Keuze

Gladys : "Op mijn tiende ben ik met mijn ouders naar een boogschuttersclub gegaan. Ik kreeg meteen de kriebels te pakken en wou ook steeds verder gaan. Uit veiligheidsoverwegingen mocht je toen pas vanaf je twaalfde echt beginnen schieten. Mijn moeder schiet zelfs nu nog in clubverband. Een andere sport heb ik nooit overwogen, ik schoot gewoon veel te graag."
...

Gladys : "Op mijn tiende ben ik met mijn ouders naar een boogschuttersclub gegaan. Ik kreeg meteen de kriebels te pakken en wou ook steeds verder gaan. Uit veiligheidsoverwegingen mocht je toen pas vanaf je twaalfde echt beginnen schieten. Mijn moeder schiet zelfs nu nog in clubverband. Een andere sport heb ik nooit overwogen, ik schoot gewoon veel te graag." Sigrid : "Ik ben op mijn veertiende via vrienden op school beginnen surfen. In andere landen, zoals Frankrijk, Polen en Duitsland, werken ze met grotere structuren en budgetten. Dat zie je aan de resultaten. Maar ik wil me daar niet aan storen, door de jaren heb ik een weg gevonden die voor mij goed werkt. Er zijn gelukkig veel mensen die achter me staan." Muriel : "Ik ben met muurklimmen begonnen toen ik vijftien was, en op mijn achttiende heb ik alles op alles gezet. Niet evident in een sport die op dat moment eigenlijk nog niet bestond in België. En toch ben ik nooit ongerust geweest. Ik wist dat muurklimmen niet te combineren was met hogere studies en dat dit de weg was die ik moest volgen. Misschien heeft de dood van mijn vader, toen ik zeventien was, ook wel meegespeeld. Plots was ik nergens meer bang voor, en mijn resultaten verbeterden ook meteen spectaculair. Zolang je maar gemotiveerd bent, kan je heel veel." I worked hard and sacrificed to get what I get Sigrid : "Ik heb mijn sport vijf jaar lang gecombineerd met de studie bio-ingenieur. Tijdens de week zat ik op kot in Gent en trainde ik door te lopen, te zwemmen, krachttraining of squash. Ik concentreerde me op sporten die niet zoveel tijd vragen, zodat ik het 's morgens of tussen twee lessen door kon doen. In het weekend zat ik dan constant op het water. Officieel bestond er nog geen topsportstatuut voor studenten, maar de professoren waren wel flexibel, zodat ik mijn examens een beetje kon spreiden. Na mijn studie heb ik direct voltijds voor het surfen gekozen." Gladys : "Tijdens mijn schoolopleiding was ik eigenlijk nog niet intensief met boogschieten bezig. Pas toen ik geld verdiende, ben ik er volledig voor gegaan. Ik combineerde in- en outdoor (field) op nationaal niveau. Ik werk nu net niet fulltime als bejaardenverzorgster. De shiften probeer ik steeds met mijn collega's te wisselen, anders is het moeilijk te combineren met de buitenlandse verplaatsingen. Trainen doe ik drie keer per week op willekeurige dagen in mijn club in Ekeren. Bijna elk weekend is er een wedstrijd, ofwel nationaal ofwel voor de liga, en die wedstrijden tellen dan voor de kwalificatie voor het EK." Muriel : "Veel mensen vonden dat ik maar beter kon gaan studeren op mijn achttiende, want dat muurklimmen zou toch nergens toe leiden. Maar ik heb me niet laten ontmoedigen, ik was te gemotiveerd. Ik hou ook zo veel van mijn sport, dat het me geen moeite kost om er hard voor te werken. Misschien ligt het ook wel in mijn karakter : ik hou niet zo van uitgaan, ik rook niet, drink niet, ik let op wat ik eet en ik ben graag in vorm. Voor sommige mensen lijkt dat een opoffering. Terwijl ik gewoon heel veel geluk heb dat ik kan doen wat ik graag doe, en daar ook van kan