Het is enkele dagen voor Kerstmis. Het lenteweer lokt heel wat jongeren naar het domein Willem De Mol. Deze groene zone met speeltuin, genoemd naar een Vlaamse componist, ligt in het hartje van Brussel, tussen het World Trade Center, het Noordstation en het kanaal. De agora is natuurlijk ingenomen door toekomstige voetballers, maar het speelveld aan de rechterkant oogt minder conventioneel.
...

Het is enkele dagen voor Kerstmis. Het lenteweer lokt heel wat jongeren naar het domein Willem De Mol. Deze groene zone met speeltuin, genoemd naar een Vlaamse componist, ligt in het hartje van Brussel, tussen het World Trade Center, het Noordstation en het kanaal. De agora is natuurlijk ingenomen door toekomstige voetballers, maar het speelveld aan de rechterkant oogt minder conventioneel. Jongeren gooien een bal en slaan die terug met een plank voor een partijtje cricket, een weinig populaire sport in onze contreien. Deze jongens komen uit Afghanistan of Syrië en behoren tot de vluchtelingen die aan het einde van de zomer naar Europa gekomen zijn. Veel van hen hebben hun tenten opgeslagen op dit terrein vlak bij de kantoren van Vreemdelingenzaken. 'Ik was zelf gedurende zeven jaar politiek vluchteling, deze problematiek raakt mij dus enorm', zegt Pierre Kompany, de vader van Vincent, die in 1975 van Congo naar België kwam. 'In de jaren negentig waren de meeste vluchtelingen die je hier aantrof, afkomstig uit Kosovo en Albanië, ten gevolge van de oorlog in ex-Joegoslavië.' De familie Kompany woonde eerst in gebouw nummer 33 en nadien 35 in de Helihavenlaan. Ze kennen de buurt op hun duimpje. Terwijl hij ons rondleidt, haalt vader Kompany met plezier herinneringen op en denkt hij met enige nostalgie terug aan de periode toen iedereen elkaar kende in deze buurt met zijn groene pleintjes tussen hoge woontorens. 'Vincent trapte zijn eerste balletje op een geasfalteerd veldje naast onze building, maar algauw ging hij naar de agora', zegt Pierre. Het is een cultzone voor aspirant-voetballers, vooral in het weekend en de schoolvakanties, dan wordt er van 's morgens vroeg tot 's avonds laat gevoetbald. 'Op zondag werden er wedstrijdjes voor volwassenen georganiseerd, vooral onder Congolezen, die uit heel Brussel kwamen afgezakt. Het was een plek waar het voetbal echt leefde', gaat vader Kompany verder. 'Vincent wilde er altijd naartoe, maar onze kinderen deden ook wat anders dan voetballen. Vincent was ook een goeie schaatser, deed aan kajak op het kanaal, aan volleybal op school en atletiek in een club. Wij hebben hem nooit in de richting van voetbal geduwd. Vincent heeft nooit de druk gekend die andere kinderen soms wordt opgelegd.' Vincent was bijna altijd in het gezelschap van zijn maatje Rodyse, die op zijn achtste uit Kinshasa kwam. De twee werden al snel onafscheidelijk, ze woonden ook allebei op nummer 35, met slechts vijf verdiepingen tussen hen in. 'Maar de eerste keer dat ik hem zag, was in het park', vertelt Rodyse. 'Ze hadden een keeper nodig en ik vond het wel plezant om tussen de palen te staan.' 'Mijn oudere broer kende Vincent al eerder', gaat Rodyse verder. 'Hij wandelde vaak door de wijk met zijn trainingspak van Anderlecht aan. Iedereen noemde hem trouwens 'Anderlecht'. Nadien ben ik de vijf verdiepingen naar hun appartement afgedaald om mijn PlayStation Final Fantasy te ruilen, dat ik vanbuiten kenden. Ik denk dat hij me er FIFA voor in de plaats gegeven heeft. 'Sindsdien waren we altijd bij elkaar. Op oudejaarsavond speelden we PlayStation om de 'winnaar van het jaar' aan te duiden. Ik won drie keer na elkaar en wou er al mee stoppen, maar meneer deed de deur op slot en verstopte de sleutel. Hij wou me niet laten gaan. Ik heb hem uiteindelijk moeten laten winnen om weer naar huis te kunnen. Het was toen al een echte winnaar - of een slechte verliezer, het is maar hoe je 't bekijkt', lacht Rodyse. Trésor Diowo komt uit Laken, niet ver van het Koning Boudewijnstadion. Hij leerde Vincent Kompany kennen op Neerpede, toen hij zeven was. Hoewel zijn sportieve carrière een minder hoge vlucht nam (Tubize, White Star, Beerschot), behoort hij nog altijd tot de bende van Vince. In de weekends en zelfs op kerstavond vind je hem bij de familie Kompany. 'Deze buurt heeft Vincent zonder meer gevormd', legt hij uit. 'Om te beginnen op voetbalvlak, want als je tegen grotere jongens moet spelen, ben je verplicht harder te worden. Ook technisch gezien heeft hij die baltoets, die rust die je verwerft in het straatvoetbal. In opleidingscentra leren ze je basistechnieken als controle en passing, maar de creativiteit van veel spelers is afkomstig van de straat. 'De wijk heeft ook zijn karakter gevormd. Vaak wilden de grotere jongens ons wegjagen, maar Vincent was van kleins af al een koppigaard en wilde niet wijken. Ik had ook wel die trots, maar niet zijn lichaamsbouw', lacht Diowo. 'Hij kon wel op tegen die grote jongens. Het hielp hem ook wel om een winnaarstype te worden, want in de agora geldt de regel: wie wint, mag op het veld blijven. Als je niet langs de lijn wou zitten wachten, moest je dus maar zorgen dat je de betere was.' 