Sclessin houdt van verhaaltjes uit het verleden. De laatste jaren leek een voetbalbezoek aan Luik heel erg op een zondagmiddag bij je grootouders. De trouwste supporters willen het vervelende heden wegwissen door de gloriejaren van vroeger op te rakelen, toen Axel Witsel, Michy Batshuayi of Mehdi Carcela de tribunes deden daveren.

Soms leek het of de jaren 2010, gekenmerkt door de internationale doorbraak van het voetbal gestoeld op balbezit, vergeten waren om in Luik halt te houden. In de tribunes van Sclessin bleef men allergisch voor een breedtepass en schreeuwde men nooit zo luid als wanneer de ruimtes tussen de linies een snelle en geslaagde omschakeling lieten verhopen. Bij de Rouches wist het geduldige en choreografische voetbal van Slavo Muslin of Aleksandar Jankovic nooit het volk te begeesteren. Tribune 3 verkoos de passionele runs uit het voetbal van Michel Preud'homme of de aanvallende oplossingen die aangebracht werden door individuele talenten. Sclessin heeft heimwee naar een periode die soms in hun huidig voetbal lijkt terug te zijn, waarin de trainer er voor spek en bonen bijloopt omdat de bal exclusief aan de spelers toebehoort.

Op zijn eentje heeft Mehdi Carcela het aanschijn van Standard veranderd.

Ricardo Sá Pinto legde te midden van een stortvloed aan kritiek zijn oor op de juiste plek te luister. Aan de ene kant luisterde hij naar de tribunes, die prestaties en grinta eisten. Aan de andere kant naar zijn kleedkamer, die uitpuilde van talenten met honger naar vrijheid. Om de Luikse saus goed te kruiden, moest hij veeleer het pak van people manager aantrekken dan van trainer. Alles waar Standard prat op ging, viel dan uiteindelijk samen in januari, na lange maanden van twijfel. De aftrap van de dolle remonte van de Luikenaars werd al gegeven op 31 januari. Op die dag, terwijl Renaud Emond Club Brugge aftroefde in de heenwedstrijd van de halve finales in de beker, verzekerde Carcela zich van een uitweg voor zes maanden op de oevers van de Maas. Sindsdien verloor Standard slechts twee keer: de terugwedstrijd in de beker op Brugge en de eerste uitwedstrijd van play-off 1 op het veld van Genk. Tussendoor veroverde het een plaats in de top zes, een trofee en een ticket voor de titelrace. De club die op zoek was naar de juiste koers, vond die door Mehdi Carcela aan het roer te plaatsen.

Mehdi en Junior

Hoewel vooral Paul-José Mpoku de belangen van de kleedkamer leek te verdedigen, werd Carcela al snel tot kapitein gebombardeerd. De Marokkaan nam de teugels van de ploeg in handen, te beginnen op de rechterflank. Een beginpositie die hem toestond om een wet van het moderne voetbal uit te dagen, namelijk dat de grote verschillen in het centrum gemaakt worden, een zone waar het veel moeilijker is om zich te laten insluiten dan op de vleugels. Carcela heeft klaarblijkelijk een neus voor ontsnappingen. Sinds zijn terugkeer in België zit hij aan een gemiddelde van 12 dribbels per match, waar de specialisten uit onze competitie over het algemeen rond de 8 zitten.

Ook aan de overkant van het veld daagt Junior Edmilson de nationale wetten uit met een gemiddelde van 9,6 dribbels per match sinds begin februari. Een dubbele troef waardoor Standard de opstoppingen in het centrum kan vermijden en steriel balbezit rendabel maken. In het huidige voetbal wordt het parcours van de bal dat loopt van de centrale verdediger naar de flankverdediger en vervolgens naar de flankaanvaller beschouwd als een pressingvalstrik, waardoor de tegenstander zich op een vleugel kan concentreren om de passlijnen af te snijden. Maar een uitstekende dribbelaar kan tactische schema's overhoop gooien.