leven." Sigrid : "De combinatie studeren-topsport was zwaar, je bent altijd met iets bezig en je hebt het gevoel dat je geen van beide echt goed genoeg doet. Je moet je jaar in vakjes verdelen en snel kunnen omschakelen. Als je gaat varen, mag je niet denken aan wat je nog allemaal moet studeren en als je zit te studeren en ziet dat de bomen bewegen, mag je niet direct naar je surfplank grijpen." Muriel : "Ik heb altijd van klimmen gehouden. Mijn moeder heeft nog foto's waarop ik in bomen hang of ergens op klauter. Toen ik de sport voor het eerst op tv zag, was ik meteen verkocht. Ik turnde toen en ik heb ook karate gedaan, maar muurklimmen was precies wat ik zocht. Mijn lenige lichaam is er ook ideaal voor. Ik mis misschien wat centimeters, maar dat compenseer ik met mijn kracht. Het is ook een heel esthetische sport, de bewegingen zijn nooit dezelfde. Ook het mentale, de techniek en de tactiek zijn belangrijk. Een muur beklimmen is als het decoderen van een schattenkaart. En de wedstrijden, dat is pure adrenaline. Je moet constant je grenzen verleggen om toch maar die top te bereiken." Sigrid : "Surfen doe je met de natuur en de weerselementen : water, wind, koude, warmte. Vroeger dacht ik dat ik moest vechten met die elementen, maar eigenlijk zijn het je vrienden. De wind helpt je naar de overwinning, je moet hem niet trotseren, maar er één mee worden." Sigrid : "In de surfwereld draait het veel meer om de sport dan om fuiven en macho's. Tijdens wedstrijden en stages krijgen wij heel veel respect van de mannen. We trainen en bespreken vaak dingen samen. In de races surfen mannen sneller dan vrouwen omdat de start veel kracht vraagt en jongens dan meteen een voorsprong nemen die je niet meer kan inhalen. Maar op training, wanneer die start wegvalt, kan je als vrouw wel concurreren met de mannen." Muriel : "Bij muurklimmen is er gelukkig geen enorm verschil meer tussen mannen en vrouwen, de moeilijkheidsgraad ligt niet zo ver uiteen. Maar in de bredere sportwereld is er nog altijd een negatieve houding tegenover vrouwen. Dat ligt aan de opvoeding. Al van bij de geboorte krijgt een meisje mee dat ze een handicap heeft ten opzichte van een jongen. Dat motiveert me nog meer : iets bereiken als vrouw, zonder hulp. Wat me wel ergert, is dat succes en karakter hebben bij een man iets positiefs is. Bij een vrouw is dat meteen verdacht : ze moet wel een slecht karakter hebben, want hoe kan ze anders slagen ? Dat maakt me echt kwaad." Gladys : "Boogschieten is geen sport in de ware zin van het woord, het is een discipline. De kunst is immers om altijd hetzelfde te doen. Je moet je onderbewustzijn trainen zodat je steeds kan schieten. Maar de sport wordt zeker en vast ondergewaardeerd. Bij boogschieten denkt men direct aan cafésport en hoor je vaak : 't is voor het plezier. Als toeschouwer kan de puntentelling wel ingewikkeld en saai lijken, maar we schieten wel vanop zeventig meter, hè !" Gladys : "In het begin schoot ik met occasiemateriaal, maar vanaf mijn eenentwintig jaar schafte ik me mijn eigen boog aan. Nadien werd ik enkel voor mijn materiaal gesponsord en vorig jaar werd ik daarmee wereldkampioen. Als je meer presteert, zeker internationaal, krijg je ook beter materiaal van de sponsors. Ik verdien niets met boogschieten. De verplaatsingen naar Peking, Firenze, New York et cetera moet ik uit eigen zak betalen. Mijn vriend en ik koppelen dan het nuttige aan het aangename en nemen die reizen als vakantie. Er is ook een merkbaar