Meermaals heeft de Skyrenner het voor en tijdens de Tour herhaald: dat hij zijn trainingsschema had aangepast om met de gele trui in Parijs te pronken, én met het rode leidersshirt van de Vuelta in Madrid, op 10 september. Frisheid als codewoord, om na een vierde (2012) en drie tweede plaatsen (2011, 2014 en 2016) eindelijk ook de Spaanse ronde op zijn naam te schrijven. Terwijl die volgens Froome de voorbije jaren telkens 'een nakomertje' was, vertrekt hij zaterdag in Nîmes met een 'weldoordachte missie'.
...

Meermaals heeft de Skyrenner het voor en tijdens de Tour herhaald: dat hij zijn trainingsschema had aangepast om met de gele trui in Parijs te pronken, én met het rode leidersshirt van de Vuelta in Madrid, op 10 september. Frisheid als codewoord, om na een vierde (2012) en drie tweede plaatsen (2011, 2014 en 2016) eindelijk ook de Spaanse ronde op zijn naam te schrijven. Terwijl die volgens Froome de voorbije jaren telkens 'een nakomertje' was, vertrekt hij zaterdag in Nîmes met een 'weldoordachte missie'. Indien hij slaagt, wordt de Brit de eerste die de dubbel realiseert sinds Bernard Hinault in 1978, en pas de derde ooit na ook Jacques Anquetil (1963). Het verschil is dat de Vuelta toen in mei, vóór de Tour plaatsvond, want sinds 1995 werd de race verschoven naar het najaar. Een goeie zet om meer klassieke renners, die het WK wilden voorbereiden, naar Spanje te lokken. Al is dat de laatste jaren, en ook deze keer, veel minder het geval, wegens het steeds zwaarder parcours, met zoals in 2016 54.000 (!) en dit jaar 47.000 hoogtemeters. Ter vergelijking: de Tour van 2017 telde er 46.000. Ook de winnaars van de voorafgaande Ronde van Frankrijk waren sinds 1995 minder happig op 'een nakomertje'. Indurain, Riis, Ullrich, Pantani, Armstrong (7x), Contador (2x), Evans, Wiggins en Nibali: allen gaven ze verstek - te vermoeid na een slopende julimaand. Slechts 5 op 22 keer tekende de Tourwinnaar present in de Vuelta. Met wisselend succes: Oscar Pereiro werd na zijn verrassende Tourzege in 2006 (door de diskwalificatie van Floyd Landis) 49e, Carlos Sastre finishte als derde in 2008, Andy Schleck werd in 2010 halfweg door ploegleider Bjarne Riis uit koers gezet na een 'nachtelijk uitje', Chris Froome moest in 2015 opgeven na een val, en eindigde in 2016 als tweede. Nadat hij eigenlijk had moeten winnen, tot Nairo Quintana een coup pleegde in de beruchte rit naar Formigal. Samengevat dus twéé podiumplaatsen in de Vuelta voor de Tourwinnaar sinds 1995. Maar ook toen de Ronde van Spanje in mei op het menu stond, bleek die geen aantrekkelijk voorgerecht voor de renners die de Tour wilden verorberen. Miguel Indurain reed slechts één keer de ronde van zijn land (in 1991, tweede na Mauri). En ook voor die andere Tourrecordhouders was de Vuelta een zeldzaam zijsprongetje: Hinault waagde zich éénmaal aan de dubbel (met succes, in 1978), Eddy Merckx startte slechts één keer in Spanje (in 1973, toen hij wegbleef van de Tour, al realiseerde hij toen wel de dubbel Vuelta-Giro), en Anquetil nam in hetzelfde jaar tweemaal deel aan de Rondes van Spanje en Frankrijk. Waarbij hij éénmaal (1963), als eerste ooit, beide races won. In 1962 was de Fransman wel de beste in de Tour, maar gaf hij op in de Vuelta. Van álle andere geletruidragers in Parijs fietsten er amper vier in mei ook in Spanje. Zonder succes: Roger Walkowiak (1956) en Federico Bahamontes (1959) gaven op, Jan Janssen en Laurent Fignon eindigden in 1968 en 1983, voor hun Tourtriomf, als 6e en 7e. Conclusie: Froome kan met een dubbel wielergeschiedenis schrijven. Of steekt de afscheidnemende Contador daar een stokje voor? JONAS CRETEUR