Een duidelijk toekomstplan was er niet, zegt Christophe Lauwers. Hij had een A2-diploma handel op zak, maar in een kantoorjob had de West-Vlaming geen zin. Want: opgegroeid in Oudenburg, aan de rand van het weidse polderlandschap, waar hij bij het plaatselijke White Star zijn eerste dribbeltjes inzette. 'Vijf dagen op zeven achter een bureautje zitten. (blaast) Ik mag er niet aan denken.'
...

Een duidelijk toekomstplan was er niet, zegt Christophe Lauwers. Hij had een A2-diploma handel op zak, maar in een kantoorjob had de West-Vlaming geen zin. Want: opgegroeid in Oudenburg, aan de rand van het weidse polderlandschap, waar hij bij het plaatselijke White Star zijn eerste dribbeltjes inzette. 'Vijf dagen op zeven achter een bureautje zitten. (blaast) Ik mag er niet aan denken.' Na een lang parcours in binnen- en buitenland begon hij in de zomer van 2005 met KSV Roeselare, waarmee hij naar eerste klasse was gepromoveerd, aan zijn laatste profseizoen. De concurrentie in de spits was groot. Sanharib Malki, Wagneau Eloi of Abdoulaye Soumaré stonden een trapje hoger in de hiërarchie, het seizoen erna tekende de 33-jarige aanvaller bij VG Oostende, een vierdeklasser. 'Ik voelde zelf ook aan dat het tijd was om af te zakken en uit te kijken naar een job naast het voetbal.' Hij ging tijdelijk aan de slag als speelplaatstoezichter in een basisschool in Ichtegem, waar hij woonde, en begon in de zomer van 2007 bij De Lijn met de opleiding buschauffeur. 'Een mooie job, zeker voor iemand die graag rijdt. (lacht) Onregelmatige uren - meestal een vroege of een late shift -, maar weinig stress. In Brugge rijden is rustgevend.' Voetballen doet hij niet meer. 'Vorig seizoen speelde ik nog in het liefhebbersverbond, als laatste man, maar het competitiegevoel is verdwenen. Ik volg het nog en als het past, dan ga ik naar een thuiswedstrijd van Cercle of FC Veldegem, dat door een oude schoolkameraad wordt getraind', zegt Lauwers, die na zijn carrière drie jaar sportief verantwoordelijke van White Star, een tweedeprovincaler, was. 'Ik deed dat graag en de resultaten waren vrij goed, maar op bepaalde momenten had ik toch wat meer steun van het bestuur verwacht. Op die manier hoefde het voor mij niet meer. Trainer worden, daar heb ik géén zin in. Ik heb daar onlangs nog met Daniël Nassen, met wie ik in Visé nog heb gespeeld, over gesproken. 'Je bent altijd bezig. Geen moment van rust.' Dat wil ik niet meer. Ik probeer drie tot vier keer per week te sporten, maar gezin en werk komen op de eerste plaats', aldus Lauwers, die tijdens zijn episode bij Eendracht Aalst ex-profwielrenster Patsy Maegerman, zilver op het WK van 1994 in Sicilië, leerde kennen. 'Puur toeval. Ze had niets met voetbal en ging nooit naar het Pierre Cornelisstadion, tot een kennis haar vroeg of ze doopmeter van enkele spelers wilde zijn. Ze liet zich door haar moeder overtuigen en mocht die jonge voetballer uit West-Vlaanderen dopen. 'Ik fiets graag, zeker in de zomer, maar dan op mijn tempo. Voor haar moet het vooruit gaan, terwijl ik vooral rond mij zit te kijken. Als we samen een ritje maken, wat uitzonderlijk is, worden er duidelijke afspraken gemaakt. (lacht) Ik wil in de eerste plaats genieten. Dat probeer ik mijn kinderen - Luna (16) en Iza (13) -, die aangesloten zijn bij Houtland Atletiekclub, ook mee te geven. Luna, die Vlaamse kampioene en tweede op het BK meerkampen werd, zat vorig jaar op de Topsportschool in Gent, maar had wat last van blessures en mocht er niet blijven. Hard voor haar, ja, maar toch moet ze proberen van haar sport te blijven genieten.' Lauwers was amper elf toen Cercle Brugge hem in 1983 bij Oudenburg wegplukte, acht jaar erna debuteerde hij onder Han Grijzenhout met groen-zwart in het eerste elftal. Georges Leekens zette de snelle aanvaller naast Josip Weber, die een vergelijkbare stijl had: onvoorspelbaar de diepte induiken en levensgevaarlijk in de zestien. Na het vertrek van de Kroaat, die drie seizoenen topschutter van de Belgische competitie werd, leek de erfenis zwaar om dragen, maar de jonge spits bloeide onder Jerko Tipuric helemaal open. In het voorjaar van 1996 leek hij zelfs op weg om topschutter te worden, maar de West-Vlaming strandde met 19 doelpunten op een goaltje van Mario Stanic, de sluipschutter van buur Club. Lauwers loodste groen-zwart met een doelpunt in de verlengingen tegen Antwerp bovendien naar een Brugse bekerfinale, maar moest er geschorst toekijken. 'Een zwarte vlek in mijn carrière.' Wilfried Van Moer selecteerde de minzame West-Vlaming twee keer voor de Rode Duivels, op het einde van het seizoen verkaste hij naar Eendracht Aalst. 'De club was enorm ambitieus, maar moest al vrij snel bepalende spelers - Edwin van Ankeren, David Paas, Godwin Okpara - verkopen. Geen succes', zegt Lauwers, die de carnavalsstad ruilde voor een kort avontuur in Toulouse en in de zomer van 1999 bij SV Ried, in het noorden van Oostenrijk, tekende. 'Een heel fijne tijd. Onze oudste dochter is er zelfs geboren, maar na drie jaar zijn we naar België - Visé - teruggekeerd. Wéér verhuizen.' (lacht) Gilbert Bodart werkte graag met de West-Vlaming en nam hem op het einde van het seizoen mee naar KV Oostende. 'We promoveerden, maar het was niet mijn gelukkigste periode. Een dag voor het sluiten van de transfermarkt kreeg ik te horen dat ik niet meer welkom was. Tja... Ik heb geen spijt van de keuzes die ik heb gemaakt. Zat er meer in mijn carrière? Geen idee, maar ik durf wel toe te geven dat ik niet regelmatig genoeg was. Twee goede matchen en dan twee keer slecht. Te veel hoogtes en laagtes.'