verschil tussen Vlaanderen en Wallonië wat betreft subsidies. De Walen krijgen overheidssteun, de Vlamingen niet. Dat zorgt toch wel voor enige wrijving. Bij mijn wereldtitel heeft de federatie me een bedrag ter beschikking gesteld om mijn buitenlandse wedstrijden van volgend jaar enigszins te bekostigen. In de Amerikaans GP's is er wel steeds een prijzenpot." Sigrid : "In het begin bestond mijn budget uit prijzengeld en privé-sponsoring. Een trainer had ik ook niet. O'Neill is al meer dan tien jaar mijn kledingsponsor, maar in de winter was ik meestal twee maanden bezig om bijkomende sponsors te zoeken. Sinds de Olympische Spelen lig ik onder contract bij Bloso : ik ontvang nu een vast loon en mijn onkosten voor mijn trainer. Verplaatsingen en materiaal zijn voor rekening van het BOIC en Bloso. Je wordt jaarlijks geëvalueerd : had ik bijvoorbeeld op het afgelopen WK niet goed gepresteerd, dan zou ik toch wel met een hele goede reden hebben moeten komen." Muriel : "Het is een vicieuze cirkel. Als de mensen je niet kennen, is het moeilijk om sponsors te vinden. Vroeger had ik mijn sport, ik presteerde, maar er was geen informatie-uitwisseling. Sinds ik een manager heb, is er veel veranderd. Nu kom ik net rond, maar het blijft moeilijk. Geld opzij zetten, kan ik niet, en dat is wat frustrerend. Ik woon bijvoorbeeld nog thuis, maar verlang toch wel naar mijn eigen plekje. Nu er eindelijk erkenning is, brengt dat misschien wel wat op gang." Muriel : "Als topsporter moet je wel zelfstandig zijn, egoïstisch soms. En om goed te kunnen trainen, ben ik ook het liefst alleen. Ik moet me kunnen concentreren. Vroeger begreep niet iedereen dat. Ze dachten dat ik liever in mijn eigen hoekje bleef zitten, ik kwam ook niet echt sympathiek over. Ze durfden me zelfs niet aan te spreken. Misschien had ik zelf ook wel een defensieve houding, omdat ik bang was van mensen." Sigrid : "Door mijn sport ben ik heel zelfstandig geworden. Ik ging altijd alleen naar buitenlandse stages en wedstrijden. Een trainer had ik niet en ik trok een beetje als een zigeuner rond, sliep in jeugdherbergen met veel mensen in een kleine ruimte. In het eerste jaar ken je nog niemand en kan je bijvoorbeeld niemand vragen om je te komen ophalen op de luchthaven in Brazilië. Maar ik heb nooit gedacht : nu moet ik naar huis. Tegenwoordig kan ik veel professioneler werken en ik weet op het moment dat ik aan een reis begin, hoe die gaat eindigen en waar. In de winter trek ik twee maanden op stage naar Nieuw-Zeeland. Gedurende de rest van het jaar wissel ik twee weken buitenland telkens af met één weekje thuis. Die week heb ik echt nodig voor mijn motivatie." Gladys : "Ik heb geen coach : tijdens de trainingen en wedstrijden moet ik alles individueel doen en krijg ik van niemand instructies. Mijn vriend, die verscheidene keren Belgisch kampioen is geweest, en ik helpen elkaar zoveel mogelijk, want in dit wereldje is het ieder voor zich. Er heerst zeer veel jaloezie : het is een individuele sport en ze gunnen je echt niks. Misschien zijn mijn tegenstanders afgunstig op het betere materiaal van mij, ik weet het niet." Gladys : "De Gazet van Antwerpen bericht soms over de wedstrijden en de regionale tv komt wel eens langs. Toch merk ik dat boogschieten populair is, in Antwerpen en Limburg zijn er al verschillende clubs met een aanzienlijk aantal leden. Bij mijn wereldtitel stond de telefoon direct roodgloeiend, maar dat was omdat de club iedereen op de hoogte had gebracht. Ik