Het was kenschetsend in Suzuka, waar het voorbije weekend de op twee na laatste F1-race van het seizoen werd gereden. Donderdag, traditionele dag voor interviews, persconferenties en voorbeschouwingen, zat iedereen nog te cijferen. Het klassieke spelletje " Jenson Button wereldkampioen als ...", dat soort dingen. Alsof iedereen ervan uitging dat het in Suzuka zou gebeuren voor Button. Maar drie dagen later, na de race en de overtuigende overwinning van Sebastian Vettel, maar vooral ook de zoveelste ontgoochelende pres...

Het was kenschetsend in Suzuka, waar het voorbije weekend de op twee na laatste F1-race van het seizoen werd gereden. Donderdag, traditionele dag voor interviews, persconferenties en voorbeschouwingen, zat iedereen nog te cijferen. Het klassieke spelletje " Jenson Button wereldkampioen als ...", dat soort dingen. Alsof iedereen ervan uitging dat het in Suzuka zou gebeuren voor Button. Maar drie dagen later, na de race en de overtuigende overwinning van Sebastian Vettel, maar vooral ook de zoveelste ontgoochelende prestatie van Button (pas achtste), hing een heel andere stemming in de paddock. "Zoals het er nu uitziet, begint zijn titel aan een zijden draadje te hangen", zei de vroegere teambaas Eddie Jordan, tegenwoordig consultant bij de BBC. "Als hij wereldkampioen wordt - en die kans is groot - dan gaat hij de geschiedenis niet in als een topcoureur, maar gewoon als een van de vele F1-rijders die ook eens kampioen werden", schreef The Independent. Het heeft niets te maken met de figuur Button, maar alles met de prestaties van de man. Sinds de Grote Prijs van Turkije begin juni, overigens de laatste koers die hij won, reed de Brit geen meter meer aan de leiding. Meer zelfs: hij maakte er een gewoonte van om zich zowel in de kwalificaties als in de race te laten kloppen door zijn teamgenoot Rubens Barrichello. Hoe dat komt is moeilijk met zekerheid te zeggen. Misschien zit Button sinds halverwege het seizoen, toen zijn Brawn-Mercedes met de komst van kouder weer niet langer onoverwinnelijk bleek, al te zeer te rekenen achter het stuur. Wat overigens zijn volste recht is maar niet bepaald de weg plaveit naar de galerij der groten. Al evenzeer mogelijk is dat Button inderdaad geen absolute top is, maar gewoon een goede coureur die kan winnen als hij topmaterieel in handen krijgt, zoals in de eerste helft van het seizoen. Maar niet de nodige bagage en talent heeft om rond de euvels van een minder perfecte machine heen te rijden, zoals Ayrton Senna, Michael Schumacher, Fernando Alonso of Lewis Hamilton dat wel deden of kunnen. Het enige wat met zekerheid gesteld kan worden, is dat het krediet van Button op lijkt. Niet in het minst in zijn team, waar hij maar geen financieel vergelijk vindt voor volgend seizoen. Button zou zijn salaris van 5 miljoen euro verdubbeld willen zien als hij wereldkampioen wordt, maar die brug wil teambaas Ross Brawn niet over. Temeer omdat hij een door Mercedes gesponsorde Nico Rosberg kan krijgen, en met die goedkope Barrichello de geknipte nummer twee al heeft. In Suzuka zei Ross Brawn zelfs dat het niet uitgesloten is dat Jenson Button het team straks verlaat, wereldkampioen of niet. In de formule 1 geldt dan ook meer dan elders de genadeloze wet dat je maar zo goed bent als in je recentste koers ... DOOR jo bossuyt