Website: www.chelseafc.com
...

Website: www.chelseafc.com Palmares: Landstitel: 1955 en 2005 FA Cup: 1970, 1997 en 2000 Ligabeker: 1965, 1998 en 2055 Europacup 2: 1971 en 1998 Europese supercup: 1998 De Russische revolutie. Zo beschreef de Britse pers in de zomer van 2003 de overname van Chelsea door Roman Abramovich. Een goeie headline, maar eigenlijk dekt ze niet helemaal de lading. Uiteraard is Abramovich de belangrijkste figuur : het is met zijn geld dat de club werkt. In 2003 kocht hij Ken Bates uit voor 42,5 miljoen euro en beloofde hij tegelijk een gat van 120 miljoen euro weg te werken. Leuk detail : binnen de vijf dagen was de zaak rond. Abramovich (39 slechts) is dan ook geen sukkelaar. Hij werd wees op zijn vierde, het was zijn broer die hem in huis nam en opvoedde. Fortuin maakte hij in de jaren negentig in de oliebusiness, niet zonder strubbelingen want in 1992 onderzocht de politie zijn zaakjes naar aanleiding van de verdwijning van 55 wagonladingen diesel. Abramovich controleert nu oliegigant Sibneft (dat in 2004 45 miljoen euro investeerde in Uefabekerwinnaar CSKA Moskou) en heeft onder meer ook aandelen in Aeroflot en een tv-bedrijf. Forbes klasseerde hem in 2003 als 49e in de lijst der wereldrijken, met een geschat fortuin van 6 miljard euro. Maar voorzitter is hij dus niet. Die eer is voor de Amerikaan Bruce Buck, eigenaar van één aandeel (Abramovich heeft er 84 miljoen). Buck was voordien het Europese hoofd van het advocatenkantoor Skadden, Arps, Slate, Meagher & Flom, een kantoor dat gespecialiseerd is in fusies, overnames en geldbeheer. Voor Sibneft of Siberian Oil deed hij een aantal zaken, wat hem in contact bracht met Abramovich. De Rus liet Buck de overname van Chelsea afhandelen, liet hem het bedrijf van de beurs halen en stelde hem aan als voorzitter. De derde directeur bij Chelsea is de Russische Canadees EugeneTenenbaum. Leerde de stiel bij KPMG en Salomon Brothers en werkt al jaren als financieel brein bij Sibneft en Millhouse Capital UK, de Engelse investeringsmaatschappij van Abramovich. Het vierde genie aan de top is chief excutivePeter Kenyon, die eerder bij Manchester United werkte en daarvoor voor de Engelse gigant Umbro. De voorbije maanden kwam hij twee keer in opspraak, toen hij namens Chelsea Ashley Cole (Arsenal) en Rio Ferdinand (Manchester United) benaderde, terwijl die nog onder contract lagen en hun club nergens van wist. De ploeg die de voorbije twee jaar het meest spendeerde op de transfermarkt heeft uiteraard een aantal vedetten. Beginnen we in doel met Peter Cech (23), op dit moment met Gianluigi Buffon de beste doelman van de wereld. Als 19-jarige zorgde de Tsjech bij Sparta Praag al meteen voor een record door een hele tijd, meer dan 1000 minuten, ongeslagen te blijven. Het leverde hem in de zomer van 2002 een transfer op naar Rennes. Daar speelde hij twee jaar en vorig seizoen verhuisde hij voor 10,5 miljoen euro naar Londen. Het langst in dienst bij de club is aanvoerder John Terry (24), de local hero uit Oost-Londen die door de club zelf is opgeleid. Destijds nog als middenvelder, in de A-ploeg werd hij verdediger. Twee jaar nadat hij echt vaste waarde werd, werd hij verkozen tot Profvoetballer van het Jaar. Speler van het Jaar voor de pers werd Frank Lampard (26), opgeleid bij West Ham waar zijn vader coach en gewezen stervoetballer was. In de zomer van 2001, toen zijn vader er werd ontslagen als trainer, verhuisde Lampard voor 16 miljoen euro naar Chelsea. Hij werd er lang aangezien als een miskoop, pas vorig seizoen sloeg de stemming om en dit jaar was hij onomstreden de held. De komst van Claude Makelele in de zomer van 2003 was daar wellicht niet vreemd aan. Deze Franse werkmier, geboren in Congo maar international voor les Bleus, verhuisde van Nantes via Marseille naar Real en was quasi overal een garantie voor succes. De duurste zomertransfer vorig jaar was Didier Drogba, maar de Ivoriaan kon de fans niet overtuigen. Niet geheel onverwacht, ook in Frankrijk was Drogba maar bij momenten echt schitterend. Neen, dan keken ze op Stamford Bridge veel liever naar de snelle lichtvoetige Arjen Robben, 21 en nog een aankoop van de vorige trainer, Claudio Ranieri. Drie keer was Robben langdurig geblesseerd, maar wanneer hij fit was, trok hij zo het