Ruimte zat in zijn kast van een huis, en toch loopt Enzo Scifo erin rond als een leeuw in een kooi. Sinds eind vorig seizoen leeft hij afgesneden van het voetbal, en dat vreet aan hem. Zijn restaurant in La Louvière brengt geen enkele afleiding : het is (vermoedelijk definitief) gesloten. "Stilzitten valt me zwaar, ik ben al heel mijn leven in beweging geweest."
...

Ruimte zat in zijn kast van een huis, en toch loopt Enzo Scifo erin rond als een leeuw in een kooi. Sinds eind vorig seizoen leeft hij afgesneden van het voetbal, en dat vreet aan hem. Zijn restaurant in La Louvière brengt geen enkele afleiding : het is (vermoedelijk definitief) gesloten. "Stilzitten valt me zwaar, ik ben al heel mijn leven in beweging geweest." Het bewegen zelf gaat hem redelijk goed af. Enzo Scifo (36) herstelt van de heupoperatie die hij vorige maand onderging. De revalidatie verloopt vlot, hij stapt bijna weer normaal. "Het voetbal heeft me alles gegeven, maar op het einde van mijn carrière heeft het het kraakbeen van mijn heup genomen. Het voetbal is tegenover mij niet veeleisend geweest." Hij grijnst.In 1987 al waarschuwden de artsen van Inter Milaan hem dat hij heupproblemen zou krijgen. "En ik had het nog veel eerder kunnen weten, indien ik me tijdens mijn jeugd had laten onderzoeken. Het is genetisch. Mijn moeder en mijn broer hebben er ook last van. Zij ontsnapten aan een operatie omdat zij niet dezelfde inspanningen als ik hebben geleverd."Tijdens zijn eerste maanden als trainer bij Charleroi probeerde Scifo wat te lopen en een balletje te trappen. "De pijn werd almaar onverdraaglijker. Sinds meer dan een jaar doe ik niets meer." Toch behoudt hij zijn slanke lijn. Scifo grijnst opnieuw : "Dat is de stress van Charleroi."Zijn chirurg heeft hem verzekerd : na de revalidatie zal Scifo kunnen sporten. Hij kijkt er enorm naar uit. "Ik mis het voetbal. Het is goed om gedurende twee of drie maanden te rusten. Deze zomer ben ik naar Sicilië getrokken om er mijn familie en mijn vrienden op te zoeken. We waren amper terug of ik zei tegen mijn vrouw : Pak je koffers maar weer, we vertrekken naar de Azurenkust. Ik heb er geweldig van genoten, in die periode was ik blij dat ik niks meer met voetbal te maken had. Maar nu begint het weer te kriebelen. Ik wil opnieuw aan de slag." Enzo Scifo : Maar wat heb ik dan ook niet allemaal meegemaakt bij Charleroi ! Nu bekijk ik dat anders : het was de beste leerschool die je je als beginnend trainer kunt voorstellen. Velen geloven dat het voetbal me onvoldoende boeit. Wel, ze vergissen zich. Trainer zijn, dat bevalt me uitstekend. Globaal gezien bewaar ik goede herinneringen aan mijn periode als trainer bij Charleroi. En veel aspecten aan die job mis ik nu : de dagelijkse aanwezigheid op dat veld, de samenwerking met spelers en de technische staf, de wedstrijden, de overwinningen. Iedereen zegt dat het gekkenwerk is. Dat klopt. Maar het verschaft je ook veel vreugde. Je speelt voetbal om te winnen, dat is duidelijk. Op het einde van mijn eerste seizoen wilde ik stoppen omdat ik voelde dat de groep niet meer achter me stond. Voor een coach is dat de doodsteek. Ik ben alleen maar gebleven omdat mijn medewerkers - Notaro, Bertinchamps, Gulyas - me ervan overtuigden dat dat de beste oplossing was. En ik heb geen spijt van mijn beslissing want ik heb op het einde van het seizoen nog schitterende momenten beleefd. Het loont de moeite niet om daar nog over te spreken.Het was een extrasportieve kwestie. Op het veld was ik nog enthousiast en voelde ik me tevreden. Maar wat er zich in de coulissen afspeelde, zat me niet lekker. Toen ik bij Charleroi aankwam, werd daar een project neergezet maar op de duur vond ik mezelf daar niet meer in terug. Ik geloofde niet meer in wat ik aan het doen was en dus ben ik opgestapt. Nadat met veel poeha het project Scifo-Sporting was gelanceerd, kreeg ik de indruk dat we twee jaar lang ter plaatse trappelden. Maar ik ben niet vertrokken vanwege Abbas Bayat. De stad Charleroi was toch bij het project betrokken, niet ? Ze rolden een rode loper uit opdat ik zou komen, maar nadien heb ik in twee jaar tijd niemand gezien. De beloften die ze me deden toen ik aankwam, werden niet nagekomen. Dat is teleurstellend. Misschien was het voor de stad financieel niet haalbaar, dat weet ik niet. Hoe dan ook, ik verwachtte steun, maar die is er nooit gekomen en daaruit heb ik lessen getrokken. Ik heb ook niet aan de stad gevraagd om