Mehdi Carcela houdt Lazar Markovic af., BELGAIMAGE
Mehdi Carcela houdt Lazar Markovic af. © BELGAIMAGE

Dankzij het talent en de huidige vorm van twee spelers kan Standard een stereotiep opbouwschema dus onstopbaar maken. Het samenspel tussen Collins Fai en Edmilson op één vleugel of tussen Pedro Luis Cavanda en Carcela op de andere komt vaak voor in het spelschema en overstijgt geregeld het aantal van tien passes per negentig minuten. Het idee is bijna potsierlijk, maar het eindresultaat ervan wordt 'onleesbaar' gemaakt door de individuele prestaties van de Luikse vleugels.

Koning Mehdi

Uiteindelijk komt de bal dan in de voeten van Carcela. Of die van Edmilson. Of van Paul-José Mpoku. Alles is mogelijk, want niks lijkt uiteindelijk verboden voor de drie tovenaars van Sclessin. De vrijheid is absoluut. Het doet wat denken aan de beste Rode Duivels van Marc Wilmots en zijn sindsdien beroemde devies: 'Geef de bal aan Eden.' Maar Sá Pinto heeft een voordeel tegenover het Kampfschwein: met Carcela en Edmilson heeft hij een dubbele Eden Hazard. Naar Belgische maatstaven uiteraard. De twee woelwaters van Sclessin zijn de beste specialisten van het land om met enkele vloeiende bewegingen een verdediging te ontmantelen. Hun coach heeft dat begrepen en geeft hen de vrije hand wanneer de Rouches in balbezit zijn. Bij balverlies volstaat het dat twee van de vier offensieve spelers teruglopen om zich op de vleugels te positioneren. Die taak wordt vaak vervuld door Edmilson op links en diepe spits Renaud Emond op de andere flank.

Zijne majesteit Carcela verdient ondertussen wel wat rust. Het is allicht om te voorkomen dat hij te veel verdedigend werk moet opknappen dat Sá Pinto hem uiteindelijk in het centrum gezet heeft, waar hij vrijelijk het samenspel kan zoeken met een medespeler naar keuze van zodra de bal weer gerecupereerd werd. De aanvallende sectie van Standard improviseert voortdurend en dat is precies wat hen onleesbaar maakt voor al hun tegenstanders. Niets is moeilijker te voorspellen dan de intuïtie van een kleine groep supergetalenteerden. Tegen Club Brugge zagen we vaak dat Mpoku, nochtans opgesteld als rechterflankaanvaller, tot op zijn favoriete linkerflank liep om daar een driehoekje te vormen met Carcela en Edmilson. De rechtervleugel lag er dan verlaten bij, maar blauw-zwart had zelfs niet de gelegenheid om dat goed en wel te beseffen. Het was immers de absolute prioriteit om de bal uit te voeten te halen van het helse trio van Sclessin om het hoofd boven water te kunnen houden.

Op zijn eentje heeft Mehdi Carcela het aanschijn van Standard veranderd. Zijn glimlach is snel besmettelijk geworden in de Luikse kleedkamer. Zijn talent schonk hem de sleutels van het veld. In de zeventien wedstrijden die hij dit seizoen in het rode shirt speelde, toonde hij zich onomstotelijk de beste voetballer van het land, met een ruime voorsprong op de concurrentie, die dan nog wordt aangevoerd door zijn eigen eerste luitenant, Junior Edmilson. De Marokkaan maakte vijf goals en gaf tien assists, dankzij een buitengewone neus voor de beslissende laatste pass. Hij voerde ook dribbels uit waar de verdedigers van de Pro League nachtmerries van kregen.

