Stapt na Bart Verhaeghe, die zijn ontslag indiende als ondervoorzitter van de voetbalbond, ook Vincent Mannaert op uit zijn functies in Brussel? Het kan. Mannaert, zo hoor je, denkt dezer dagen na over zijn engagement binnen de Pro League; extra werk dat de voorbije jaren vaak tot niets leidde. Hij doet dat op de achtergrond, de CEO van Club Brugge was niet aanwezig op de raad van bestuur van vorige week maandag én evenmin op de Algemene Vergadering van 12 september. Misschien volgt eind dit jaar definitief uitsluitsel, als op 17 december een nieuwe Algemene Vergadering bij mekaar komt.

30.000 euro. Zoveel kost het hele Hudl-contract elke profclub. Een peulschil voor wat je krijgt: een camerasysteem waarmee je ploeg en speler kan volgen en veel beter tactisch analyseren. Roberto Martínez gebruikt het al jaren en promootte het hier vanuit zijn rol als waarnemend technisch directeur. Bart Verhaeghe verdedigde het dossier bij zijn profclubs, maar constateerde tot zijn afgrijzen dat een paar clubs struikelden over dat bedrag. Daarop trok hij zijn conclusies en plooide zich terug op de werking van zijn club.

Tot die conclusie komt stilaan ook zijn CEO. Die zit sinds juni 2014 in de raad van bestuur van de Pro League. De voorbije vijf jaar stopte hij veel tijd en energie in een grotere strategische werking op de lange termijn, maar vaak was zijn gevoel dat het tevergeefs was. De belangenvereniging van alle profclubs wordt gerund door een minderheid, is het gevoel dat in Brugge leeft, die veel vernieuwing tegen houdt.

Competitieleider Club Brugge lijkt zich daarmee steeds meer te gaan isoleren. En dat op een moment dat er een paar cruciale dossiers op tafel liggen: het clearing house voor makelaars, of het nieuwe mediacontract om er slechts twee te noemen.

Wat dat eerste dossier betreft, deed Mannaert jaren geleden al voorstellen. Daar werd toen te laks mee omgesprongen, met het hele dossier rond propere handen tot gevolg. Had men sneller ingegrepen dan was de Pro League een hoop imagoschade bespaard gebleven. Ook de elk jaar terugkerende discussies rond het format van de competitie - mét play-offs, zonder, met 16, 18, 20 ploegen, met halvering van de punten, zonder - zijn ze in Brugge kotsbeu. Dat is denken op de korte termijn, terwijl ze liever willen filosoferen op de langere termijn.

Veel van onze profclubs - in 1B nagenoeg allemaal, in 1A Cercle, STVV, KV Kortrijk en Eupen - zijn in handen van buitenlandse investeerders. Investeerders die per capita stuk voor stuk rijker zijn dan Bart Verhaeghe, Marc Coucke, Ivan De Witte, Bruno Venanzi of Paul Gheysens. De leiders van onze topclubs. (KRC Genk heeft als vzw daarin een apart statuut) Ze snappen in onder meer Brugge dan ook niet waarom er heikneuterig wordt gediscussieerd over een paar centen - die 30.000 euro voor Hudl, het geld voor de arbitrage, die paar procenten van het nieuwe mediacontract dat de profclubs graag extra willen om mee te kunnen in de Europese strijd. Waarom vragen ze bij KVK, Cercle of STVV niet wat meer financiële hulp van het moederhuis, om mee het Belgische profvoetbal naar een hoger niveau te tillen? Wel de lusten willen en niet de lasten vinden de topclubs een brug te ver.

Dat het nadenken over een samenwerking met Nederland zo negatief wordt onthaald, is een zoveelste druppel van frustratie. Economisch gezien, zo wijzen de eerste berekeningen uit, is zo'n gezamenlijke markt lucratiever dan apart blijven. Zelfs lucratiever dan ze zelf dachten. De topclubs steken daarbij hun nek uit, zeggen ze. Met concurrenten als Ajax of PSV, die nu al economisch sterker staan, of AZ, dat kan teren op een uitstekende jeugdwerking, is de garantie op een Europees ticket kleiner dan in eigen land.

Een topclub die zich terugtrekt binnen de eigen stadsmuren is geen goed nieuws voor het profvoetbal. Zeker niet als ze nadenkt over het niet langer collectief verkopen van de mediarechten. Standard overwoog dat een paar jaar geleden ook al eens, maar zette toen niet door. De tekenen uit Brugge zijn dit keer evenmin bemoedigend. Tijd voor de anderen om te reageren.

