Cathy (30): "In de winter kropen mijn ex-vriendin en ik dikwijls op de tram. We maakten dan lange ritten, zonder te betalen. We hielden onze handen voor de blazers, om warm te krijgen. En we reden dan bijvoorbeeld naar het Sint-Pietersstation; daar zaten we regelmatig. Op een dag kwam daar een mens bij ons met een hamburger. Het was een vreemdeling. Hij passeerde er elke dag, om naar zijn werk te gaan. Die dag brak hij zijn hamburger in twee stukken en gaf die aan ons.
...

Cathy (30): "In de winter kropen mijn ex-vriendin en ik dikwijls op de tram. We maakten dan lange ritten, zonder te betalen. We hielden onze handen voor de blazers, om warm te krijgen. En we reden dan bijvoorbeeld naar het Sint-Pietersstation; daar zaten we regelmatig. Op een dag kwam daar een mens bij ons met een hamburger. Het was een vreemdeling. Hij passeerde er elke dag, om naar zijn werk te gaan. Die dag brak hij zijn hamburger in twee stukken en gaf die aan ons. "Mijn ex en ik belandden op straat na problemen met onze huisbazin. De buren klaagden bij haar over onze hond. Nochtans blafte die niet eens. Zelf klaagde ik omdat er vochtplekken waren in ons huis. En omdat de keuken niet in orde was. En omdat er geen warm water was. Uiteindelijk verkocht de huisbazin haar boel. Wij moesten op veertien dagen iets anders vinden. Maar dat gaat niet. En je moet geld hebben om een waarborg te betalen. Ik was al een jaar niet meer aan het werk, ik wou tijd besteden aan mijn dochter; die woont bij mijn moeder. "Met mijn moeder had ik ruzie toen ik op straat belandde. En mijn ex had ook geen contact meer met haar familie. We konden nergens naartoe. We hadden wel gehoord van de nachtopvang voor daklozen, maar daar was niet altijd plaats. En we hadden die hond; hij mocht niet overal binnen. Maar je krijgt daar liefde van, echte liefde, dus wou ik dat beestje niet wegdoen. Dan sliep ik nog liever op straat. Die hond was ook handig, want op straat leven is gevaarlijk; je kunt er nooit echt vast slapen. Je moet hard zoeken om een plek te vinden die min of meer veilig is. Wij sliepen eens een week in een garage. Dan moet je wel eerst een steegje durven ingaan om te zien of die garage open is. "Op straat koop je al vlugger eens iets om warm te krijgen. Maar in de McDonald's ben je rap vijftig euro kwijt. Dus gingen we ook vaak naar het ontmoetingscentrum. Daar kun je goedkoop koffie drinken en soep eten. In dat ontmoetingscentrum hoorde ik voor het eerst over het Homeless Team van AA Gent. Mijn ex en ik besloten mee te doen. Eerst speelden we bij de mannen; intussen is er ook een vrouwenploeg. En die speelt ook met truitjes van AA Gent. Dat is tof, want nen echte Genteneire es nen Buffalo. Het voetballen deed ons deugd. Op het veld zijn alle frustraties en problemen even weg. "Wie op straat leeft, is ambtshalve afgeschreven. Je moet dan een boel papieren in orde brengen, bijvoorbeeld om in aanmerking te komen voor een sociale woning. Maar eerst moet je de kracht en de moed vinden om aan die papiermolen te beginnen. Ik haalde die kracht en moed uit het Homeless Team. Daar leerde ik nieuwe mensen kennen; dat fleurde mij op. "Sinds kort heb ik een eigen studio. Maar ik blijf bij het Homeless Team voetballen. Het is machtig om te doen. Nog altijd haal ik er veel kracht uit. Na elke training steek ik mijn kleren meteen in de was en zet ik mijn tas direct klaar voor de volgende keer. Elke maandagavond sta ik al volledig opgepompt om op dinsdag te gaan trainen." "Ik haal kracht en moed uit het Homeless Team."