ons meteen honderd miljoen frank te geven. Ik wou vooral hulp op het vlak van infrastructuur. Dat was ook de afspraak. We hebben gesproken over een nieuw trainingscomplex, synthetische terreinen, een opleidingscentrum enzovoort. Maar er gebeurde niets. De media verweten Abbas Bayat en mezelf dat we veel te vroeg met dat opleidingscentrum naar buiten kwamen. Dat was omdat de stad ons had beloofd dat ze zich daarmee ging bezighouden. En wij, van onze kant, staken vol goede bedoelingen maar als de financiële middelen ontbreken, dan kun je het wel schudden.Ik heb de indruk dat ze me gerold hebben. Abbas Bayat ook. Toen het exacte bedrag van de schuld bekend werd, vroeg ik me af wat ik moest doen. Ik ben gebleven omdat ik inmiddels deel uitmaakte van het raderwerk en omdat ik niet de indruk wilde wekken als de eerste de beste dikke nek een club in de steek te laten omdat die er slechter voor stond dan voorzien.Dat is logisch. Ik had Gallinella in de club gebracht. Dat is een kwestie van solidariteit. Bayat wilde dat hij vertrok, ik wilde dat hij bleef. Dus ben ik samen met mijn vriend vertrokken. Ik blijf ervan overtuigd dat men Gallinella in de club diende te houden. Let wel, ik loop nog altijd hoog met Bayat op. Hij heeft veel respect voor mij en dat is wederzijds. Overal liggen valkuilen, daar moet je als trainer oog voor hebben. Sinds mensenheugenis was Charleroi er niet meer in geslaagd een rustig seizoen door te maken. Toen ik er trainer was hebben we ons twee keer zonder problemen gered. Voor het tweede seizoen haalde ik acht nieuwe spelers binnen voor de prijs van één half goede. Ik denk dat ik met die spelers goed heb gewerkt : sommige dingen konden ze, andere niet. Er waren betere ploegen dan Charleroi, dat heb ik geregeld gesignaleerd. Dat was geen gebrek aan ambitie, dat was realisme. Eén jaar geleden stond Charleroi in de linkerkolom van het klassement, en toch trok de pers van Charleroi mijn bekwaamheid in twijfel. Nu heeft Charleroi drie punten uit negen wedstrijden en alles gaat goed. De mensen hebben gelijk wanneer ze zeggen dat het bestuur veranderd is, dat de trainer veranderd is, dat de spelers veranderd zijn, maar de problemen dezelfde zijn gebleven. Ik kan alleen maar zeggen : Charleroi is geen gemakkelijke club.Ik hou ervan als de cijfers voor zich spreken. Toen ik Charleroi verliet, zei ik tegen Abbas Bayat : Later zal je beseffen dat ik hier nog niet zo slecht gewerkt heb. Destijds was er sprake van dat we geen enkele speler zouden aantrekken, terwijl het vertrek van Tokéné, Camus, Rojas en Pivaljevic vaststond. Ik heb toen gezegd dat de club op een catastrofe afstevende. Gelukkig kwam er tussentijds versterking. Ik vind dat KargboTokéné uitstekend vervangt - Tokéné over wie ik maar een half seizoen kon beschikken. Kolotilko is van het niveau van Rojas of Pivaljevic. Volgens mij heeft het huidige Charleroi intrinsiek ongeveer dezelfde waarde als de ploeg die ik onder mijn hoede had. Ik oordeel of veroordeel niemand, maar nogmaals : één jaar geleden stond Charleroi in de linkerkolom van het klassement. Elke trainer maakt fouten. Maar mijn fouten liggen veeleer op het extrasportieve vlak dan op het sportieve. Als het te herdoen was, zou ik nooit meer in die valkuil tuimelen en me laten opzadelen met valse beloften. Aan de combinatie bestuurslid-trainer zou ik niet meer beginnen. Charleroi heeft me tien jaar van mijn leven gekost. Een trainer moet zich op zijn job kunnen concentreren. Dat was vorig seizoen het geval, het seizoen daarvoor niet. Ik moest me met honderd en één dingen bezig houden die niks met mijn werk als coach van doen hadden. Ik moest bijvoorbeeld zelf sponsors benaderen en hen overtuigen om in Charleroi te investeren. Ik had geen gezinsleven meer.Terwijl ik coach was, deden er zich twee ernstige incidenten voor. Telkens trad ik streng op. Ik stuurde Biakolo naar de B-kern en Yazdani tijdens een training naar de kleedkamer. Ik zal nooit een autoritaire coach zijn die loopt te brullen en slaat naar alles wat beweegt. Ik vind dat niet nodig. Ik heb Arsène Wenger en Aimé Jacquet meegemaakt. Die spraken geen enkel woord luider dan het andere. Dat deed geen enkele afbreuk aan de duidelijkheid van hun boodschap. Mijn spelersgroep heeft het me nooit verplicht om autoritair op te treden. Het waren brave jongens en ik een brave trainer. Is daar iets mis mee ? door Pierre Danvoye'Ik heb de indruk dat ze me gerold hebben. Abbas Bayat ook.'