niveau omhoog. Twee keer kampioen met Porto, winnaar van de Uefabeker, de Champions League, de Portugese beker en de Portugese supercup en nu kampioen met Chelsea en winnaar van de ligabeker : José Mourinho, nog steeds maar 41, is een heuse succescoach. Het is bekend : hij leerde het vak van Bobby Robson, voor wie hij vertaalde in diens periode als coach van Sporting Lissabon. Robson nam hem mee naar Barcelona, maar veel meer dan vertaler, scout en observator was hij nooit, daarvoor deed de Engelsman veel te graag zelf het veldwerk. Pas onder Louis van Gaal, die beter kon delegeren, mocht Mourinho het veld op en toen voelde hij zich klaar om hoofdcoach te worden. De eerste zelfstandige opdracht, onmiddellijk bij topclub Benfica, liep slecht af. De man die hem naar Lissabon haalde, verloor twee maanden later de voorzittersverkiezingen en meteen mocht ook José Mourinho gaan. Het succes kwam later, maar sneller dan hij zelf verwachtte. Al verbaasde het hem wel dat hij zo snel kritiek kreeg van de Engelse pers. Mourinho, over zijn aanvankelijk vrij verdedigende spelwijze : "Het belangrijkste was eerst de nul te leren houden, zodat het zelfvertrouwen van de ploeg steeg." Het goeie voetbal, zo wist hij, zou nadien wel komen, eens hij over Damien Duff en Arjen Robben beschikte. Zo geschiedde. Onlangs, tegenover BBC-voetbalcommentator Gary Lineker, gaf hij toe wat op Louis van Gaal te lijken. Mourinho noemt zichzelf een man met twee gezichten, voor wie een wedstrijd begint bij de persconferentie vooraf en eindigt op de persbabbel erna. Die psychologische oorlogsvoering snapt volgens hem wel iemand als Arsène Wenger, maar veel minder een icoon als Sir Alex Ferguson met wie hij vaak in de clinch ligt. Met de Fransman daarentegen drinkt hij wijn. Anders dan stadsgenoten Tottenham of West Ham was Chelsea nooit een club die het moest hebben van de eigen opleiding. Meer nog : de trainingsfaciliteiten voor de eigen A-ploeg waren lang een schande. In de schaduw van Heathrow, onder het geraas van opstijgende en landende vliegtuigen moest de bende elke dag aan de bak. In wat je noemt de betere containers, met amper comfort. Het was allemaal niet zo belangrijk, vond de directie, die het geld liever in de uitbouw van het stadion stak. Toch een paar bekende namen uit de eigen jeugd : John Terry, uiteraard, aanvoerder van het kampioenenteam, Carlton Cole (een beloftevolle spits die al drie jaar wordt uitgeleend, dit seizoen aan Aston Villa) en Mikael Forssell, een in Duitsland geboren Fin die lang werd uitgeleend aan Birmingham City. Veel eigen jeugd stroomt er dus niet écht door. In de FA Youth Cup, ooit gewonnen door jongens als David Beckham en Paul Scholes en dit seizoen door Ipswich, speelt Chelsea zelden een hoofdrol. Ook dit jaar niet, in de derde ronde werd de club stijlloos gewipt door de jongeren van Colchester United. Je vindt op de website van Chelsea ook amper wat over de opleiding of de academy. Tenzij dit : in de reserven krijgt vooral de jeugd een kans en de min 18-jarigen werden dit seizoen zevende in hun reeks. Zevende op tien, met slechts acht zeges in 28 wedstrijden. Onder de rubriek developing players vind je een aantal jonge maar in de ogen van de club aanstormende talenten. Daarbij ook Joe Keenan en Sebastian Kneissl, allebei dit seizoen te zien in het shirt van Westerlo en daar zeker niet de opvallendste spelers. Stamford Bridge, zo heet de thuishaven van Chelsea. Te klein voor het succes. Amper 42.522 mensen kan het stadion herbergen. De laatste jaren werd het uitgebouwd, maar het zit nu aan zijn maximum bij gebrek aan uitvalswegen. Er is er maar één, in feite, Fulham Road, en die weg kan voor of na een wedstrijd amper de toevloed aan verkeer slikken. Verhuizen is geen optie, want in dit gedeelte van de stad is bouwgrond schaars en dus amper te betalen. En van het nieuwe Wembley haar thuisbasis maken, wil de club niet. Zo'n stadion rendeert maar om de veertien dagen, slechts een goeie 25 dagen per jaar, en dus had de vorige eigenaar van Chelsea, Ken Bates, andere plannen in zijn hoofd. Hij bouwde Stamford Bridge om tot Chelsea Village, een hotel- en ontspanningscomplex, met onder meer fitnesszaal, zwembad en restaurants. Uiteraard voor de gegoede supporter. Die kon zelfs zijn reizen boeken in het