'Voetbal zorgt voor een hiërarchie tussen kinderen', legt Pierre Kompany uit, die zelf speler was bij TP Mazembe in Lubumbashi. 'Iedereen kent elkaars kwaliteiten. Jeugdcoaches bij de traditionele clubs hebben niet altijd voeling met die realiteit en denken al eens dat die straatvoetballertjes niet de nodige discipline hebben. Ik heb zelfs blonde jongetjes gekend die hier speelden maar niet doorbraken omdat ze zogezegd dribbelden 'als Afrikanen'. Dat is toch complete onzin! Sommige scouts van grote clubs waren beter eens komen kijken wie hier de koningen van de straat waren, want er was talent zat.' Op de wedstrijdformulieren van eerste klasse zijn de jonge Brusselaars nochtans amper aanwezig. Vincent Kompany was de eerste die een bres sloeg in de dam die voordien velen tegenhield. 'In de tijd van Vincent waren de jonge Brusselaars een beetje de zondebokken', geeft Pierre Kompany aan. 'Ik heb dat nooit goed begrepen. Gelukkig is dat nu veranderd. Vincent heeft die ommekeer mee in gang gezet. Als je tegenwoordig een jeugdwedstrijd op Neerpede bekijkt, dan loopt het vol met jongetjes uit Brussel.' In de jaren negentig nam het straatvoetbal een steeds grotere omvang. Heel wat talenten maakten hun toer langs de parken. 'Ploegjes trokken van hier naar daar. Anthony Vanden Borre had zijn thuishaven in Anderlecht, Pelé Mboyo in Zellik, maar soms zag je hen ook in onze agora met hun grote broers', vertelt Pierre. Vincent was zelf niet zo superbegaafd als VDB of Petit Pelé. Zo wil het tenminste de legende die tussen de woontorens wordt overgeleverd. Pierre Kompany: 'Ik heb kinderen gekend die spectaculairder waren dan Vincent met de bal aan de voet. Maar wat de mensen niet zagen, was dat Vincent voortdurend beter werd. Bij Anderlecht zag men snel dat hij zou doorbreken. Anthony was zeker het grootste talent op Neerpede, maar ook Vincent moest een leeftijdscategorie hoger spelen, niet alleen omdat hij fysiek sterk was maar ook omdat hij er technisch boven uitstak. Zijn grootste kwaliteit was evenwel zijn werkijver.' Pierre geeft daar een klein voorbeeld van: 'Toen we samen met vakantie naar Los Angeles gingen, nam hij een fysiektrainer mee met wie hij drie weken hard werkte. Hij zat nochtans al bij Manchester, op het hoogtepunt van zijn carrière. Toch wilde hij nog verder gaan.' Op 25 januari 2005 wordt hij al bekroond. Amper achttien jaar jong en met een recordvoorsprong krijgt 'de Tiger Woods van Anderlecht' (zoals Roger Vanden Stock hem noemt) de Gouden Schoen overhandigd in het casino van Oostende. Na de gebruikelijke dankwoordjes in het Nederlands voor de camera's van VTM richt Vincent Kompany zich in het Frans tot zijn vrienden uit de wijk en draagt hij de trofee aan hen op. Kompany is trots dat hij uit die probleembuurt afkomstig is en dat hij die een keer in een gunstig daglicht kan stellen: 'Velen identificeren zich met mij omdat ik half Congolees en half Belgisch ben. Ze zijn trots op mij en bewonderen mij, maar ik ben geen vedette. Vedetten bestaan niet in zulke wijken! Mijn vrienden weten dat ik nooit op hen zal neerkijken.' Mohammed, coördinator van het jeugdhuis, vertelde in januari 2005: 'Vincent is een droom voor iedereen. Hij heeft voor zijn ouders een huis in Ganshoren gekocht. En op zijn achttiende had hij een Mercedes. Maar niemand heeft daar ooit een kras op gezet, niemand was jaloers op hem.' De Kompany's hebben zich nooit het hoofd op hol laten brengen. Eens, op een winteravond, toen Vincent nog geen achttien was, kwamen er Italiaanse makelaars aanbellen in appartementsgebouw nummer 35. Ze hadden een mandaat van Inter om veel geld neer te tellen voor Vincents handtekening. Vincent hoorde hen aan, stond dan recht, schudde hen de hand en zijn vader begeleidde hen, met hun tas in de hand, netjes weer naar de deur. 'We hadden ons woord gegeven aan Anderlecht en daar hebben we ons altijd aan gehouden', zegt Pierre Kompany. 'Onze jeugd in de Noordwijk was misschien niet de voorspoedigste periode in ons leven, maar ze heeft wel haar belang gehad', besluit Rodyse, die Vincent vergezelde naar Hamburg en later naar Manchester, waar hij zijn securitybedrijf oprichtte vooraleer hij in Kinshasa een voedingsbedrijf uit de grond stampte. 'Veel hadden we niet, van de nieuwste Air Max moesten we niet dromen. Veel van onze kameraden hebben een heel andere weg afgelegd, sommigen zijn bij vechtpartijen omgekomen. Dat wij op het rechte pad gebleven zijn, komt door onze ouders maar ook door de sport. Wanneer je eerst naar school gaat en dan naar het voetbal, dan heb je geen tijd meer voor wat anders.' DOOR THOMAS BRICMONT - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'Anthony Vanden Borre had zijn thuishaven in Anderlecht, Pelé Mboyo in Zellik, maar soms zag je hen ook in onze agora met hun grote broers.' PIERRE KOMPANY 'Veel van onze kameraden hebben een heel andere weg afgelegd, sommigen zijn bij vechtpartijen omgekomen. Dat wij op het rechte pad gebleven zijn, komt door onze ouders maar ook door de sport.' RODYSE