Zijn invloed is des te opmerkelijker wanneer je vaststelt dat hij gemiddeld slechts 37,1 ballen per wedstrijd raakte. Van de tien gebruikelijke veldspelers van Standard deden alleen Christian Luyindama (33,1) en Renaud Emond (21,4) minder goed. Nochtans maakt niemand sinds begin februari zo'n dreigende indruk als de Marokkaan. Bevrijd omdat hij van Sá Pinto tegenwoordig tussen de lijnen mag voetballen, ontsnapt hij aan de controle van de verdedigers en van zodra hij de gelegenheid heeft om zich in de richting van het vijandelijke doel te draaien met de bal aan de voet, weet hij uit het balbezit een doelkans te puren. Standard heeft genoeg aan een zwak gemiddelde van 352 passes per match om gevaar te creëren, want het is nooit gevaarlijker dan wanneer de lijnen uiteen getrokken worden en een snelle run met de bal meer pijn doet dan een serie passes.

Snelheid en efficiëntie

Voor Standard moet alles dus snel gaan. Sá Pinto gaf dat nog toe na het gelijkspel tegen Brugge. Hij had het over de moeilijkheden die zijn team ondervond met het rondspelen van de bal om na 35 minuten gekte een zwakkere periode te overbruggen. De Rouches hebben geen geduld wanneer ze in balbezit zijn. Symbool daarvan is de topschutter van 2018, Renaud Emond, de koning van de overname in één tijd. Bij de nummer 9 van Sclessin lijkt een balcontrole een overbodige beweging te zijn.

De Luikenaars geven ook blijk van veel efficiëntie. Maar liefst 41 procent van de schoten binnen het doelkader leverde een doelpunt op. Het realisme van Emond, de technische kwaliteit van Carcela en de kanonskogels van Edmilson maakten het verschil in een laatste sprint waarbij alle stukjes van de puzzel leken goed te vallen.

Uiteindelijk werd het zo'n gek seizoen voor Standard dat het zelfs nog in een apotheose had kunnen eindigen met een onverwachte dubbel. Meer dan de stempel van Sá Pinto draagt het die van Carcela, de balgoochelaar wiens knapste prestatie het was om een verloren elftal om te toveren tot een kandidaat-kampioen. Een ultiem bewijs dat het voetbal weldegelijk aan de spelers toebehoort.

12

Het gemiddelde aantal dribbels van Mehdi Carcela per negentig minuten. Op zijn eentje voerde hij meer dan een derde van alle dribbels van Standard uit.

15

Het aantal beslissende acties van Mehdi Carcela sinds zijn terugkeer naar Standard (vijf goals, tien assists). Hij doet daarmee beter dan Junior Edmilson (zeven goals, vier assists) en Renaud Emond (tien goals, één assist).