ChelseaTravel Center. Het werd allemaal geen onverdeeld succes. De hotels beletten nu de verdere uitbouw van het stadion, maar toch gaan ze niet neer, of worden ze niet gesloten. De nieuwe eigenaars proberen de boel rendabel te maken/houden, maar geven in interviews openlijk toe dat ze zelf nooit die weg zouden zijn ingeslagen, mochten ze het kunnen overdoen. "Want al wat de voetbalfan eigenlijk wil, is voetbal, niet de poespas errond." Het beste bewijs : de voor vorig weekend geplande party voor de fans werd vorige week dinsdag afgelast omdat de voorverkoop matig tot slecht was. Als het seizoen voorbij is, is de portemonnee leeg. Chelsea FC is een club die het allemaal iets anders doet. Het begin was al vreemd, de club had bijvoorbeeld al een stadion voor ze ontstond. Het waren de broers Gus en JohnMears die in de wijk Fulham een stadion bouwden en dat aanboden aan de plaatselijke voetbalclub. Die bedankte en omdat ze al met hun stadion zaten, richtten de broers Mears dan maar zelf een club op. Dat werd Chelsea, genoemd naar de wijk ernaast. De club was zelfs lid van de Football League nog voor ze een wedstrijd had gespeeld. Wat voor fans zijn het ? Overwegend blank, nogal luidruchtig en volgens de moppen die we vonden op het internet, niet al te bijster slim. Of wat dacht u van deze ? Gevraagd naar zijn favoriete patiënt antwoordt de Londense chirurg : doe mij maar een Chelseafan. Hij durft niks, heeft geen ruggengraat noch een hart en voor- en achterkant zijn inwisselbaar. Of deze : hoe doe je een Chelseafan van gedacht veranderen ? Door hem wat in het oor te fluisteren. Like vulgar nouveau riche, zo gedraagt de club zich volgens zijn tegenstanders en de fans delen een beetje in die sfeer. Met veel geld gooien, maakt niemand populair. Maar de Chelseafan zal het worst wezen. Vijftig jaar heeft hij moeten wachten en getuige de uitbarsting van vreugde na het behalen van die titel was dat een frustrerende tijd. Wel nog dit : de fan moet relatief bemiddeld zijn, blijkt uit een blik op de prijzen voor een abonnement. Een seizoentje Stamford Bridge kost een volwassene op de goedkoopste plaats 650 pond (1000 euro), de gemiddelde prijs bedraagt iets meer dan 800 pond (ongeveer 1200 euro). Is Chelsea een rijke club ? Ja en neen. Deloitte publiceert elk jaar een soort FootballMoney League, met daarin een schatting van de jaarinkomens van de rijkste clubs. Chelsea klom in de jongste editie van plaats tien naar plaats vier en liet een inkomen van 217 miljoen noteren tijdens het seizoen 2003/04. Maar inkomen is één, uitgaven wat anders. De jaarcijfers van 2004 geven een heel ander beeld : voor de belastingen maakte Chelsea een verlies van 88 miljoen pond, ongeveer 130 miljoen euro. Peter Kenyon verwacht dat de club pas in het seizoen 2009/10 breakeven zal draaien. Commercieel is er geen probleem, Samsung betaalt voor vijf jaar shirtreclame straks 75 miljoen euro, meteen een record naar Engelse normen. En in de zomer van 2006 neemt Adidas het contract van Umbro over. Het probleem zijn de uitgaven, vooral op het spelersvlak. Ruim 270 miljoen euro aan transfers en een jaarlijkse salarislast van 175 miljoen euro, voor je dat hebt terugverdiend, moet er al wat binnenkomen. Op dit moment slorpen lonen 76 procent van het jaarinkomen van de club op. Het is de taak van Peter Kenyon om dat cijfer naar een meer aanvaardbare 55 procent te halen. In principe zijn dit cijfers die elke club naar het failliet leiden. Bij Chelsea kan het echter omdat de eigenaar borg staat voor een lening van 115 miljoen pond, ongeveer 175 miljoen euro. En de cijfers bewijzen zijn gelijk : je kan een club en succes kopen, tenminste als je veel geld hebt. De voorbije twee seizoenen vonden 300.000 supporters meer de weg naar het stadion en wordt de capaciteit haast elke keer volledig benut. Eén thuiswedstrijd levert de club nu ongeveer 1,5 miljoen pond, een goeie 2,25 miljoen euro op, dat is haast evenveel als Manchester United, nog steeds hét voorbeeld in Engeland. Naar het voorbeeld van United wil Chelsea vanaf nu ook voorzichtiger te werk gaan op de transfermarkt. Overgangen als die van Didier Drogba, die vorige zomer 36 miljoen euro kostte, zouden in principe niet meer kunnen. Tenzij Chelsea ons straks alsnog verrast, uiteraard. door Peter T'Kint