door Jacques Sys
...

door Jacques SysSteen voor steen heeft Cercle Brugge weer gebouwd aan de fundamenten waarop de successen van vorig seizoen stoelden. De zoektocht naar nieuwe patronen verliep moeizaam, het vertrek van Besnik Hasi liet een veel grotere leemte na dan iedereen voor mogelijk hield. De Kosovaar was het verlengstuk van de trainer, de leider in de kleedkamer, de aanjager op het middenveld die anderen, Sergiy Serebrennikov voorop, scherp hield. Zonder hem verdween er een stuk autoriteit uit de ploeg. Glen De Boeck schoof in het middenveld, zonder daarbij zijn voetbalfilosofie te verloochenen. Hij wilde op dezelfde manier voetballen als vorig seizoen: aanvallend, met eerder in de ploeg geslepen patronen en een vast team waarin Thomas Buffel aanvankelijk naar zijn plaats zocht en niet Arnar Vidarsson maar Tony Sergeant uiteindelijk de positie van Hasi inneemt. Dat Cercle uiteindelijk nog offensiever speelde dan vorig seizoen - toen Cercle de meeste doelpunten scoorde - werd gecamoufleerd door de tegenvallende resultaten. Nu is de ploeg na de 4-1-zege tegen Standard weer terug. Geholpen door de omstandigheden (twee rode kaarten bij de Rouches), maar twee weken voor de derby tegen Club was deze zege belangrijk voor het ontwikkelingsproces dat dit elftal nog altijd doormaakt, én voor de rust in een team waarin velen moesten leren omgaan met de verscherpte concurrentie. Cercle is weer zichzelf: een positief ingestelde ploeg die niet koketteert met de prestaties en nooit zweeft op een wolk van euforie. Op de persconferentie stelde Glen De Boeck achteraf vast dat het voetbal dat Cercle een week eerder op Lokeren had gebracht eigenlijk veel beter was. Het is frappant dat Standard dit seizoen zijn beste wedstrijden op de Europese scène speelt. Tegen Everton had de ploeg een opmerkelijk teken van volwassenheid getoond: toen de Britten tijdens de eerste twintig minuten Standard naar de keel grepen, zochten de Luikenaars geen enkele keer naar het wapen van de lange bal. In plaats daarvan werd er van achteruit rustig gecombineerd, zonder het overzicht te verliezen of ook maar een moment in paniek te vervallen. Vervolgens zette Standard de partij naar zijn hand met een haast perfecte symbiose van kracht, techniek en snelheid. Maar de opeenvolging van wedstrijden lijkt voor de Rouches een probleem: vijf punten werden er dit seizoen na Europese wedstrijden al verloren. De minimaal vier Europese wedstrijden die nu nog volgen, komen de ontwikkeling van de ploeg ten goede, ook al is het voetbal dat in de competitie tot dusver werd geserveerd verre van sprankelend. Dat geldt ook voor Club Brugge, de virtuele leider in de competitie. Club heeft met Ronald Vargas en Nadir Dirar kwaliteit op de flanken, maar beiden gaan nog te vaak de solotoer op en verslikken zich in hun acties. Het gebrek aan snelheid in de centrale as blijft een probleem voor blauw-zwart, al zorgt het verlengde Europese avontuur voorlopig voor rust in de tent. De uitgelaten manier waarop de technische staf na het einde van de wedstrijd tegen Young Boys Bern reageerde, was veelbetekenend. Met thuiswedstrijden tegen Armenië en Spanje timmert de nationale ploeg verder aan de weg naar Zuid-Afrika. De vier op zes waarmee de kwalificatiematchen werden ingezet, schept een bepaald verwachtingspatroon dat nu moet worden bevestigd. Twee jaar werd er aan het elftal gebouwd, tal van systemen passeerden de revue, 51 spelers draafden op, maar van vaste patronen en herkenbare automatismen is er, de bemoedigende start ten spijt, nog altijd geen sprake. Hoe belangrijk het is een houvast te hebben, wordt in deze competitie juist bewezen door Cercle Brugge, waar sportieve continuïteit vorig seizoen de sleutel van het succes was. En door het verbazende KV Kortrijk, de club met het kleinste budget, waar Hein Vanhaezebrouck iedere week terugvalt op hetzelfde systeem. Het blok en de veldbezetting camoufleren de mankementen in de ploeg. Sterker zelfs: afgelopen zaterdag paste Germinal Beerschot zich aan deze manier van voetballen aan. S