Onze volgende culture club vinden we in het noordwesten van Engeland, in Lancashire, een bastion van het Engels voetbal en van de Industriële Revolutie die het land in de negentiende eeuw dooreen schudde. Meer bepaald in Burnley, langs de snelweg tussen Manchester en Leeds, aan de rivieren de Brun en de Calder.
...

Onze volgende culture club vinden we in het noordwesten van Engeland, in Lancashire, een bastion van het Engels voetbal en van de Industriële Revolutie die het land in de negentiende eeuw dooreen schudde. Meer bepaald in Burnley, langs de snelweg tussen Manchester en Leeds, aan de rivieren de Brun en de Calder. Net als de hele regio heeft ook Burnley geleden onder de sluiting van de mijnen en de neergang van de textielindustrie, maar in tegenstelling tot andere steden heeft Burnley flink de mouwen opgestroopt en ontving het in 2013 de prijs voor de meest ondernemende stad van Engeland. Er bevindt zich in Burnley nog een relict uit de negentiende eeuw, die voor de stad erg succesvol was: Turf Moor, het voetbalstadion dat zich al sinds 1883 staande houdt. Daar speelt sindsdien, zonder de minste onderbreking, Burnley Football Club. Na een tweede plaats vorig jaar in The Championship speelt Burnley dit seizoen weer bij de Engelse elite. Wie de Premier League volgt sinds de oprichting in 1992 kan niet anders dan concluderen dat Burnley een dwerg is. Een dinosaurus van het Engels voetbal ook, want een van de medeoprichters van de eerste competitie in 1888. Op het palmares prijken twee titels (1920 en 1960) en één FA Cup (1914). Uit die periode blijft er uiteraard niet veel over. Tenzij Turf Moor, een van de weinige stadions waarbij de spelerstunnel en de kleedkamers zich achter een van de doelen bevinden. Enkele namen doen heel misschien een belletje rinkelen. De straat die naar het stadion leidt, draagt de naam van Harry Potts, die in 1960 de laatste titel schonk aan de Clarets (het Britse woord voor 'wijnrood', verwijzend naar de kleuren bordeaux en blauw, die in 1910 gekozen werden naar het voorbeeld van Aston Villa, de dominante club in die tijd). Een van de tribunes werd vernoemd naar Jimmy McIllroy, een geniale middenvelder uit de jaren vijftig en zestig. Aan de muren in het stadion hangen nog vergeelde foto's van de ploeg van 1967, die de kwartfinales van de Europacup bereikte. Dat verleden zorgt nu nog altijd voor een harde kern van supporters. Toen vorig jaar een jonge fan overleed, passeerde de rouwstoet langs het stadion, waarbij het personeel, de staf en de spelers een erehaag vormden en een laatste groet brachten. Sinds de degradatie van 1976 wisten de Clarets nog maar één keer naar het hoogste niveau terug te keren, in het seizoen 2009/10. Dat betekent dat Burnley dit seizoen dus zogoed als een echte nieuwkomer is. De voorbije decennia klom en daalde de slapende reus doorheen de lagere afdelingen, zodat die samen met Wolverhampton en Preston de enige club is met een titel in de hoogste vier afdelingen. Een wapenfeit om trots op te zijn. DOOR STÉPHANE VANDE VELDE