PLUS 1 MORTEN OLSEN

Neen, zei Morten Olsen toen een journalist hem de dag voor een onbeduidende vriendschappelijke wedstrijd vroeg of hij met hem een interview mocht maken. De dag voor een match stond bij hem in het teken van de concentratie. Het tekent het professionalisme van de Deen. Hij verkoos medio 1972 Cercle Brugge boven Bayern München omdat hij zich daar beter kon ontwikkelen. Olsen speelde op vrijwel alle posities. Hij was een echte teamspeler: snel, intelligent, fysiek ijzer-sterk en met een goede voorzet in de voeten. Hij verwierf een grote populariteit bij de supporters. Na vier seizoenen verhuisde hij naar RWDM en later naar Anderlecht. Zijn schitteren-de carrière wordt overschaduwd door de verdwijning van zijn vrouw, een Deense badmintonkampioene, die op een fer- ry tussen Duitsland en Denemarken verdween en nooit meer werd teruggevonden.

2 JOSIP WEBER

Echt vertwijfeld was Johan Grijzenhout toen hij met Josip Weber moest werken. De Kroatische spits verdedigde geen meter mee en stond telkens rustig op de bal te wachten. In haast iedere match haalde de trainer Weber voortijdig van het veld. Tot die hem apart nam voor een gesprek dat je Weber geen opdrachten mocht geven. Dan klapte hij dicht. Hoe meer je tegen hem sprak, hoe onzekerder hij werd. Dus kreeg Josip Weber een vrije rol en hoefde hij bij balverlies niet mee terug te plooien. Zo ontpopte Weber zich tot een dodelijk efficiënte spits. Schieten met links en rechts, een goed kopspel en een waanzinnige snelheid: Weber, die later naar Anderlecht ging, was een gesel voor iedere defensie. Tussen 1988 en 1994 scoorde hij voor Cercle 136 keer in 204 matchen.

3 KALUSHA BWALYA

Barkoud was het toen Kalusha Bwalya in januari 1986 bij Cercle Brugge neerstreek. Hij stapte van het vliegtuig in een lichte broek en zomerhemdje en vroeg zich rillend af waaraan hij was begonnen. Maar de Zambiaan, die door bestuurder John Huys tijdens een zakenreis was gescout en in de kopermijnen werkte, groeide na een korte periode in het tweede elftal uit tot een ongrijpbare aanvaller met een voorbeeldige mentaliteit. Hij was een vat vol schijnbewegingen, een heerlijke dribbelaar die met zijn fenomenale techniek uitgroeide tot de publiekslieveling. Kalusha, die door Georges Leekens werd gevormd, bleef drie jaar bij Cercle en ging dan naar PSV. Via zijn Kalusha Foundation zette hij zich later in voor sociale doelen, waarmee hij eigenlijk de filosofie van Cercle bleef uitdragen.

MIN 1 ILIE STAN

Niet gebruikelijk was het dat Cercle Brugge een van de beste Roemeense voetballers kon aantrekken. Dat was in 1995 en dat ging zo: Cercle trok naar het trainingskamp dat Steaua Boekarest in Tongerlo had opgeslagen. Het wist dat de in eigen land gereputeerde Ilie Stan naar een buitenlands avontuur lonkte. De onderhandelingen duurden dan ook niet lang. Ilie Stan, een majoor in het leger, kwam met een enorme reputatie naar Cercle: 12 interlands, een sierlijk ogende middenvelder rond wie iedere ploeg gemetseld kon worden. Hij demonstreerde inderdaad zijn technische vaardigheden, maar wist nooit te overtuigen. Het bleek voor hem allemaal iets te snel te gaan. Toen Cercle in 1996 de bekerfinale speelde tegen Club zat Stan zelfs op de bank: hij mocht de laatste zeven minuten invallen voor Davy Cooreman. Na twee seizoenen keerde hij terug naar Steaua Boekarest, waar hij later nog trainer werd.

2 YLLIE SHEHU

Cercle had in Kroatië zijn oog laten vallen op een zeer opportunistische spits, maar de prijs bleek veel te hoog voor groen-zwart. Niet echter voor de buur, die deze aanvaller later wél zou aantrekken: Robert Spehar. Cercle veranderde het geweer van schouder en was gecharmeerd door een andere doelpuntenmaker uit de Kroatische competitie. Dat was de Albanees Yllie Shehu. Die speelde tussen 1995 en 1997 voor Cercle, had veel talent, maar bleek onvoorstelbaar gemakzuchtig en kon zich nooit pijn doen. Hij bleek bovendien zeer moeilijk en nukkig in de omgang, weigerde koppig taallessen te volgen en isoleerde zich omdat hij alleen Albanees sprak. Shehu speelde 33 competitiematchen en twee bekerwedstrijden en kwam aan amper vijf doelpunten.

3 DOMINIC FOLEY

Een transfer die niet kon mislukken. Cercle Brugge nam medio 2009 Dominic Foley over van AA Gent en liet hem een lucratief contract tekenen voor drie en een half jaar. Ofschoon de Ier al elf clubs had versleten voor hij bij de Buffalo's verzeilde, had hij door zijn balvastheid zijn waarde bewezen. Een spits die het anderen toelaat om in te schuiven, een gouden wapen in het moderne voetbal. Maar dit seizoen is Foley bij Cercle compleet buiten beeld geraakt. Hij verscheen amper vijf keer aan de aftrap en scoorde niet. De vereniging hoopt hem zo snel mogelijk van de hand te doen, ook en misschien zelfs vooral om het budget te verlichten: Dominic Foley is de met afstand best betaalde voetballer van Cercle Brugge.

