Op een haast lyrische manier praatte Herman Van Holsbeeck vorige week tijdens een bezoek aan deze redactie over John van den Brom. Het klonk bijna als een liefdesverklaring. Puur cijfermatig bekeken is dat vreemd: Anderlecht haalt na 20 competitiewedstrijden slechts drie punten meer dan vorig seizoen, terwijl het toen wel en nu niet Europees overwinterde. Maar veel heeft te maken met de attitude van de Nederlander. Hoewel hij altijd een zekere afstandelijkheid bewaart, is Van den Brom een man van de open communicatie. Hij blijkt flexibel, stuurt bij waar het moet, zoekt niet naar verontschuldigingen en is vooral niet bevangen door de verzuring die Ariël Jacobs vorig seizoen dreigde te achtervolgen.
...

Op een haast lyrische manier praatte Herman Van Holsbeeck vorige week tijdens een bezoek aan deze redactie over John van den Brom. Het klonk bijna als een liefdesverklaring. Puur cijfermatig bekeken is dat vreemd: Anderlecht haalt na 20 competitiewedstrijden slechts drie punten meer dan vorig seizoen, terwijl het toen wel en nu niet Europees overwinterde. Maar veel heeft te maken met de attitude van de Nederlander. Hoewel hij altijd een zekere afstandelijkheid bewaart, is Van den Brom een man van de open communicatie. Hij blijkt flexibel, stuurt bij waar het moet, zoekt niet naar verontschuldigingen en is vooral niet bevangen door de verzuring die Ariël Jacobs vorig seizoen dreigde te achtervolgen. Daarnaast verricht Van den Brom uitstekend werk. Hij liet jongeren als Dennis Praet en Massimo Bruno doorstromen, zag Dieumerci Mbokani helemaal opleven en de ploeg bij vlagen sprankelend voetballen, het makke spel van zondag tegen OHL ten spijt. Tot een paarse revolutie, zoals sommigen wat al te euforisch roepen, heeft dat nog niet echt geleid, maar voor een goed gevoel zorgt Van den Brom duidelijk wel. Met veel zorg voor het eigen patrimonium en niet bang om delicate knopen door te hakken zoals Roland Juhász ervoer. Dezelfde ingrepen heeft ook Juan Carlos Garrido zonder het minste spatje twijfel bij Club Brugge doorgevoerd. Terwijl Georges Leekens zelfs met bijna 30 jaar trainerservaring het zwalpende schip niet rechttrok, had de Spanjaard een goeie maand nodig om tot verbijstering van de groep de bezem door de kern te halen. Na de aanstelling van Garrido vroeg Hein Vanhaezebrouck zich nog schamper af waarom er steeds weer voor buitenlanders wordt gekozen, maar juist dat soort kordate chirurgische correcties moet de Belgische trainer voor de spiegel doen staan. Voor de meeste buitenlandse coaches is de kortste weg tussen twee punten een rechte lijn. Ze houden, zoals ook Mircea Rednic bij Standard toont, geen rekening met gevoeligheden en drukken ook daardoor sneller hun stempel. En vooral: ze zijn naar de buitenwereld toe veel minder wantrouwig, zeuren minder over vermeende arbitrale dwalingen en wringen zich niet in allerhande bochten om langs hete hangijzers heen te glippen. Toen Cercle Brugge anderhalve week geleden tegen OH Leuven speelde, hekelde Foeke Booy achteraf op de persconferentie het gedrag van de speler die na een strafschopfout de tegenstander een kaart probeerde aan te smeren en zelf geel kreeg. Dat, sprak Booy streng en geïrriteerd, kon hij niet aanvaarden. Zonder de naam uit te spreken doelde hij op Bernt Evens. Dat was ongezien want de soms te drieste manier van voetballen van de linksachter had tot dan niemand openlijk aan de kaak gesteld. Geen zalvende woorden zoals Belgische trainers dat in dat soort omstandigheden te vaak doen. Het heeft te maken met onze volksaard. Je merkt het ook aan de batterij van analisten die in de media worden opgevoerd. Vaak praten ze met de handrem op. Door de jaren heen zijn het steeds weer buitenlandse trainer geweest die ons voetbal innoveerden. Ernst Happel was de eerste die bij Club Brugge de buitenspelval als offensief wapen gebruikte, en Tomislav Ivic posteerde centraal achteraan twee goeie voetballers omdat hij vond dat daar de ruimte lag om met de opbouw te starten. Zelfs Arie Haan, beïnvloed door het avant-gardistische voetbal dat Ajax destijds serveerde, verbaasde door bij Standard als allereerste de twee centrale verdedigers, André Cruz en Stéphane Demol, op één lijn te laten opereren en ronduit ongewoon was de zeer provocatieve manier waarvan Aad de Mos zich bij KV Mechelen bediende. Hij bracht de ploeg zo bluf en branie bij. Grote trainers heeft België op dit moment niet. En degenen die misschien wel het potentieel bezitten, zoals Michel Preud'homme of Erik Gerets, begraven zich liever in de woestijn. Ver weg van de Europese bühne. Zo blijft Raymond Goethals de eerste en de laatste die destijds, bij Olympique Marseille, even van de top proefde. En zo blijven vooral Belgische topclubs voor het trainerschap over de grenzen zoeken. Hopend op een witte merel die ze hier niet vinden. Zoals John van den Brom, die pas echt in beeld kwam toen een andere buitenlander, de Duitser Ralf Rangnick, voor de eer bedankte. DOOR JACQUES SYSJohn van den Brom geeft iedereen een goed gevoel.