mocht ook naar De Laatste Show, maar ik heb bedankt omdat ik vond dat ik mijn ding gedaan had. Mijn vriend vindt dat ik mijn wereldtitel meer moet uitbuiten voor de sport. Maar ik ben niet het type om mezelf te verkopen, ik wil alleen schieten (lacht)." Sigrid : "Over mij zal je niet zoveel artikels gevonden hebben zeker ? (lacht) Regionaal valt het wel mee, maar nationaal is er niet zoveel belangstelling voor de surfsport. Misschien omdat het minder commercieel is. Ik heb ook niet echt grote voorgangers en surfen heeft geen traditie in België." Muriel : "Vroeger was er weinig interesse voor mijn prestaties. De fout van de media, vond ik toen, maar nu zie ik dat anders. De mensen kennen de sport gewoon niet, wij moeten ze inwijden en op de hoogte houden. Zelf was ik ook vreselijk verlegen. Nu heb ik begrepen dat er nog andere mensen op de wereld zijn en ik ben opener geworden. Intussen heeft ook Vlaanderen mij ontdekt. Genomineerd worden voor de Sportpersoonlijkheid was een complete verrassing. Ik heb vijf keer de wereldbeker gewonnen, maar nu ik ook wereldkampioene ben, is er pas echt erkenning. Ik voel dat mijn carrière nu pas echt begint." Sigrid : "Op dit moment heb ik geen vriend, maar ik heb wel een relatie van zes jaar achter de rug. Als je ambitieus bent, is het moeilijk te combineren : door de vele stages en het volgepakte trainings- en wedstrijdschema heb je weinig tijd voor elkaar. Ik denk wel dat het mogelijk is om een vaste relatie te hebben, maar je moet er allebei heel veel vertrouwen in hebben." Gladys : "Mijn vriend zit ook al jaren in deze sport en weet goed genoeg wat het is. Hij steunt me volledig. Dat is gemakkelijk, want iemand wildvreemd zou niet bij mij passen. We zijn altijd samen onderweg. Daarom denk ik ook dat kinderen op dit moment echt niet bij ons passen, wij zijn gewoon te weinig thuis." Muriel : "Een relatie is mogelijk maar moeilijk, want mijn sport slorpt heel veel van mijn tijd op. Zeker vorig seizoen was het constant koffers in- en uitpakken, de vuile was droppen en weer onderweg. Aan kinderen denk ik zelfs helemaal niet. Ik ben al 29, maar ik weet niet eens of ik wel kinderen wil. Ik heb ook niet het gevoel dat ik iets mis, ik wil eerst mijn doelen bereiken." Sigrid : "Thuis ben ik graag onder vrienden en spring ik iedere dag wel een uurtje binnen op de surfclub, maar op wedstrijden sluit ik mij af. Ik weet na jaren ervaring hoe ik een wedstrijd mentaal best aanpak en dat is door me volledig op mezelf en mijn strategie te concentreren. De enige personen die me vergezellen op wedstrijden en stages zijn mijn trainer en soms iemand voor de logistiek. Vrienden neem ik bewust nooit mee, want dan wil ik ze dingen laten zien en zorgen dat ze zich niet vervelen." Muriel : "Tussen mij en de buitenwereld blijft er nog altijd een soort barrière, maar het is al een stuk beter. Ik ben nog altijd graag alleen, maar aan het einde van het seizoen, als het vooral mentaal zwaar wordt, zoek ik wat vaker contact met collega's." Gladys : "Voor mijn wereldtitel heb ik veel last van target panic gehad : mijn onderbewuste kon zomaar een pijl laten losgaan nog voor mijn vizier op het geel, de roos, gericht stond. Die blazoenziekte is heel erg, want je geraakt er tijdens de wedstrijd niet meer vanaf. Nu heb ik er iets op gevonden door met een ander hulpstuk te schieten. Als er nu nog iets misloopt, moet je me een dag laten doen. Ik ben perfectionistisch en als je een softie bent, kom je er gewoon niet. Misschien leg