De 0-3-nederlaag tegen Lierse duwt Cercle Brugge in een crisis. En die confrontatie met de rauwe keerzijde van de medaille lijkt moeilijk voor een vereniging die de afgelopen jaren voor haar filosofie en specifieke missie alleen maar werd bejubeld en zelfs verheerlijkt. Cercle bleef altijd zichzelf: een haast ontroerend bescheiden vereniging, die zich nooit liet meedrijven in een spiraal van koude zakelijkheid en telkens weer haar familiale karakter benadrukte. Dat was geen etiket maar een realiteit. Naar Cercle kwam je ook als journalist altijd graag: de menselijke warmte waait je als het ware tegemoet, in weinig clubs in dit land word je in de perszaal zo goed en hartelijk ontvangen.
...

De 0-3-nederlaag tegen Lierse duwt Cercle Brugge in een crisis. En die confrontatie met de rauwe keerzijde van de medaille lijkt moeilijk voor een vereniging die de afgelopen jaren voor haar filosofie en specifieke missie alleen maar werd bejubeld en zelfs verheerlijkt. Cercle bleef altijd zichzelf: een haast ontroerend bescheiden vereniging, die zich nooit liet meedrijven in een spiraal van koude zakelijkheid en telkens weer haar familiale karakter benadrukte. Dat was geen etiket maar een realiteit. Naar Cercle kwam je ook als journalist altijd graag: de menselijke warmte waait je als het ware tegemoet, in weinig clubs in dit land word je in de perszaal zo goed en hartelijk ontvangen. Toen ex-trainer Harm van Veldhoven een paar jaar geleden, als coach van Beerschot, op Cercle kwam, zei hij na de wedstrijd tevreden te zijn dat hij op een stoel kon gaan zitten waarop bij wijze van spreken geen elektriciteit zat. Cercle laat trainers werken en geeft ze ook kansen. Georges Leekens begon er bijvoorbeeld aan zijn carrière en kan vandaag nog altijd met vertedering praten over de rust waarin je daar als trainer zelfstandig kon functioneren. Glen De Boeck kreeg er de mogelijkheid om zijn visie te ontvouwen, tot hij naar Beerschot vluchtte en door de manier waarop dat gebeurde littekens bracht in de ziel van de vereniging. En Bob Peeters mocht er twee jaar geleden beginnen, Cercle zocht en vond een nieuwe trainer en wierp zijn hengel niet uit in een vijver waarin al jaren dezelfde vissen zwemmen. Voor de start van het seizoen praatte Cercle op een persconferentie over zijn ambities. Het leek versterkt, ook al had het met Nuno Reis van achteren uit veel voetballend vermogen verloren. Hier en daar hoorde je fluisteren over play-off 1. Nu staat Cercle in de kelder van het klassement en speelt het zaterdag op Waasland-Beveren een vervroegd degradatieduel. En plots ook treedt er onrust op rond de vereniging. En is er druk in de ploeg. De domme manier waarop Kevin Janssens tegen Lierse een rode kaart kreeg, is daar een illustratie van. Cercle Brugge wordt op dit moment zwaar op de proef gesteld. Het liet tot ongenoegen van Bob Peeters de in het systeem zo belangrijke Igor Vetokele vertrekken en destabiliseerde zo de ploeg. Uit economisch oogpunt is de transfer begrijpelijk, want hoewel Cercle het behalen van play-off 1 nooit in het budget incalculeert, kampte het vorig seizoen met een exploitatietekort. Terecht waakt de vereniging over de begroting. Anderzijds neemt de mogelijkheid tot transfers die er na de start van de competitie nog tot 31 augustus bestaat langzamerhand absurde vormen aan. Het is een vervalsing van de competitie. Het zou niet fair zijn om de dramatische start van Cercle in de schoenen te schuiven van Bob Peeters. De trainer verrichtte de afgelopen twee seizoenen uitstekend werk en had de groep goed in de hand. Met een mengeling van humor en strengheid. Hooguit wilde je je weleens verbazen over de extreme kregeligheid waarmee Peeters tegenover de buitenwereld op kritiek reageerde. Het valt hem niet gemakkelijk zijn emoties te controleren, ook al is hem daar herhaaldelijk op gewezen. Het is inherent aan het voetbal dat bepaalde ingrepen van trainers ter discussie staan als het minder draait. Dat is bij Cercle, waar bijvoorbeeld Arnar Vidarsson vanuit het middenveld naar het hart van de defensie werd overgeheveld, niet anders. Maar in wezen is dat niet fundamenteel. Cercle begon uitstekend aan het seizoen op RC Genk, maar na drie opeenvolgende nederlagen stak het geklaag de kop op. Intussen moet Cercle vaststellen dat het heel gemakkelijk tegendoelpunten slikt. Terwijl aanvallend voetbal vanuit een goed georganiseerde defensie vorig seizoen het handelsmerk was van groen-zwart. Toen ook stond er vaak een heel jonge ploeg op het veld. Dat is intussen veranderd. Hoewel de kern van Cercle nog altijd dertien spelers telt die jonger zijn dan 23 jaar stonden er zaterdag tegen Lierse zeven spelers van 29 jaar of meer aan de aftrap. Het komt er nu voor Cercle op aan vooral rustig te blijven en zijn identiteit te behouden. Het potentieel om een kommerloos seizoen te draaien blijft aanwezig. Op voorwaarde dat er geknokt wordt en spelers weer de bal durven te vragen. Dat ook dit laatste zaterdag tegen Lierse niet gebeurde, is eigen aan een kwakkelende ploeg. DOOR JACQUES SYSHet zou niet fair zijn om de schuld bij Bob Peeters te leggen.