Doorgaans herinnert een voetbalfan zich waar hij voor het eerst live een wedstrijd in de nationale voetbalafdelingen bijwoonde. Dat was in het voorjaar van 1980, toen VK Ninove in vierde klasse A Excelsior Mouscron ontving (eindstand 2-2). Ninove werd dat seizoen vierde. Moeskroen, net gepromoveerd uit provinciale, eindigde zesde in een reeks met verder RSC Pâturageois, Dottenijs Sport, RS Lauwe, FC Sint-Martens-Latem en US Tournai.
...

Doorgaans herinnert een voetbalfan zich waar hij voor het eerst live een wedstrijd in de nationale voetbalafdelingen bijwoonde. Dat was in het voorjaar van 1980, toen VK Ninove in vierde klasse A Excelsior Mouscron ontving (eindstand 2-2). Ninove werd dat seizoen vierde. Moeskroen, net gepromoveerd uit provinciale, eindigde zesde in een reeks met verder RSC Pâturageois, Dottenijs Sport, RS Lauwe, FC Sint-Martens-Latem en US Tournai. Elf jaar later stonden beide ploegen opnieuw tegenover mekaar, in derde klasse. Ninove werd laatste, terwijl Mouscron net aan zijn opmars begonnen was en kampioen werd met in de rangen drie ex-spelers van Ninove. Die waren door trainer Walter Elegeert gehaald uit de ploeg waarmee hij met Ninove in 1984 vicekampioen werd in derde klasse (na Union). Niet evident, zo'n verhuis naar een 65 kilometer verderop gelegen vierdeklasser. In 1989 was met de inbreng van lokale industriëlen besloten dat Excelsior van vierde naar tweede klasse moest. Het project werd mee gedragen door burgemeester Jean-Pierre Detremmerie. Die was al sinds 1969 actief in de club en werd in 1987 voorzitter. Die functie gaf hij vijf jaar later door aan een industrieel die sinds 1982 sponsor was van de club: Filip Verbeke. Die woonde in het Waasland en was supporter van Club Brugge. In 1996 bracht Georges Leekens Les Hurlus naar eerste klasse. Er was ophef omdat Mouscron bij eindrondetegenstander KV Kortrijk het aanvalsduo Mbo en Emile Mpenza weghaalde, nadat het vader Mpenza - die in Moeskroen woonde - daar aan een job had geholpen. Bij de promotie werd het budget verdubbeld van één naar twee miljoen euro. Voor de topper tegen Anderlecht op de derde speeldag liep Le Canonnier, nog niet helemaal verbouwd, vol. Er daagden 9700 kijkers op, terwijl de officiële capaciteit 9100 plaatsen bedroeg. In de tribunes hoorde je evenveel Nederlands als Frans, in de faciliteitengemeente die op 1 september 1963 overgeheveld was van de provincie West-Vlaanderen naar Henegouwen. Bij Mouscron zat trainer Leekens die avond niet op de bank. Zijn vrouw Arlette was de week voordien getroffen door een hersenbloeding maar zijn ploeg werd dé revelatie in eerste klasse, onder impuls van de technisch bekwame middenvelder Dominique Lemoine. Dat de KBVB begin januari Leekens weghaalde om hem bondscoach te maken, kostte Moeskroen waarschijnlijk de titel. Op negen speeldagen voor het einde stond het nog alleen op kop, maar in de slotspurt klopte Lierse Club Brugge. Moeskroen werd derde, en speelde als nieuwkomer meteen Europees. Detremmerie was zich in een interview in dat eerste seizoen al bewust van het beperkte hinterland van zijn club in de grensstad met 55.000 inwoners: 'Te weinig om een eersteklasseclub in leven te houden. Daarom willen we een regionale club worden. Ideaal zou zijn: 25 procent uit Moeskroen, 25 procent uit Henegouwen, 25 procent uit West-Vlaanderen en 25 procent uit Noord-Frankrijk.' Die kwamen nooit, maar toen Moeskroen samen met Lierse voor zijn Europees debuut op Cyprus vertoefde, was het wel gezellig verbroederen tussen fans en pers van beide clubs. Voor de terugwedstrijd tegen Limassol lokte Moeskroen 12.000 man naar het Noord-Franse Villeneuve-d'Ascq. Dubbel zoveel als er in de eerste ronde op het kleinere Le Canonnier opdaagden waar FC Metz een maat te groot bleek. Intussen opende Moeskroen een modern opleidingscentrum voor de jeugd, Futurosport, en werd Le Canonnier met een nieuwe hoofdtribune uitgebreid. Bij een afspraak met Leekens' opvolger was het even zoeken voor je in de enorme ruimte helemaal achteraan Hugo Broos bijna verlegen voor zo veel ruimte en comfort in zijn trainersbureau hoorde zeggen. 'Loop maar door, ik zit hier!' Het sprookje stopte daar. Terwijl Detremmerie droomde van een budget van een miljard frank, 25 miljoen euro, evenveel als Anderlecht, volgden de fans en de extra inkomsten niet. De gezellige sfeer verdween en na nog een korte Europese campagne ging het bergaf tot de club in december 2009 failliet verklaard werd. Het stamnummer 224 werd geschrapt, er kwam een doorstart met vierdeklasser Péruwelz, maar de vonk van voorheen kreeg men niet meer terug, ook niet de voorbije jaren in eerste klasse. Profvoetbal op het hoogste niveau bleek even leuk, maar was voor de club te hoog gegrepen.