De Grote 8: Spanje is het achtste land dat de wereldbeker won. Iker Casillas, Andrés Iniesta, Xavi, David Villa en de anderen slaagden waar de grootste namen uit de voetbalgeschiedenis van het land faalden. Luis Arconada, Emilio Butragueño, Josep Guardiola, Fernando Morientes en Raúl hebben de wereldbeker nooit in de lucht gestoken.
...

De Grote 8: Spanje is het achtste land dat de wereldbeker won. Iker Casillas, Andrés Iniesta, Xavi, David Villa en de anderen slaagden waar de grootste namen uit de voetbalgeschiedenis van het land faalden. Luis Arconada, Emilio Butragueño, Josep Guardiola, Fernando Morientes en Raúl hebben de wereldbeker nooit in de lucht gestoken. Zondagavond laat verschenen twee Spanjaarden op de offi-ciële persconferentie na de match in de catacomben van Soccer City. Andrés Iniesta, man van de match en maker van het enige doelpunt, amuseert zich. Trainer Vicente Del Bosque blijft zichzelf: geen spoor van emotie. Op emoties hebben we lang moeten wachten in de finale. Dat was ook niet gemakkelijk als je naar een stuk kijkt waarin een van de twee acteurs een genadeloze beul is. Want dat is het kenmerk van het Nederland van Bert van Marwijk: ze zetten de voet, soms bikkelhard, om de tegenstander te beletten zijn spel te ontwikkelen. Het werkte meer dan 100 minuten, tot het verlossende schot van Iniesta. Oef, we zijn aan een onwaardige wereldkampioen ontsnapt! Meteen worden records neergepend en doen onwaarschijnlijke vergelijkingen de ronde. Spanje, dat zich sinds 1974 steeds plaatste voor de wereldbeker zonder ooit verder te geraken dan de kwartfinales, is het tweede land dat na het Europees kampioenschap meteen ook het wereldbekertoernooi wint - West-Duitsland deed het hen voor in 1972 en 1974. Spanje behoudt zijn goede gemiddelde: één nederlaag per jaar, niet meer. Het heeft in zijn voorbije 54 matchen slechts twee keer verloren. Nog een nieuw record: nog nooit werd een team wereldkampioen nadat het zijn eerste wedstrijd van het toernooi verloor. En dé vergelijking komt uit de mond van Pelé: "Dit Spanje heeft evenveel talent als het verschrikkelijke Brazilië dat in 1970 wereldkampioen werd." Wow. Deze titel is niet uit de lucht komen vallen. Er is zelfs een massa rationele verklaringen voor. Legendarische coach, uitzonderlijk talent, buitengewone persoonlijkheden, collectief van het merk Barça, historische rancunes opgeborgen, werkmethodes: zo word je wereldkampioen. Toen Vicente Del Bosque in 2008 de leiding over het team nam, vertoonde zijn opdracht alle kenmerken van een perfect waagstuk. Hij erfde de Europese kampioenen en verving Luis Aragonés, die een held voor het leven werd na de overwinning in Wenen tegen Duitsland. Del Bosque voerde geen grote veranderingen door in de kern, hij nam 15 Europese kampioenen mee naar Zuid-Afrika en tijdens zijn eerste twee jaren als coach introduceerde hij enkele nieuwe spelers die de pannen van het dak speelden. Twee van hen zijn nu wereldkampioen: Gerard Piqué en Sergio Busquets. Gedurende het hele toernooi hield hij helden van 2008 zoals Fernando Torres, David Silva en Cesc Fàbregas vaak op de bank. Omdat er in hun plaats betere spelers en/of spelers waren die meer in vorm bleken. Wat het spel betreft, heeft hij in Zuid-Afrika met twee concepten gejongleerd. Met Villa en Torres vooraan speelde hij in een 4-1-3-2. Als Torres aan de kant bleef, werd het een 4-3-3 zoals in de finale en in het merendeel van de andere matchen, met twee verdedigende middenvelders: Xabi Alonso en Busquets. Er kwam kritiek, maar de trainer legde die naast