Stapt na Bart Verhaeghe, die zijn ontslag indiende als ondervoorzitter van de voetbalbond, ook Vincent Mannaert op uit zijn functies in Brussel? Het kan. Mannaert, zo hoor je, denkt dezer dagen na over zijn engagement binnen de Pro League; extra werk dat de voorbije jaren vaak tot niets leidde. Hij doet dat op de achtergrond, de CEO van Club Brugge was niet aanwezig op de raad van bestuur van vorige week maandag én evenmin op de Algemene Vergadering van 12 september. Misschien volgt eind dit jaar definitief uitsluitsel, als op 17 december een nieuwe Algemene Vergadering bij mekaar komt. 30.000 euro. Zoveel kost het hele Hudl-contract elke profclub. Een peulschil voor wat je krijgt: een camerasysteem waarmee je ploeg en speler kan volgen en veel beter tactisch analyseren. Roberto Martínez gebruikt het al jaren en promootte het hier vanuit zijn rol als waarnemend technisch directeur. Bart Verhaeghe verdedigde het dossier bij zijn profclubs, maar constateerde tot zijn afgrijzen dat een paar clubs struikelden over dat bedrag. Daarop trok hij zijn conclusies en plooide zich terug op de werking van zijn club. Tot die conclusie komt stilaan ook zijn CEO. Die zit sinds juni 2014 in de raad van bestuur van de Pro League. De voorbije vijf jaar stopte hij veel tijd en energie in een grotere strategische werking op de lange termijn, maar vaak was zijn gevoel dat het tevergeefs was. De belangenvereniging van alle profclubs wordt gerund door een minderheid, is het gevoel dat in Brugge leeft, die veel vernieuwing tegen houdt. Competitieleider Club Brugge lijkt zich daarmee steeds meer te gaan isoleren. En dat op een moment dat er een paar cruciale dossiers op tafel liggen: het clearing house voor makelaars, of het nieuwe mediacontract om er slechts twee te noemen. Wat dat eerste dossier betreft, deed Mannaert jaren geleden al voorstellen. Daar werd toen te laks mee omgesprongen, met het hele dossier rond propere handen tot gevolg. Had men sneller ingegrepen dan was de Pro League een hoop imagoschade bespaard gebleven. Ook de elk jaar terugkerende discussies rond het format van de competitie - mét play-offs, zonder, met 16, 18, 20 ploegen, met halvering van de punten, zonder - zijn ze in Brugge kotsbeu. Dat is denken op de korte termijn, terwijl ze liever willen filosoferen op de langere termijn. Veel van onze profclubs - in 1B nagenoeg allemaal, in 1A Cercle, STVV, KV Kortrijk en Eupen - zijn in handen van buitenlandse investeerders. Investeerders die per capita stuk voor stuk rijker zijn dan Bart Verhaeghe, Marc Coucke, Ivan De Witte, Bruno Venanzi of Paul Gheysens. De leiders van onze topclubs. (KRC Genk heeft als vzw daarin een apart statuut) Ze snappen in onder meer Brugge dan ook niet waarom er heikneuterig wordt gediscussieerd over een paar centen - die 30.000 euro voor Hudl, het geld voor de arbitrage, die paar procenten van het nieuwe mediacontract dat de profclubs graag extra willen om mee te kunnen in de Europese strijd. Waarom vragen ze bij KVK, Cercle of STVV niet wat meer financiële hulp van het moederhuis, om mee het Belgische profvoetbal naar een hoger niveau te tillen? Wel de lusten willen en niet de lasten vinden de topclubs een brug te ver. Dat het nadenken over een samenwerking met Nederland zo negatief wordt onthaald, is een zoveelste druppel van frustratie. Economisch gezien, zo wijzen de eerste berekeningen uit, is zo'n gezamenlijke markt lucratiever dan apart blijven. Zelfs lucratiever dan ze zelf dachten. De topclubs steken daarbij hun nek uit, zeggen ze. Met concurrenten als Ajax of PSV, die nu al economisch sterker staan, of AZ, dat kan teren op een uitstekende jeugdwerking, is de garantie op een Europees ticket kleiner dan in eigen land. Een topclub die zich terugtrekt binnen de eigen stadsmuren is geen goed nieuws voor het profvoetbal. Zeker niet als ze nadenkt over het niet langer collectief verkopen van de mediarechten. Standard overwoog dat een paar jaar geleden ook al eens, maar zette toen niet door. De tekenen uit Brugge zijn dit keer evenmin bemoedigend. Tijd voor de anderen om te reageren.