Toen Rastar Group, een Chinees bedrijf dat onder meer speelgoedauto's produceert, een paar maanden geleden hoofdaandeelhouder werd van Espanyol Barcelona voor 45 miljoen euro, zwaaide het met een studie. Daarin stond dat vijf miljoen Chinezen supporter zouden kunnen worden van de tweede club uit Barcelona. Stel je voor dat die allemaal een blauw-wit shirt kopen... Het is maar een van de aspecten van de overeenkomst die het Chinese bedrijf met de Spaanse eersteklasser sloot. Vanaf het moment dat de deal bekend raakte, boden ver...

Toen Rastar Group, een Chinees bedrijf dat onder meer speelgoedauto's produceert, een paar maanden geleden hoofdaandeelhouder werd van Espanyol Barcelona voor 45 miljoen euro, zwaaide het met een studie. Daarin stond dat vijf miljoen Chinezen supporter zouden kunnen worden van de tweede club uit Barcelona. Stel je voor dat die allemaal een blauw-wit shirt kopen... Het is maar een van de aspecten van de overeenkomst die het Chinese bedrijf met de Spaanse eersteklasser sloot. Vanaf het moment dat de deal bekend raakte, boden verscheidene Chinese clubs zich aan bij Rastar Group om hun beste jeugdspelers te laten opleiden bij Espanyol. Eerder in 2015 investeerde het Chinese Wanda Group 45 miljoen euro in Atlético Madrid en verwierf zo twintig procent van de aandelen. Onderdeel van het akkoord is ook daar dat jonge Chinese spelers opgeleid worden bij Los Rojiblancos. Bij Rayo Vallecano gaat het zelfs zover dat de Chinese sponsor Qbao in zijn overeenkomst met de club liet opnemen dat de Chinese voetballer Zhang Chengdong er gestald werd, tot ongenoegen overigens van trainer Paco Jémez. De 26-jarige vleugelspeler kwam dan ook haast nog niet in actie. Ook andere Spaanse eersteklassers hebben zich op een of andere manier verbonden met Chinese bedrijven, via (shirt)sponsoring of via contractuele overeenkomsten die de club bijvoorbeeld verplichten op tournee te gaan in China. Dat is het geval voor Real Madrid, FC Barcelona, Real Sociedad, Valencia, Villarreal, Levante, Real Betis en zelfs het nietige Eibar. Dat het Chinese geld welgekomen is in het economisch noodlijdende Spaanse voetbal, weet ook Javier Tebas, de voorzitter van de Spaanse profliga. Zo vergezelde hij afgelopen zomer Atlético Madrid op zijn tournee door China en verklaarde hij op een persconferentie dat 'het land heel belangrijk is voor de verdere ontwikkeling van de voetbalindustrie'. Hij maakte toen ook plannen bekend om in China voetbalscholen op te richten en om een bataljon Spaanse trainers naar het land te sturen om er hun voetbalkennis te gaan delen. Een en ander klinkt als muziek in de oren van president Xi Jinping, van wie al langer bekend is dat hij China als voetballand op de wereldkaart wil zetten. Het gaat er hem dan niet alleen om bekende voetballers en trainers - zoals Robinho, Paulinho, Felipe Scolari,... - naar het land te lokken, maar ook het Chinese voetbal aan de basis te veranderen. De eerste resultaten daarvan zouden te zien moeten zijn op het WK 2026, dat China graag zelf zou organiseren. Voorlopig ligt de FIFA echter nog dwars, omdat een WK geen twee keer na elkaar op hetzelfde continent georganiseerd mag worden. DOOR STEVE VAN HERPE