Zaterdag 7 juli, proloog Londen

Fabian Cancellara raast met een snelheid van 53,660 kilometer per uur door de straten van Londen, alleen Chris Boardman deed in 1994 (55,152 km/uur) en in 1998 (54,193 km/uur) beter. Pas dertien seconden na de Zwitserse sneltrein klokt Andreas Klöden af, George Hincapie volgt al op 23 seconden, een eeuwigheid in een vlakke tijdrit van 7,9 kilometer. Spurters komen in het stuk niet voor, zij kunnen de gele droom meteen opbergen.
...

Fabian Cancellara raast met een snelheid van 53,660 kilometer per uur door de straten van Londen, alleen Chris Boardman deed in 1994 (55,152 km/uur) en in 1998 (54,193 km/uur) beter. Pas dertien seconden na de Zwitserse sneltrein klokt Andreas Klöden af, George Hincapie volgt al op 23 seconden, een eeuwigheid in een vlakke tijdrit van 7,9 kilometer. Spurters komen in het stuk niet voor, zij kunnen de gele droom meteen opbergen. Wie kans wil maken in de massasprint, moet op twintig kilometer van de streep in de eerste helft van het peloton zitten en op tien kilometer bij de eerste dertig. Robbie McEwen laat zich niet beperken door wetmatigheden. Gevallen op 22 kilometer voor het einde, weer bij het peloton op 7 kilometer en als eerste over de streep. Heeft Tom BoonenGert Steegmans laten winnen ? Neen, niet echt, of ja toch, een beetje. Boonen lijkt er zelf niet echt uit te raken, net zoals hij moeilijk kan beslissen tussen blijdschap en ontgoocheling. De groene trui met een halve lach, maar de rust zelve. En toch : wie zich op 300 meter kan losmaken uit een aanstormend peloton en tot aan de streep een perfect gelanceerde Boonen achter zich houdt, is de snelste spurter van de Tour. Maar daarom nog niet de beste, beseft Steegmans zelf : "Omgaan met de druk is voor mij altijd een groot probleem geweest." Met 230 kilometer is dit de langste rit uit de Tour en de eerste 220 kilometer gebeurt er helemaal niks. Terwijl het peloton aan een gemiddelde hartslag van honderd richting Compiègne peddelt, verdient Frederik Willems zijn plaatsje in de Tourhemel met een lange vlucht. Die bijna goed afloopt, want wanneer de spurtersploegen op veertig kilometer van de streep ontwaken uit hun coma, komen ze tot de ontdekking dat de vluchters taaier zijn dan gedacht : ook zij hebben de hele dag aan een hartslag van honderd gereden. Er wordt gevloekt, gezwoegd en gezweet en pas onder de rode vod komen de vluchters eindelijk binnen grijpafstand. Vervolgens schiet Fabian Cancellara als een komeet uit het peloton. De spurters sterven aan zijn wiel. In Joigny wint de Noorse dondergod Thor Hushovd en donderen doet het ook in de grote blauwe Quick-Steptrein. Al in de spurt krijgt Steegmans de volle laag van Boonen en na de aankomst houdt de ploegleiding beide kemphanen wijselijk een uurtje uit mekaars buurt. Steegmans : "Ik vond geen gaatje." Dan máák je er toch een, Gert ! In volle finale kletst Alexandre Vinokourov tegen het asfalt. Meteen draaien Rabobank ( Menchov en Rasmussen) en CSC ( Sastre) het gashendeltje helemaal open. Omringd door zeven azuurblauwe ploeggenoten strompelt Vinokourov op 1'20" van winnaar FilippoPozzato over de aankomstlijn. 