zich neer. Johan Cruijff zei: "Twee defensieve middenvelders opstellen is een rampzalige beslissing voor het hele Spaanse voetbal. Spanje heeft het EK 2008 gewonnen met één enkele verdedigende middenvelder: Marcos Senna. Er stonden twee gangmakers voor hem. Wanneer Del Bosque kiest voor een tandem Busquets-Xabi Alonso, begrijp ik het niet meer. Oké, het vuile werk dat zij opknappen is indrukwekkend en zij doen het hele team beter spelen, maar er zijn grenzen." Del Bosque heeft van Luis Aragonés een team overgenomen dat beslissend was op het EK en dat ook was op dit WK: Xavi en Iniesta waren de twee vrije elektronen die het merendeel van de aanvallen van de Roja schwung gaven. Joachim Löw, trainer van het in de halve finale geklopte Duitsland, denkt aan hen wanneer hij het volgende zegt: "Argentinië heeft één Lionel Messi, Spanje heeft er verscheidene." Wesley Sneijder afstoppen, vormde een van de sleutels van de finale: missie geslaagd. We hebben de geniale Hollander bijna niet gezien, want Busquets hing de hele wedstrijd aan zijn short. "Had ik hem de tijd gegeven om te denken, dan had hij goede ballen kunnen afleveren", aldus Busquets. "Vorig seizoen heeft hij bij Inter getoond dat hij verschrikkelijk begaafd en gevaarlijk is. Wij moesten hem het spelen beletten zodra hij de bal kreeg." Spanje heeft niet bijzonder veel gescoord om de wereldbeker te winnen, maar het heeft de concurrentie verpletterd wat de defensieve statistieken betreft. Twee tegendoelpunten slikken in zeven matchen, dat is geschiedenis schrijven. De tandem Busquets-Xabi Alonso op het middenveld zit daar voor iets tussen, maar de vijf mannen in hun rug nog voor veel meer. Doelman Iker Casillas kwam uit een middelmatig seizoen met Real, hij moest zich in de competitie 35 keer omdraaien. Toen de wereld-beker dichterbij kwam, waren er geruchten over een revolutie tussen de palen, de eeuwige tweede, Pepe Reina, zou een kans krijgen. Tussen Del Bosque en Casillas zou het geen grote liefde zijn. Zij wonnen samen nochtans twee nationale titels en twee Champions Leagues met Real, in een ander leven. Zodra de nieuwe trainer er was, leverde Casillas redelijk wat kritiek. Hij zei dat de verandering van stijl tussen de flamboyante Aragonés en de zeer afstandelijke Del Bosque te groot was. Aan het eind van de rit heeft Casillas een zeer goede wereldbeker achter de rug en was hij verbluffend in de achtste finale tegen Paraguay en daarna in de finale. Op dit toernooi beten de grootste aanvallers zich de tanden stuk op de Spaanse achterlinie. Cristiano Ronaldo, Miroslav Klose, Thomas Müller, Robin van Persie. Op rechts is Sergio Ramos de marathonloper van dienst, de man die bijna even vaak bij de rechthoek van de tegenstander terug te vinden is als bij zijn eigen rechthoek. Hij trekt voortdurend naar voren, maar doet dat niet gewoon om voorzetten uit te delen en zich dan vliegensvlug terug te plooien. Zelfs in de finale voerde hij op enkele meters van het Nederlandse doel erg gevaarlijke dribbels uit. In de as is er de baas van de verdediging, Carles Puyol, maker van het enige doelpunt in de halve finale tegen Duitsland. Hij zit binnenkort aan 100 wedstrijden bij LaRoja en vormt zowel in de selectie als bij Barcelona een steunpilaar. Deze Tarzan de La Pobla, verwijzend naar zijn geboortedorp, is een speciaal geval: een rasechte Catalaan die onofficiële wedstrijden speelt met de Catalaanse selectie, met een passie voor cultuur en de Tibetaanse godsdienst. Naast hem staat Gerard Piqué. Hij heeft Carlos Marchena opzijgezet, die nog titularis