Christiane Van der Auwera (64): 'Toen ik hier 35 jaar geleden begon, ontvingen wij de journalisten nog in dat houten barakske achter de hoofdtribune. We hadden daar een kleine boiler, waar twee liter water in kon. Dat water werd afgetapt van de Club 25 (een ruimte in de hoofdtribune, nvdr). Het liep via een darm naar die barak. In de winter stond mijn man Martin hier soms met een branderke dat hele spel te ontdooien. Uiteindelijk werden we slimmer en lieten we het water na elke match uit die darm weglopen.
...

Christiane Van der Auwera (64): 'Toen ik hier 35 jaar geleden begon, ontvingen wij de journalisten nog in dat houten barakske achter de hoofdtribune. We hadden daar een kleine boiler, waar twee liter water in kon. Dat water werd afgetapt van de Club 25 (een ruimte in de hoofdtribune, nvdr). Het liep via een darm naar die barak. In de winter stond mijn man Martin hier soms met een branderke dat hele spel te ontdooien. Uiteindelijk werden we slimmer en lieten we het water na elke match uit die darm weglopen. 'In dat barakske moesten we in de winter ook het ijs van de ruitjes krabben wanneer we naar buiten wilden kijken. En als we de chauffage meteen opendraaiden wanneer we aankwamen, begon het daar een beetje warm te worden tegen de tijd dat we terug naar huis gingen. (lacht) In de zomer was het er dan weer niet uit te houden van de hitte. We vloekten dan weleens, maar eigenlijk had dat allemaal veel charme.'Enkele jaren later kwam de vroegere champagnebar vrij. Sindsdien gebruiken we die als persruimte. Het was een hele verbetering tegenover die barak en maar goed ook, want ik vind het belangrijk om de journalisten te soigneren. Als ik thuis mensen ontvang, moet dat ook in orde zijn. Dus: als er in de winter rechtstreekse tv-uitzendingen zijn, vraag ik mannen zoals Filip Joos en Gert Verheyen of Martin hen tijdens de rust een Roycosoepje of iets anders warms moet komen brengen. Die tv-presentatoren en analisten hebben dan geen tijd om naar beneden te komen. 'Zelf blijf ik op een wedstrijdavond altijd in de perszaal. Zo kunnen fotografen ook tijdens de match binnenspringen. Ik wil ook de spullen niet achterlaten waarvan journalisten me gevraagd hebben ze bij te houden. De wedstrijd volg ik op de tv die hier hangt. In die barak hing vroeger niet eens een tv. En toen zag ik door de ruitjes maar één strafschopgebied. Ik moest afgaan op het geluid van het publiek om te raden wat er op de rest van het veld gebeurde. 'Op een dag vroeg iemand hier eens: waarom organiseren we geen pronostiek? Intussen doen we dat hier al jaar en dag, de journalisten, Martin en ik. Het tarief is: één euro voor twee gokbeurten. De winnaar krijgt de pot. Zulke dingen zorgen mee voor een gemoedelijke sfeer en het is die sfeer die het hier zo plezant maakt. 'Belangrijk bij mijn taak vind ik wel: horen, zien en zwijgen. Hier aan de toog delen journalisten weleens geruchten met elkaar, bijvoorbeeld over financiële problemen bij een andere club. Maar als ik pakweg Peter Vandenbempt over zoiets hoor praten, ga ik er voor alle veiligheid wat verderaf staan. Ik weet van mezelf dat ik zoiets nooit ga voortvertellen, maar als iemand anders dat wel doet, wil ik niet dat ze zouden denken dat ík loslippig ben geweest. 'Weet je wat ook nog plezant is? Wij hebben hier van niks last. Als ze in het bestuur slechtgezind zijn, zien wij dat niet. Als de spelers ruzie maken, horen wij dat niet. Wij zitten in onze cocon. We vormen een eilandje binnen KV Mechelen en op ons eilandje is het altijd goed.'