's Avonds worden de knieën van de Kazach in een hoek van negentig graden gehecht. Hij gromt iets over respect. Twee kilometer nadat de vlag naar beneden gaat, demarreert Bradley Wiggins. Tot zijn grote ontsteltenis volgt er niemand en dus mag de nukkige Brit een hele dag als een halve gare voor het peloton uit rijden. Met de wind vol op de snoet. Op zeven kilometer van de streep wordt Wiggins uit zijn lijden verlost door de verenigde sprinters- ploegen. Boonen wint met veel overschot, terwijl zijn versnellingsapparaat aan een klein staalkabeltje naast zijn wiel bungelt. Op vrijdag de dertiende wordt het zondagskind weer door het geluk omarmd. Zoals steeds geen gevecht der titanen in de eerste bergrit van de Tour. De held van de dag heet Linus Gerdemann. Dankzij een lange vlucht en een prima slotklim op de Col de la Colombière pakt de Duitser in Le Grand Bornand de ritzege en het geel. Game over voor de magenta troepen. Linus Gerdemann wordt op vijf minuten gereden en verliest het geel, Marc Cavendish geeft op, Michael Rogers stapt huilend in de ploegwagen na een valpartij en na de aankomst knalt Patrick Sinkewitz op een roekeloze supporter : open neusbeenbreuk. Soms is de afstand tussen de hemel en de hel niet langer dan een Alpenrit. Ook in andere ploegen is het bijltjesdag. Stuart O'Grady breekt vijf ribben, zijn schouder en drie ruggenwervels in de afdaling van de Cormet de Roselend, en Robbie McEwen, nog steeds niet hersteld van zijn valpartij in de eerste rit, komt moederziel alleen binnen op 1 u. 09'30" van de winnaar. Buiten tijd, uiteraard. De wedstrijd, dan. Op de Roselend, de eerste echte col van de dag, demarreert BernhardKohl en komt er uit het gedecimeerde peloton een man met het lijfje van een twaalfjarig jongetje gedrenteld. Die dunne Deen gaat toch alleen maar voor de bollen, denken de favorieten, laat maar rijden. "Nou," zegt Davide Cassani, ex-renner en commentator bij de RAI, "die Rasmussen, dat is een trainingsbeest, hoor. Kwam hem in juni nog tegen in de Dolomieten. In de gie-ten-de regen, hij stond te schuilen onder een boom." Rasmussen komt met 4'30" voorsprong op de favorieten boven in Tignes en pakt geel. Oké, denken de volgers, de Rasmussenshow hebben we gehad, maar wie zal in hemelsnaam die Tour winnen ? "Ik ga dat geel verdedigen", zegt Rasmussen op de persconferentie. "Ik weet dat ik geen goede tijdrijder ben, maar de tegenstanders heten ook niet Ullrich of Armstrong." Colombiaanse boerenwijsheid op de Galibier. Ene Mauricio Soler, rijdend voor de ploeg Barloworld, bestormt de legendarische Alpencol. Stoempend met gekromde rug, de scherpe neus benadrukt door de overmaatse zonnebril, zwoegt Soler zich naar de overwinning en de bolletjestrui : "Het was niet meteen mijn bedoeling om de etappe te winnen. Ik wilde in eerste instantie de premie van vijfduizend euro pakken op de Galibier." Kunnen na de Galibier geschrapt worden voor het eindklassement : Alexandre Vinokourov, Andrey Kashechkin, Dennis Menchov, Oscar Pereiro en Fränk Schleck. Hoop is er dan weer bij Predictor-Lotto, Caisse d'Epargne en Discovery Channel : Cadel Evans plaatst voor het eerst in zijn Tourcarrière een demarrage en rijdt samen met Alejandro Valverde en Alberto Contador naar Briançon." Oudgediende Cédric Vasseur rondt een lange vlucht met onder meer Staf Scheirlinckx knap af met een lepe spurt en bezorgt zichzelf een mooi afscheidscadeau. Het nieuws verdwijnt tussen de mazen van het net want de Eerste Echte Dopingzaak van de Tour 2007 is een feit. Het is een Duitser, hij is op 8 juni jongstleden bij een onaangekondigde dopingcontrole positief bevonden op testosteron en - o ramp - hij rijdt voor T-Mobile, de zelfverklaarde witte ridders van de wielersport. Patrick Sinkewitz wordt meteen ontslagen, maar daar nemen de Duitse media geen genoegen mee. De massahysterie uit het Ullrichtijdperk slaat definitief om in een collectieve obsessie naar doping. En dus stapt ARD, de zender die Jan Ullrich miljoenen betaalde voor exclusieve interviews, samen