ik de lat ook wel wat hoog." Muriel : "Het moeilijkste in mijn carrière was toen ik al enkele keren de wereldbeker had gewonnen en ik merkte dat de interesse uitbleef. Er bewoog gewoon niks rond mij. Toen ben ik zelfs beginnen twijfelen : lonen al die inspanningen nog wel de moeite ? Echt stoppen kon ik niet, de drang was gewoon te sterk, maar het was wel ontmoedigend. Ik investeerde zo veel en er was gewoon geen return." Sigrid : "In de topsport krijg je vaak harde klappen of ontgoochelingen te verwerken. Vaak zijn dat de momenten waarop mensen je weinig krediet geven en je heel erg op jezelf aangewezen bent. Hoe je die tegenslagen verwerkt en hoe je er telkens weer sterker probeert uit te komen, bepaalt hoe ver een topsporter geraakt. Over mijn zestiende plaats op de Spelen in Sydney was ik erg ontgoocheld. De voorbereidingsperiode was te kort : ik wou dan in de resterende zes maanden te veel doen en toen heb ik mezelf overtraind, met blessures tot gevolg. Op de Spelen zelf was ik eigenlijk al over mijn piek heen. Jammer, want het is heel hard werken en ineens is het heel snel voorbij, zonder tweede kans." Sigrid : "Toen ik nog op de middelbare school zat, had onze trainer om de groep te motiveren eens gezegd : 'Als je elke dag vier uur traint, word je wereldkampioen. ' Ik vond dat niet slecht gezegd, dus heb ik zijn raad tijdens de zomervakantie opgevolgd. Elke ochtend reed ik met de fiets van Brugge naar Zeebrugge, zo'n achttien kilometer enkel, denk ik. Op het WK van '91 werd ik vice-wereldkampioen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit zou deelnemen aan de Olympische Spelen. Dat is langzaam gegroeid. Ieder jaar stelde ik me een nieuw doel : meedoen aan de juniorcups, me selecteren voor het WK jeugd... (verlegen) Tot je beseft dat je eigenlijk nog meer kan. In Athene wil ik volgend jaar zeker beter presteren dan in Sydney. Mijn ambitie is dat ik alles wat ik de afgelopen jaren geleerd heb, als een puzzel in elkaar kan passen op de Spelen zelf. Niet ervoor of erna. Het moet mijn beste wedstrijd worden." Gladys : "Ik kan niet aan de Olympische Spelen meedoen omdat ons type van boog, de meer gecompliceerde compoundboog, niet erkend wordt. Daarom blijven ook de subsidies van Bloso uit. In de VS wordt onze sport echt wel professioneel beoefend en krijgen de beoefenaars allerlei faciliteiten. Spijtig, maar vooraleer een nieuwe sport geaccepteerd wordt door het IOC, dat duurt nog even... Ik wil ook absoluut nog iets op outdoorvlak bereiken, want dat ontbreekt nog op mijn palmares." Muriel : "De wereldtitel was het enige wat ik nog miste, en dat doel heb ik nu bereikt. Ik heb er een paar keer nipt naast gegrepen, omdat ik me liet vangen door de druk. Die titel heeft me veel zelfvertrouwen gegeven en ik kan nu veel beter met de stress omgaan. Ik heb dan wel alles gewonnen, maar ik wil mijn grenzen blijven verleggen. Mijn sport uit de anonimiteit halen, is ook een van mijn doelen. En muurklimmen op het olympisch programma krijgen, is een droom. Sport voor vrouwen, dat moet zeker nog verder ontwikkelen en ligt me na aan het hart. Hoe ik daarbij kan helpen, weet ik nog niet, maar er is zeker heel veel te doen." door Carline Collignon, Loes Geuens en Inge Van Meensel'Een muur beklimmen is als het decoderen van een schattenkaart.' (Muriel Sarkany)'Een trainer had ik niet en ik trok een beetje rond als een zigeuner.' (Sigrid Rondelez)'Ik ben niet het type om mezelf te verkopen, ik wil alleen schieten.' (Gladys Willems)