Eind maart was het, vlak na een fatale 1-0-nederlaag bij Crystal Palace. José Mourinho kreeg de vraag voorgelegd waarom Chelsea de landstitel had verspeeld. De Portugees glimlachte, zei dat hij dat met al die draaiende camera's niet rechtuit kon vertellen en pakte het notitieblokje van een verslaggever. Met vijf korte bewegingen schreef hij daarna op waar het volgens hem aan schortte. Eén simpel woord. Balls. Dat stond in kapitalen op het papiertje. Het ontbrak het team aan kloten. Aan winnaars met wie je veldslagen wint. Kerels. Met uitzondering van zijn verdedigers dan, voegde hij eraan toe. Die functioneerden als altijd perfect. Op hen was weinig aan te merken.
...

Eind maart was het, vlak na een fatale 1-0-nederlaag bij Crystal Palace. José Mourinho kreeg de vraag voorgelegd waarom Chelsea de landstitel had verspeeld. De Portugees glimlachte, zei dat hij dat met al die draaiende camera's niet rechtuit kon vertellen en pakte het notitieblokje van een verslaggever. Met vijf korte bewegingen schreef hij daarna op waar het volgens hem aan schortte. Eén simpel woord. Balls. Dat stond in kapitalen op het papiertje. Het ontbrak het team aan kloten. Aan winnaars met wie je veldslagen wint. Kerels. Met uitzondering van zijn verdedigers dan, voegde hij eraan toe. Die functioneerden als altijd perfect. Op hen was weinig aan te merken. Niet toevallig riep Chelseamiddenvelder Oscar deze zomer Branislav Ivanovic, Gary Cahill en John Terry bij zich, toen Diego Costa op zijn eerste dag informeerde naar de drie sterkste spelers uit de selectie. De spits had een boodschap voorbereid. In gebrekkig, maar hartverwarmend Engels en met gebalde vuist sprak de net gearriveerde aanvaller het trio toe: "I go into battle, you come with me", was de mededeling die hij uit zijn hoofd had geleerd. Terry hoorde het geamuseerd aan. Tegenover hem stond een vent met wie je onbevreesd de oorlog in kon. Dezelfde kerel die hem drie maanden eerder, in de Champions Leagueduels met Atlético Madrid, nog had uitgedaagd tot een intens gevecht van man tot man. Bij de vertraagde close-ups spatte het temperament toen van het televisiescherm. Ballen dus. Bij het huidige Chelsea, stevig koploper in de Premier League, in overvloed aanwezig. De meeste spelers zitten op dezelfde golflengte. Ze lopen met de borst vooruit het veld op en stralen uit dat van hen niet te winnen valt. John Terry voorop, nu alweer meer dan vijfhonderd wedstrijden de trotse aanvoerder van de Chelsea Football Club. Hij is kind, boegbeeld en leider van de West-Londense club. Een component van het Chelsea-DNA. Brug tussen de supporter en de Russische miljoenen. Een icoon ook van een uitstervende soort. Voetballers die een leven lang trouw blijven aan dezelfde ploeg worden haast niet meer geboren. Daarvoor zijn de verleidingen elders te groot geworden. Dat alleen al maakt John Terry een bezienswaardigheid. Op 7 december viert de stoere stopper zijn 34e verjaardag. Van wijken wil hij voorlopig niet weten. Onder Rafa Benítez verdween hij een tijd uit het basiselftal, kwam hij zelfs op een transferlijst te staan, maar zoals wel meer trainers vertilde de Spanjaard zich aan Terry's impact in de kleedkamer. Terry leidt, de rest volgt. André Villas-Boas kan erover meepraten. Hij probeerde de Chelseadefensie dichter tegen de middenlijn aan te laten spelen. Dat idee stuitte op een veto van John Terry en niet veel later kon de manager inrukken. Guus Hiddink speelde het wat dat betreft slimmer. Hij liet de natuurlijke hiërarchie haar werk doen en legde zijn arm om de schouder van de captain. Bijna niemand die ervan opkeek toen de geschorste Terry in 2009 in de rust van de Champions Leaguekwartfinale tegen Liverpool - Chelsea stond 2-0 achter - de tribune afdaalde en in zijn gewone kleding de kleedkamer binnenstapte. Hiddink deed een stap opzij en Terry schreeuwde de troepen toe. De wedstrijd eindigde in 4-4; The Blues stootten alsnog door naar de laatste vier. In het jaar dat Roberto Di Matteo Chelsea naar winst van de Champions League dirigeerde, openbaarde John Terry zich zelfs als een soort speler-trainer, vooral op de spannende momenten. Nadat hij in een cruciaal duel met Napoli geblesseerd naar de kant had gemoeten, bleef hij het elftal van aanwijzingen voorzien. In de laatste minuten keek coach Di Matteo toe hoe Terry gebaarde dat Michael Essien dichter op zijn verdediging moest gaan spelen. Toewijding, passie, vuur. Op het veld is hij afgesloten van de rest van de wereld. Dan zijn er maar twee waarheden: duels winnen of duels verliezen. In de meest letterlijke zin van het woord. He is leading by example, zoals de Britten dat zeggen. Doen en niet te veel praten. "Voor John Terry heeft sterven op het veld iets glorieus", heeft voormalig Chelseacoach Luiz Felipe Scolari over hem gezegd. "Je moet hem vermoorden en dan nóg wil hij spelen." Eigenlijk is het een wonder