Sclessin houdt van verhaaltjes uit het verleden. De laatste jaren leek een voetbalbezoek aan Luik heel erg op een zondagmiddag bij je grootouders. De trouwste supporters willen het vervelende heden wegwissen door de gloriejaren van vroeger op te rakelen, toen Axel Witsel, Michy Batshuayi of Mehdi Carcela de tribunes deden daveren. Soms leek het of de jaren 2010, gekenmerkt door de internationale doorbraak van het voetbal gestoeld op balbezit, vergeten waren om in Luik halt te houden. In de tribunes van Sclessin bleef men allergisch voor een breedtepass en schreeuwde men nooit zo luid als wanneer de ruimtes tussen de linies een snelle en geslaagde omschakeling lieten verhopen. Bij de Rouches wist het geduldige en choreografische voetbal van Slavo Muslin of Aleksandar Jankovic nooit het volk te begeesteren. Tribune 3 verkoos de passionele runs uit het voetbal van Michel Preud'homme of de aanvallende oplossingen die aangebracht werden door individuele talenten. Sclessin heeft heimwee naar een periode die soms in hun huidig voetbal lijkt terug te zijn, waarin de trainer er voor spek en bonen bijloopt omdat de bal exclusief aan de spelers toebehoort. Ricardo Sá Pinto legde te midden van een stortvloed aan kritiek zijn oor op de juiste plek te luister. Aan de ene kant luisterde hij naar de tribunes, die prestaties en grinta eisten. Aan de andere kant naar zijn kleedkamer, die uitpuilde van talenten met honger naar vrijheid. Om de Luikse saus goed te kruiden, moest hij veeleer het pak van people manager aantrekken dan van trainer. Alles waar Standard prat op ging, viel dan uiteindelijk samen in januari, na lange maanden van twijfel. De aftrap van de dolle remonte van de Luikenaars werd al gegeven op 31 januari. Op die dag, terwijl Renaud Emond Club Brugge aftroefde in de heenwedstrijd van de halve finales in de beker, verzekerde Carcela zich van een uitweg voor zes maanden op de oevers van de Maas. Sindsdien verloor Standard slechts twee keer: de terugwedstrijd in de beker op Brugge en de eerste uitwedstrijd van play-off 1 op het veld van Genk. Tussendoor veroverde het een plaats in de top zes, een trofee en een ticket voor de titelrace. De club die op zoek was naar de juiste koers, vond die door Mehdi Carcela aan het roer te plaatsen. Hoewel vooral Paul-José Mpoku de belangen van de kleedkamer leek te verdedigen, werd Carcela al snel tot kapitein gebombardeerd. De Marokkaan nam de teugels van de ploeg in handen, te beginnen op de rechterflank. Een beginpositie die hem toestond om een wet van het moderne voetbal uit te dagen, namelijk dat de grote verschillen in het centrum gemaakt worden, een zone waar het veel moeilijker is om zich te laten insluiten dan op de vleugels. Carcela heeft klaarblijkelijk een neus voor ontsnappingen. Sinds zijn terugkeer in België zit hij aan een gemiddelde van 12 dribbels per match, waar de specialisten uit onze competitie over het algemeen rond de 8 zitten. Ook aan de overkant van het veld daagt Junior Edmilson de nationale wetten uit met een gemiddelde van 9,6 dribbels per match sinds begin februari. Een dubbele troef waardoor Standard de opstoppingen in het centrum kan vermijden en steriel balbezit rendabel maken. In het huidige voetbal wordt het parcours van de bal dat loopt van de centrale verdediger naar de flankverdediger en vervolgens naar de flankaanvaller beschouwd als een pressingvalstrik, waardoor de tegenstander zich op een vleugel kan concentreren om de passlijnen af te snijden. Maar een uitstekende dribbelaar kan tactische schema's overhoop gooien. Dankzij het talent en de huidige vorm van twee spelers kan Standard een stereotiep opbouwschema dus onstopbaar maken. Het samenspel tussen Collins Fai en Edmilson op één vleugel of tussen Pedro Luis Cavanda en Carcela op de andere komt vaak voor in het spelschema en overstijgt geregeld het aantal van tien passes per negentig minuten. Het idee is bijna potsierlijk, maar het eindresultaat ervan wordt 'onleesbaar' gemaakt door de individuele prestaties van de Luikse vleugels. Uiteindelijk komt de bal dan in de voeten van Carcela. Of die van Edmilson. Of van Paul-José Mpoku. Alles is mogelijk, want niks lijkt uiteindelijk verboden voor de drie tovenaars van Sclessin. De vrijheid is absoluut. Het doet wat denken aan de beste Rode Duivels van Marc Wilmots en zijn sindsdien beroemde