toch al wat ervaring kunnen opdoen en het bevalt me. Maar één ding moet ik zeggen : sjotten is veel plezanter. Ze zeggen dat ik een rustige trainer ben. Zo ben ik ook altijd geweest als speler. Nooit veel van zeggen, dat hebben jullie in de interviews ook wel vastgesteld. "Ik leid nu wel een veel drukker leven dan toen ik nog gewoon voetballer was. Om half vijf ben ik wel thuis van het werk, maar om kwart over zes vertrek ik alweer naar de training bij Leopoldsburg. Op maandag en woensdag ben ik vrij. Er moet echt veel meer geregeld worden dan vroeger. Dus, wat mij betreft terug : graag voltijds in het voetbal. En liefst van al zou ik met het nieuwe Lommel een nieuwe start nemen."door Stefan Van Loock'Liefst van al zou ik met het nieuwe Lommel een nieuwe start nemen.'