Wat hebben Robinho, Paulinho, Demba Ba, Eidur Gudjohnsen en Asamoah Gyan gemeen? Ze tekenden de afgelopen weken allemaal een lucratief contract bij een Chinese eersteklasser. Asamoah Gyan gaat bij Shanghai SIPG FC zelfs 314.826 euro per week ofte zestien miljoen euro per jaar verdienen. Dat is meer dan Neymar (305.118 euro per week), Luis Suárez (305.118) en Gareth Bale (277.380), topverdieners in het Europese voetbal. Bij zijn vorige club, Al Ain in de Emiraten, mocht Gyan wekelijks al 220.800 euro op zijn rekening bijschrijven. Het Chinese Guangzhou Evergrande probeerde ook Lior Refaelov te strikken met een driejarig contra...

Wat hebben Robinho, Paulinho, Demba Ba, Eidur Gudjohnsen en Asamoah Gyan gemeen? Ze tekenden de afgelopen weken allemaal een lucratief contract bij een Chinese eersteklasser. Asamoah Gyan gaat bij Shanghai SIPG FC zelfs 314.826 euro per week ofte zestien miljoen euro per jaar verdienen. Dat is meer dan Neymar (305.118 euro per week), Luis Suárez (305.118) en Gareth Bale (277.380), topverdieners in het Europese voetbal. Bij zijn vorige club, Al Ain in de Emiraten, mocht Gyan wekelijks al 220.800 euro op zijn rekening bijschrijven. Het Chinese Guangzhou Evergrande probeerde ook Lior Refaelov te strikken met een driejarig contract en een jaarsalaris van 1,8 miljoen euro, maar de 29-jarige Israëliër vindt het nog te vroeg om die stap te zetten. Alles lijkt erop te wijzen dat China het nieuwe beloofde land in het voetbal is. Nochtans stond de sport tot voor kort hevig ter discussie in de volksrepubliek. De Chinese Super League werd geteisterd door matchfixingschandalen en de nationale ploeg stapelde de ene beschamende nederlaag na de andere op. Sponsors en fans trokken hun handen af van het voetbal en vedetten als Didier Drogba en Nicolas Anelka - beiden in 2012 naar Shanghai Shenhua getrokken - verbraken er voortijdig hun contract. Net toen het Chinese voetbal niet dieper leek te kunnen zinken, greep de regering in. Tientallen corrupte bestuursleden, voetballers en scheidsrechters werden gearresteerd. Het gaf de sport weer wat geloofwaardigheid en dat vertaalde zich in de terugkeer van investeerders. Guangzhou is daarvan misschien het mooiste voorbeeld. In 2010 werd het voor matchfixing teruggezet naar de Chinese tweede klasse. Het team werd daarop gekocht door de projectontwikkelaarsgroep Evergrande. Dankzij die financiële input kon het coach Marcello Lippi en een aantal buitenlandse spelers aantrekken en drie jaar later werd het het eerste Chinese team dat de Aziatische Champions League won. Vorig jaar kreeg de club een nieuwe boost toen het bedrijf Alibaba, een reus in de onlineverkoop, 50 procent van de aandelen kocht voor 175 miljoen euro. Guangzhou Evergrande kondigde ook al aan dat het voetbalacademiën voor jonge, Chinese spelers wil opzetten in Nederland en Spanje. Sindsdien probeert elke Chinese club het succesrecept van Guangzhou te kopiëren. Maar China wil ook op de lange termijn de voetbalsport in het land verder uitbouwen. President Xi Jinping, een groot voetbalfan, zegt dat hij drie wensen heeft: dat China zich opnieuw plaatst voor een WK (dat lukte eerder alleen in 2002, toen het zijn drie groepsmatchen verloor en geen enkel doelpunt maakte), dat het een WK organiseert (Beijing 2026?) en dat het er ooit een wint. Met dat doel voor ogen werd in maart een groot hervormingsplan goedgekeurd. Voetbal wordt een verplicht vak op de basis- en middelbare school, het aantal voetbalscholen wordt opgedreven van 5000 naar 20.000 in 2020, en er wordt deze maand gestart met de opleiding van 6000 voetbalcoaches. Of zoals president Xi het samenvat: 'Chinese baby's zouden getraind moeten worden om te voetballen.' DOOR STEVE VAN HERPEpresident Xi Jinping 'Chinese baby's zouden getraind moeten worden om te voetballen.'