devies: 'Geef de bal aan Eden.' Maar Sá Pinto heeft een voordeel tegenover het Kampfschwein: met Carcela en Edmilson heeft hij een dubbele Eden Hazard. Naar Belgische maatstaven uiteraard. De twee woelwaters van Sclessin zijn de beste specialisten van het land om met enkele vloeiende bewegingen een verdediging te ontmantelen. Hun coach heeft dat begrepen en geeft hen de vrije hand wanneer de Rouches in balbezit zijn. Bij balverlies volstaat het dat twee van de vier offensieve spelers teruglopen om zich op de vleugels te positioneren. Die taak wordt vaak vervuld door Edmilson op links en diepe spits Renaud Emond op de andere flank. Zijne majesteit Carcela verdient ondertussen wel wat rust. Het is allicht om te voorkomen dat hij te veel verdedigend werk moet opknappen dat Sá Pinto hem uiteindelijk in het centrum gezet heeft, waar hij vrijelijk het samenspel kan zoeken met een medespeler naar keuze van zodra de bal weer gerecupereerd werd. De aanvallende sectie van Standard improviseert voortdurend en dat is precies wat hen onleesbaar maakt voor al hun tegenstanders. Niets is moeilijker te voorspellen dan de intuïtie van een kleine groep supergetalenteerden. Tegen Club Brugge zagen we vaak dat Mpoku, nochtans opgesteld als rechterflankaanvaller, tot op zijn favoriete linkerflank liep om daar een driehoekje te vormen met Carcela en Edmilson. De rechtervleugel lag er dan verlaten bij, maar blauw-zwart had zelfs niet de gelegenheid om dat goed en wel te beseffen. Het was immers de absolute prioriteit om de bal uit te voeten te halen van het helse trio van Sclessin om het hoofd boven water te kunnen houden. Op zijn eentje heeft Mehdi Carcela het aanschijn van Standard veranderd. Zijn glimlach is snel besmettelijk geworden in de Luikse kleedkamer. Zijn talent schonk hem de sleutels van het veld. In de zeventien wedstrijden die hij dit seizoen in het rode shirt speelde, toonde hij zich onomstotelijk de beste voetballer van het land, met een ruime voorsprong op de concurrentie, die dan nog wordt aangevoerd door zijn eigen eerste luitenant, Junior Edmilson. De Marokkaan maakte vijf goals en gaf tien assists, dankzij een buitengewone neus voor de beslissende laatste pass. Hij voerde ook dribbels uit waar de verdedigers van de Pro League nachtmerries van kregen. Zijn invloed is des te opmerkelijker wanneer je vaststelt dat hij gemiddeld slechts 37,1 ballen per wedstrijd raakte. Van de tien gebruikelijke veldspelers van Standard deden alleen Christian Luyindama (33,1) en Renaud Emond (21,4) minder goed. Nochtans maakt niemand sinds begin februari zo'n dreigende indruk als de Marokkaan. Bevrijd omdat hij van Sá Pinto tegenwoordig tussen de lijnen mag voetballen, ontsnapt hij aan de controle van de verdedigers en van zodra hij de gelegenheid heeft om zich in de richting van het vijandelijke doel te draaien met de bal aan de voet, weet hij uit het balbezit een doelkans te puren. Standard heeft genoeg aan een zwak gemiddelde van 352 passes per match om gevaar te creëren, want het is nooit gevaarlijker dan wanneer de lijnen uiteen getrokken worden en een snelle run met de bal meer pijn doet dan een serie passes. Voor Standard moet alles dus snel gaan. Sá Pinto gaf dat nog toe na het gelijkspel tegen Brugge. Hij had het over de moeilijkheden die zijn team ondervond met het rondspelen van de bal om na 35 minuten gekte een zwakkere periode te overbruggen. De Rouches hebben geen geduld wanneer ze in balbezit zijn. Symbool daarvan is de topschutter van 2018, Renaud Emond, de koning van de overname in één tijd. Bij de nummer 9 van Sclessin lijkt een balcontrole een overbodige beweging te zijn. De Luikenaars geven ook blijk van veel efficiëntie. Maar liefst 41 procent van de schoten binnen het doelkader leverde een doelpunt op. Het realisme van Emond, de technische kwaliteit van Carcela en de kanonskogels van Edmilson maakten het verschil in een laatste sprint waarbij alle stukjes van de puzzel leken goed te vallen. Uiteindelijk werd het zo'n gek seizoen voor Standard dat het zelfs nog in een apotheose had kunnen eindigen met een onverwachte dubbel. Meer dan de stempel van Sá Pinto draagt het die van Carcela, de balgoochelaar wiens knapste prestatie het was om een verloren elftal om te toveren tot een kandidaat-kampioen. Een ultiem bewijs dat het voetbal weldegelijk aan de spelers toebehoort.