DOOR JACQUES SYS

Neen, zei Morten Olsen toen een journalist hem de dag voor een onbeduidende vriendschappelijke wedstrijd vroeg of hij met hem een interview mocht maken. De dag voor een match stond bij hem in het teken van de concentratie. Het tekent het professionalisme van de Deen. Hij verkoos medio 1972 Cercle Brugge boven Bayern München omdat hij zich daar beter kon ontwikkelen. Olsen speelde op vrijwel alle posities. Hij was een echte teamspeler: snel, intelligent, fysiek ijzer-sterk en met een goede voorzet in de voeten. Hij verwierf een grote populariteit bij de supporters. Na vier seizoenen verhuisde hij naar RWDM en later naar Anderlecht. Zijn schitteren-de carrière wordt overschaduwd door de verdwijning van zijn vrouw, een Deense badmintonkampioene, die op een fer- ry tussen Duitsland en Denemarken verdween en nooit meer werd teruggevonden. Echt vertwijfeld was Johan Grijzenhout toen hij met Josip Weber moest werken. De Kroatische spits verdedigde geen meter mee en stond telkens rustig op de bal te wachten. In haast iedere match haalde de trainer Weber voortijdig van het veld. Tot die hem apart nam voor een gesprek dat je Weber geen opdrachten mocht geven. Dan klapte hij dicht. Hoe meer je tegen hem sprak, hoe onzekerder hij werd. Dus kreeg Josip Weber een vrije rol en hoefde hij bij balverlies niet mee terug te plooien. Zo ontpopte Weber zich tot een dodelijk efficiënte spits. Schieten met links en rechts, een goed kopspel en een waanzinnige snelheid: Weber, die later naar Anderlecht ging, was een gesel voor iedere defensie. Tussen 1988 en 1994 scoorde hij voor Cercle 136 keer in 204 matchen. Barkoud was het toen Kalusha Bwalya in januari 1986 bij Cercle Brugge neerstreek. Hij stapte van het vliegtuig in een lichte broek en zomerhemdje en vroeg zich rillend af waaraan hij was begonnen. Maar de Zambiaan, die door bestuurder John Huys tijdens een zakenreis was gescout en in de kopermijnen werkte, groeide na een korte periode in het tweede elftal uit tot een ongrijpbare aanvaller met een voorbeeldige mentaliteit. Hij was een vat vol schijnbewegingen, een heerlijke dribbelaar die met zijn fenomenale techniek uitgroeide tot de publiekslieveling. Kalusha, die door Georges Leekens werd gevormd, bleef drie jaar bij Cercle en ging dan naar PSV. Via zijn Kalusha Foundation zette hij zich later in voor sociale doelen, waarmee hij eigenlijk de filosofie van Cercle bleef uitdragen. Niet gebruikelijk was het dat Cercle Brugge een van de beste Roemeense voetballers kon aantrekken. Dat was in 1995 en dat ging zo: Cercle trok naar het trainingskamp dat Steaua Boekarest in Tongerlo had opgeslagen. Het wist dat de in eigen land gereputeerde Ilie Stan naar een buitenlands avontuur lonkte. De onderhandelingen duurden dan ook niet lang. Ilie Stan, een majoor in het leger, kwam met een enorme reputatie naar Cercle: 12 interlands, een sierlijk ogende middenvelder rond wie iedere ploeg gemetseld kon worden. Hij demonstreerde inderdaad zijn technische vaardigheden, maar wist nooit te overtuigen. Het bleek voor hem allemaal iets te snel te gaan. Toen Cercle in 1996 de bekerfinale speelde tegen Club zat Stan zelfs op de bank: hij mocht de laatste zeven minuten invallen voor Davy Cooreman. Na twee seizoenen keerde hij terug naar Steaua Boekarest, waar hij later nog trainer werd. Cercle had in Kroatië zijn oog laten vallen op een zeer opportunistische spits, maar de prijs bleek veel te hoog voor groen-zwart. Niet echter voor de buur, die deze aanvaller later wél zou aantrekken: Robert Spehar. Cercle veranderde het geweer van schouder en was gecharmeerd door een andere doelpuntenmaker uit de Kroatische competitie. Dat was de Albanees Yllie Shehu. Die speelde tussen 1995 en 1997 voor Cercle, had veel talent, maar bleek onvoorstelbaar gemakzuchtig en kon zich nooit pijn doen. Hij bleek bovendien zeer moeilijk en nukkig in de omgang, weigerde koppig taallessen te volgen en isoleerde zich omdat hij alleen Albanees sprak. Shehu speelde 33 competitiematchen en twee bekerwedstrijden en kwam aan amper vijf doelpunten. Een transfer die niet kon mislukken. Cercle Brugge nam medio 2009 Dominic Foley over van AA Gent en liet hem een lucratief contract tekenen voor drie en een half jaar. Ofschoon de Ier al elf clubs had versleten voor hij bij de Buffalo's verzeilde, had hij door zijn balvastheid zijn waarde bewezen. Een spits die het anderen toelaat om in te schuiven, een gouden wapen in het moderne voetbal. Maar dit seizoen is Foley bij Cercle compleet buiten beeld geraakt. Hij verscheen amper vijf keer aan de aftrap en scoorde niet. De vereniging hoopt hem zo snel mogelijk van de hand te doen, ook en misschien zelfs vooral om het budget te verlichten: Dominic Foley is de met afstand best betaalde voetballer van Cercle Brugge. DOOR JACQUES SYS