dat hij nog om de paar dagen fris aan de aftrap verschijnt. Het lichaam van Terry heeft heel wat te verduren gekregen sinds zijn debuut in 1998 en de jaren daarna, waarin de club zich met hulp van eigenaar Roman Abramovitsj naar de Engelse top katapulteerde. De verdediger groeide mee en ontpopte zich tot het kloppende hart van The Blues. Tot het fundament onder de diverse kampioensploegen, die naar eigen zeggen pas van het veld gaat als ze zijn voeten moeten amputeren. Terry heeft ook iets onverstoorbaars. Meer dan eens stond hij om de verkeerde redenen op de voorpagina's van de tabloids. Op het trainingsveld en in de wedstrijden was daarvan nooit iets te merken. Bijna alsof er sprake is van twee John Terry's. De een die er voor de buitenwereld een puinhoop van maakt en de ander die als spiegel fungeert voor zijn ploeggenoten. Een paar dagen nadat hij de aanvoerdersband van de Engelse ploeg voor de tweede keer moest inleveren - meteen het einde van zijn interlandcarrière - kopte hij voor Chelsea de winnende goal binnen tegen Burnley. Alsof er niets gebeurd was. De voetballer John Terry is misschien wel terug te brengen tot één moment, een verbijsterende actie die hem onderscheidt van de meeste dertien-in-een-dozijnverdedigers: Engeland tegen Slovenië op het WK van 2010. Heel de wereld ziet van links ineens een speler met een rood shirt het beeld invliegen als Zlatko Dedic wil afdrukken. Terry heeft even daarvoor een schot geblokkeerd, ziet de bal voor de voeten van een tegenstander belanden, draait zich om en werpt zich met doodsverachting in de baan van het tweede schot. In de slowmotion is duidelijk te zien hoe de mandekker zich afzet op de punten van zijn tenen en als een duiker zijn armen van voren naar achteren beweegt om extra vaart te maken. Met zijn armen kaarsrecht langs zijn uitgestrekte lijf fungeert Terry als een menselijk schild. Zelfs de spieren in zijn nek staan strak in een ultieme poging zich zo lang mogelijk te maken en een doelpunt te voorkomen. Terwijl achter hem Glen Johnson zich afwendt, met zijn handen voor het kruis, bang om geraakt te worden. Het is een alleszeggend beeld. Er zijn dan ook weinig wedstrijdverslagen te vinden waarin Terry lamlendigheid of desinteresse wordt verweten. Met het Chelseashirt om zijn brede schouders bestaan er slechts twee opties: dat is de bal wel of niet hebben. Als het moet, kopt hij een doelpaal doormidden wanneer daarmee een tegendoelpunt kan worden voorkomen. Of schiet hij een bal de tweede ring in. Lessen die hij als beginnend prof opzoog van Marcel Desailly. Die hield hem altijd voor: simplicity is genius. Anderhalf jaar geleden leek het einde van z'n carrière nog nabij. Het contract van de Engelsman liep af en zou niet worden verlengd. Gevolg van een verjongingsdrift die zich van de club meester had gemaakt. Een trend die onder André Villas-Boas was ingezet en door Rafa Benítez het seizoen daarop werd doorgezet. Terry zat daardoor een periode, vaker dan hem lief was, op de bank, flirtte met clubs in buitenlandse competities, maar werd door José Mourinho weer op het schild gehesen. Vorig seizoen speelde hij nagenoeg alle wedstrijden weer en was hij volgens zijn manager de beste verdediger in de Premier League. En ook dit jaar is Terry niet weg te denken uit de basis. "Zijn zelfvertrouwen was een beetje aangetast", blikte Mourinho recent terug. "Hij voelde dat er twijfels over hem bestonden. Ik hield hem voor dat hij vanzelf meer zou gaan spelen dan het seizoen ervoor als hij alles zou geven. Meer hoef je Terry niet te vertellen." Zo'n tien jaar is hij nu de skipper van Chelsea. Terry droeg de aanvoerdersband voor het eerst in 2001, net 21 was hij, en volgde drie jaar later Marcel Desailly op als clubcaptain. Sindsdien staat de tijd stil, lijkt het. Op Champions Leagueavonden komt de centrumverdediger als eerste in beeld met de band strak om zijn linkerbovenarm. Hij belichaamt de club. Chelsea krijgt maar niet genoeg van John Terry en John Terry niet van Chelsea. Onlangs debuteerde zijn achtjarige dochtertje Summer voor de U-9 van Chelsea en scoorde direct bij haar debuut. Van een afstandje keek het icoon, die als veertienjarige aan de rand van het veld met zijn moeder zijn eerste Chelseacontractje tekende, trots toe. In het huidige Chelsea wordt Terry, zoals alle voorgaande seizoenen, weer omringd door technisch veel betere voetballers, door types die de lijnen uitzetten en doelpunten maken, maar de invloed van de frontsoldaat die de boel van achteren bij elkaar houdt en zich hartstochtelijk op een bal stort om zijn team te beschermen, mag niet worden onderschat. Zoals in grote witte letters staat afgedrukt op het blauwe spandoek dat op de Matthew Hardingtribune in Stamford Bridge hangt: JT Captain, Leader, Legend. DOOR SÜLEYMAN OZTÜRK - BEELDEN: BELGAIMAGE"Je moet hem vermoorden en dan nóg wil hij spelen." Luiz Felipe Scolari