Tussen alle uitbarstingen van passie in Rome, Turijn, Milaan en Genua, gaat er in Italië nog een andere derby schuil. In het burgerlijke Verona speelt de tweestrijd zich enigszins in de marge af, in die mate dat er tot voor kort amper sprake was van enige rivaliteit tussen de clubs Hellas Verona en Chievo.
...

Tussen alle uitbarstingen van passie in Rome, Turijn, Milaan en Genua, gaat er in Italië nog een andere derby schuil. In het burgerlijke Verona speelt de tweestrijd zich enigszins in de marge af, in die mate dat er tot voor kort amper sprake was van enige rivaliteit tussen de clubs Hellas Verona en Chievo. De reden daarvoor is simpel: ze speelden in het verleden omzeggens nooit tegen elkaar. In zijn 110-jarig bestaan nam Hellas het slechts elf keer op tegen zijn stadsgenoot! Het was wachten tot 1994 vooraleer de derby een eerste keer werd gespeeld. De verhoudingen lieten dat niet eerder toe: Hellas was duidelijk 'de ploeg van 't stad' en werd dat nog meer door de emoties die gepaard gingen met de landstitel die ze behaalden in 1985. Chievo daarentegen, opgericht in 1929, vegeteerde heel lang in de lagere afdelingen. Pas in 1994 bereikte Chievo voor het eerst de Serie B en in 2001 de Serie A. Een club uit een Veronese wijk die amper 2500 inwoners kent, blijft uiteraard altijd het kleine broertje. Bij de allereerste derby ontrolden de tifosi van Hellas een spandoek waarop stond: 'Pas wanneer ezels vliegen, zullen we een derby hebben in de Serie A' (de bijnaam van Chievo is 'vliegende ezels'). Niettemin is het wel degelijk Chievo dat sinds 2001 de eer van Verona hooghoudt. Want tussen 2002 en 2013 had Verona geen plaats meer bij de elite (in 2007 degradeerde het zelfs voor vier jaar naar de derde klasse). In die omstandigheden is het natuurlijk moeilijk om rivaliteit te cultiveren. Bovendien dragen beide clubs dezelfde stadskleuren (geel en blauw), hebben ze in hun wapenschild beide een trap (het symbool van de familie Scaliger die in de 13e en 14e eeuw over de stad regeerde) en delen ze het Stadio Bentegodi. Niet zo heel lang geleden werden de overwinningen van Chievo zelfs op applaus onthaald tijdens de wedstrijden van grote broer Hellas. Maar de groei van Chievo leidde toch tot iets dat van verre naar rivaliteit neigt. Neigt, zeggen we wel, want de sfeer in Bentegodi bij de thuismatchen van Chievo is niets vergeleken bij de opwinding die er heerst wanneer de meer gereputeerde en uitbundige grote broer er voetbalt. Schrijver Maurizio Crosetti verklaarde onlangs: "Spijts de gebeurtenissen sinds 2001 is het nog altijd moeilijk om Chievo en Verona als twee aparte plekken te zien. Het is tot op vandaag niet duidelijk waar Verona eindigt en Chievo begint." Om maar te zeggen: er moet nog veel gebeuren voor Chievo zich uit de schaduw van zijn buur kan losmaken. DOOR STÉPHANE VANDE VELDE