met ZDF uit de Tour. T-Mobilemanager Bob Stapleton, die enkele dagen daarvoor nog het ontslag van Patrick Lefevere als voorzitter van de AIGCP eiste, beleeft een donkere dag . De onverbiddelijkheid van het peloton. Christophe Moreau, gevallen op kilometer 31, zit achteraan het peloton nog te klagen over zijn ontvelde zitvlak wanneer op zeventig kilometer van de streep plots vijf Astana's de boel in een waaier trekken. Twintig kilometer later legt Vinokourov het offensief stil : buiten Moreau heeft geen klassementsrijder zich laten verrassen. Omdat ook Erik Zabel in de tweede groep is verzeild, ruikt Tom Boonen een unieke kans om het groen al zo goed als veilig te stellen. Dat is buiten de knettergekke Julian Dean gerekend. Boonen : "Hij vloog tegen 85 per uur door een bocht van negentig graden, natuurlijk ging hij onderuit. En toen schoof dat kieken ook nog op zijn buik verder, terwijl zijn fiets vlak voor mij tot stilstand kwam." Hunter wint, Boonen pakt geen punten. Ondanks de col van tweede categorie op veertig kilometer van de aankomst wint een uitstekend aangebrachte Boonen de rit. In de achtergrond staat de Tour op ontploffen. De Deense wielerfederatie zet Michael Rasmussen uit de nationale selectie wegens het meermaals ontlopen van onaangekondigde dopingcontroles. Rasmussen weet van niks, teammanager Theo de Rooij weet van niks, of, ja nou, het is te zeggen : hij hééft op 29 juni wel een brief gehad van de UCI met een officiële waarschuwing, maar dat was enkel een administratief vergetelheidje. Zaakje van niks. Bij de ASO knapt Christian Prudhomme bijna uit elkaar van colère : die van de UCI wísten dit, ze hebben hem met opzet niks laten weten en nu zit de Tour opgescheept met een gele dopingkip. Een nieuw woord vindt ingang in het peloton : het Saint-Etiennesyndroom. De vraag is niet of, maar wel waar en hoe vaak Michael Rasmussen van zijn fiets zal vallen in de verraderlijke tijdrit op de bulten rond Albi. Kolder en spektakel wordt geleverd door onder meer Gusev - auw, die knie - maar de Deense kip blijft overeind. Alexandre Vinokourov is buiten categorie : Rasmussen op 2'55", Evans op 1'14", Klöden op 1'39", Contador op 2'18", Sastre op 4'01", Mayo op 6'04", Valverde op 6'08". "De Tour begint pas. Ik ben een Kazach, ik geef niet op." De Kazach geeft bijna een halfuur prijs en mag zijn gele droom definitief opbergen. Dat is ook het geval voor Mayo en Valverde, de Spaanse wonderkinderen met de grillige vormcurves. Wanneer Boogerd en Popovych vooraan het tempo opvoeren, moet Andreas Klöden aan de rekker. Klödi sterft in schoonheid. In het spervuur van demarrages schiet plots Alberto Contador naar voren. De Madrileen klimt met het air van een gezonde tiener die op zondagnamiddag een partijtje voetbal speelt. Rasmussen harkt hem achterna, rode blos op de wangen, wit weggetrokken om de mond. Scheef op de fiets en kop in kas probeert ook Evans aan te klampen en blaast daarbij finaal zijn benen op. Hij zal een volle minuut verliezen op winnaar Contador. De herrijzenis van Alexandre Vinokourov, derde en laatste deel. Op de Peyresourde rijdt de Kazach iedereen uit het wiel, maar interessanter voor de Tour is intussen het bitse gevecht in de achterhoede tussen Alberto Contador en Michael Rasmussen. Als benen van renners geluid maakten, dan tikten die van Contador als een vinnig klokje en kraakten die van Rasmussen als een oud spinnenwiel. "Kijk eens ! Kijk eens ! Kijk eens hoe sterk ik ben !" De droeve Deen wordt haast gek bij zoveel ostentatieve vrolijkheid, maar hij weet wel aan te klampen. Aan het einde