was op het EK. Hij is jong en debuteerde pas begin 2009 bij de nationale ploeg, maar men noemt hem nu al Piquenbauer of de Iberische Beckenbauer. Voor een verdediger heeft hij technische vaardigheden die ver boven het gemiddelde liggen. Links is het domein van Joan Capdevila, die de bijnaam Garrincha of Zidane meekreeg: een ironische verwijzing naar zijn beperkte technische mogelijkheden. Voor de finale gaf Bert van Marwijk al toe dat het voetbal van Spanje zijn streefdoel met de Nederlandse ploeg is. "Iniesta en Xavi zijn geweldige middenvelders, Villa een fantastische spits. De bal gaat zo snel rond bij hen! Ik vind het geweldig dat we tegenover de ploeg staan die de voorbije jaren het mooiste voetbal heeft gebracht." Ottmar Hitzfeld, de bondscoach van Zwitserland, krijgt kippenvel bij het zien van het voetbal van "de magische driehoek Iniesta, Xavi en Xabi Alonso. Als je een artiest zoals Fàbregas op de bank kunt laten, zegt dat eigenlijk alles over de kracht van de spelerskern. Spanje is goed in elke linie. Ze denken altijd aan aanvallen, maar als er verdedigd moet worden, zijn er negen spelers die zich zonder mopperen terugplooien. De Spanjaarden doen alles in blok." Dat blok had evenwel een korte aanpassingsperiode nodig op het WK in Zuid-Afrika. De eerste wedstrijd tegen Zwitserland werd verloren. Vervolgens was er de overwinning zonder te overtuigen tegen Honduras en daarna volgde er een zege tegen Chili waar hard voor geknokt moest worden. In de achtste finale tegen Portugal waren er de eerste tekenen van beterschap. Ook de zege tegen Paraguay was felbevochten. De halve finale tegen Duitsland was de eerste echt goeie wedstrijd van La Furia Roja. Het was niet toevallig dat het tegen de Duitsers beter liep. Duitsland was de eerste ploeg die vrank en vrij speelde tegen Spanje. De legende wil trouwens dat het net na de verloren finale op het EK 2008 (0-1 tegen Spanje) was dat Joachim Löw opteerde voor een dominanter, aanvallender spel - naar het voorbeeld van Spanje. Tijdens de halve finale speelde Spanje voor het eerst op dit WK zoals het dat normaal gezien altijd doet: buitenaards mooi! Voor Xavi is er maar één manier om goed voetbal te brengen: "We geven alles vanaf de eerste minuut. We kunnen gewoon niet anders. Het zit in de genen van de Spaanse voetballers. Ik ben opgeleid bij Barcelona en daar leerden we aanvallend voetbal te spelen. Als je dan wint, ben je dubbel zo blij. Ik vraag me af hoe de Zwitsers zich voelden nadat ze van ons gewonnen hadden, terwijl ze alleen maar speelden om niet te verliezen. Ik vind het ronduit schandalig dat er zo veel teams op het WK kozen voor verdedigend voetbal." Van vijandigheid tussen de spelers van de grote Spaanse clubs is geen sprake meer. Er waren zeven spelers van Barcelona, vijf van Real Madrid en vier van Valencia bij de spelersgroep. Xavi zegt daarover het volgende: "De club waar we spelen, is van geen belang." Iker Casillas gaf al aan dat het Luis Aragonés was die de Spanjaarden er op wees dat ze bij de nationale ploeg de gevoeligheden van bij hun clubs naast zich moesten neerleggen. Aragonés nam in die optiek ook een belangrijke beslissing in de aanloop naar het EK 2008: hij selecteerde Realicoon Raúl niet omdat die niet al te goed overeenkwam met de spelers van Barcelona. "Vóór Aragonés was Spanje geen echte ploeg, nu zijn we als het ware familie." Van de vele toppers op het WK was alleen David Villa op de afspraak. Fernando Torres miste zijn WK volledig, al was dat niet echt een verrassing na een seizoen vol blessureleed. Toch