van de rit liggen sterke tijdrijders Klöden en Evans alweer een minuut achter. Eigenlijk heeft Contador Rasmussen een dienst bewezen. Hoezo rust ? Ergens rond kwart over vijf, de stukjes voor de krant van morgen zijn al bijna ingeblikt, rolt het gerucht als een aanzwellende tsunami de perszaal binnen : Vino positief. Na de tijdrit in Albi, op homologe bloedtransfusie. Een transfusie met bloed van een ander, in de Tour, terwijl dat tachtig dagen opspoorbaar blijft ? Geen mens die er iets van begrijpt. Christophe Moreau nog het allerminst. Zit rustig zijn pasta naar binnen te lepelen als de Franse politie, een cameraploeg in haar zog, het hotel van Astana en AG2R binnenvalt. Razzia. Het lijkt de Tour van '98 wel. Nu Rasmussen in steeds nauwere schoentjes komt met de whereabouts-affaire, hoopt iedereen dat Contador met één verschroeiende aanval op de col van de legende de gele trui naar de vergetelheid zal fietsen. Maar dan, plots, op vijf kilometer van de top verdwijnt van het ene moment op het andere de dartele kwiekheid uit de ogen van Alberto Contador. Rasmussen daarentegen heeft energie te over : wapperen met de handjes, druk tateren in zijn microfoontje. Onder de rode vod plaatst hij zijn beslissende demarrage, hij rijdt onder luid boegeroep als eerste over de streep. Met een voorsprong van 3'10" op Contador lijkt de gele trui veilig. Aan de aankomst wordt Christian Moreni van de Cofidisploeg opgewacht door de Franse politie. Positief op testosteron. Moreni vraagt geen tegenexpertise en benadrukt dat hij alleen gehandeld heeft. Toch moet de hele Cofidisploeg op bevel van het management naar huis. Intussen heeft Theo de Rooij in het Mer-curehotel in Pau een verontrustend telefoontje gekregen. Een Nederlandse journalist vraagt hem of hij ervan op de hoogte is dat Rasmussen op 13 juni in de Dolomieten zat. Niet dus. De Nederlandse journalist hoorde het verhaal van zijn Deense collega, die het dan weer heeft van een Italiaanse vriend die tijdens de rit naar Tignes aandachtig naar de RAI heeft zitten luisteren. Wanneer Rasmussen even later zegedronken uit zijn helikopter stapt, is de confrontatie hard. "Davide Cassani heeft je gezien in de Dolomieten, Michael, is dat waar ?" Rasmussen kan niet anders dan bevestigen. Die van Rabobank blijven dan toch in de Tour, met de moed der wanhoop. Aan de start mept Michael Boogerd een scheldende toeschouwer op zijn gezicht. Michael Rasmussen laat in een Deense krant weten dat Theo de Rooij knettergek is. DanieleBennati wint de rit, maar dat kan eigenlijk niemand wat schelen. Michael Boogerd en Axel Merckx mee in de lange vlucht, een mooi afscheid voor een van beiden ? Neen, Sandy Casar is duidelijk de sterkste man. Journalisten zuchten. Deze Tour heeft al veel te lang geduurd. Drie favorieten binnen de drie minuten in het klassement. Het is van 1989 geleden dat een tijdrit zo spannend was. In de ultieme, licht omhoog hellende kilometer telt iedere milliseconde. Zelden renners zo diep in zichzelf zien tasten, op zoek naar dat laatste kruimeltje kracht. Leipheimer houdt stand en wint de tijdrit, maar blijft op acht tellen van Evans staan. Die heeft 1'27" dichtgereden van de 1'50" die Contador had en strandt in het eindklassement op de tweede plaats, op 23" van Contador. De winnaar van de Tour 2007 is bekend. Bennati wint zijn tweede rit. Tom Boonen speelt op veilig en eindigt vijfde, ruim voldoende om de groene trui mee naar huis te nemen. De Tour is klaar. Morgen worden alle betrokkenen wakker in een groot zwart gat en vragen zich af : was deze Tour echt ? SDoor Loes Geuens