bleef hij heel lang in de basis staan bij Spanje. De reden daarvoor is dat Del Bosque niet al te veel keuze heeft in de voorlinie. Villa was de op drie na beste schutter van de Primera División. De rest van de top vijf werd met Lionel Messi, Gonzalo Higuaín, Cristiano Ronaldo en Diego Forlán door vier buitenlanders vervolledigd. In de groep van Spanje was er na Torres en Villa alleen Fernando Llorente, Juan Manuel Mata, Jesus Navas en Pedro. En van die laatste vier kan alleen Llorente goede cijfers (14 doelpunten in de competitie) voorleggen. Tegen Duitsland werd Torres vervangen door Pedro. De nieuwkomer in de Spaanse basiself is al enige tijd de lieveling van het Barçapubliek en kreeg na zijn goede prestatie tegen Duitsland ook al de nodige complimenten van Johan Cruijff. Het voorbije seizoen scoorde alleen Messi meer dan Pedro bij Barcelona. Het feit dat een grootheid als Thierry Henry op de blank bleef voor de kleine Spanjaard, zegt ge-noeg. Het is ondertussen alom geweten dat de Fransen na het gemiste WK van 1994 - ze wisten zich niet te kwalificeren - het roer volledig omgooiden. Met het gekende succes op het WK in 1998 en het EK in 2000 tot gevolg. Dat deden ook de Spanjaarden na het EK 1996. Ze vatten toen een werk van lange adem aan, te beginnen in Bilbao. Javier Clemente wordt op dat moment de nieuwe bondscoach en brengt Iñaki Saez met zich mee. Saez was zowat zijn hele carrière trainer in het opleidingscentrum van Athletic Bilbao en Clemente leidde de Basken naar twee kampioenschapstitels. Angel María Villar, de voorzitter van de Spaanse voetbalbond, is zelf een voormalige international die bij Bilbao speelde en hij was de man die Saez en Clemente aanstelde. Villar vroeg Saez om te doen wat hij bij Bilbao op poten had gezet en legde hem niet de minste druk op. "Ik verwacht enkel resultaat op lange termijn", aldus Villar. Saez leidde de U20 naar de wereldtitel in 1999 en naar het zilver op de Olympische Spelen van 2000. Saez wordt later de bondscoach van Spanje op het WK 2002 en het EK 2004, waar Spanje telkens faalt. Saez is daarna bondscoach af, maar blijft zijn werk met de Spaanse jeugd verder zetten. Van bij zijn aanstelling heeft Saez geprobeerd om eenzelfde speelstijl in elke leeftijdscategorie te slijpen. De spelers worden dan ook geselecteerd op basis van een checklist van de volgende zes criteria: technische kwaliteiten, snelheid, maturiteit, persoonlijkheid, ambitie en mentale weerbaarheid. Saez liet zich voornamelijk inspireren door het Barcelona van Johan Cruijff. "Voetbal dat gebaseerd is op balbezit." De trainingen be-stonden grotendeels uit partijtjes balbezit op steeds kleinere ruimtes. Een andere prioriteit was: twee spelers in elke linie. De samenwerking tussen clubs en voetbalbond werd verbeterd, de infrastructuur vernieuwd en er werd intensiever dan ooit gescout. In elk van de negentien provincies creëerde men drie jeugdcategorieën (U14, U17, U18). Saez zei daar onlangs nog over dat het dankzij die vele jeugdcategorieën erg moeilijk is om een getalenteerde jeugdspeler door de mazen van het net te laten glippen. "De 57 trainers van die jeugdteams zijn de ogen van de Spaanse voetbalbond." En het spreekt voor zich dat de 23 Spaanse spelers van het WK 2010 een voor een deel uitmaakten van een of meerdere jeugdcategorieën. door pierre danvoyeAls je een artiest zoals Fàbregas op de bank kunt laten, zegt dat eigenlijk alles over de kracht van de spelerskern. Ottmar Hitzfeld Ik vind het ronduit schandalig dat er zo veel teams op het WK kozen voor verdedigend voetbal. Xavi