Overwinteren in de Champions League kan niet meer, na het gelijkspel van Club Brugge uit bij Galatasaray en dat van Real Madrid thuis tegen PSG. Overwinteren in de Europa League wel, als blauw-zwart even goed of beter doet dan de Turkse rivaal. Maar voor hetzelfde geld had Club Brugge vandaag tegen Real Madrid, dat in de groep vijf punten meer haalde dan de West-Vlamingen, geduelleerd voor de tweede plaats. Dat zou top zijn geweest, gezien de waardeverhoudingen en het verschil in inkomsten tussen de twee ploegen. Hoe groot is dat nu eigenlijk?

Club Brugge flirt in eigen land met de grens van 100 miljoen euro aan bedrijfsinkomsten in één seizoen. Volgens de jongste jaarrekening haalde het in het seizoen 2018/19 bijna 93 miljoen euro. De kaap van 100 miljoen wordt in 2020 ongetwijfeld gerond, als er naast een nieuwe campagne in de Champions League ook de transferopbrengsten van vorige zomer aan worden toegevoegd.

Die kaap van de 100 is mythisch in België, maar peanuts in Spanje. Real Madrid doet maar liefst zeven keer beter. Volgens de laatste rich list van Deloitte, gepubliceerd in januari 2019, is de Koninklijke de rijkste ploeg qua inkomsten en de eerste die de kaap van de 700 miljoen aan jaarinkomsten overschreed. Ruim zelfs, het kwam uit op 757 miljoen. Barcelona, tweede op de lijst, haalde 690 miljoen euro aan inkomsten.

Nummer één

En rijk wordt altijd maar rijker, de kloof met de anderen groeit. In een mededeling op haar site, gepubliceerd op 29 augustus, zegt de club volgend jaar waarschijnlijk de kaap van de 800 miljoen euro te zullen ronden. Het budget voor het seizoen 2019/20 mikt op 822 miljoen aan inkomsten. De winst zou volgens de club dan ergens moeten uitkomen op ongeveer 41 miljoen euro. Real kan op die manier verder zijn schuldenlast uit het verleden afbouwen.

De jaarinkomsten van de Koninklijke zijn volgens dat rapport van Deloitte als volgt verdeeld: 143,4 miljoen euro komt uit wedstrijddagen, 251,3 miljoen uit televisierechten en 356,2 miljoen uit commerciële overeenkomsten. Real is een stevig wereldwijd merk, het nummer één op deze planeet.

Club Brugge is daarmee vergeleken een goeie Belgische local brand. De recurrente inkomsten - uit Belgisch tv-geld, matchdagen, sponsors en merchandising - bedragen jaarlijks iets tussen de 60 à 65 miljoen euro. Wat daarbovenop komt, puren de West-Vlamingen uit deelnames aan Champions League en transfers. Bij Real zijn die Europese inkomsten inbegrepen in de inkomsten uit wedstrijden, omdat de ploeg nagenoeg toch altijd Champions League speelt, bij Club zijn dat welgekomen extraatjes, die elk seizoen voor veel druk zorgen. Want zo'n Europese campagne scheelt een slok op de borrel in de winstcijfers van de jaarrekening.

In het rood

Opvallend: de inkomstencijfers van beide ploegen gaan in een gelijklopende stijgende lijn. Club Brugge kan zijn inkomsten de voorbije paar jaar op tien procent van de concurrent houden. Zelfs de salariskost (de laatste cijfers slaan op het seizoen 2018/19) ligt op één tiende van wat de concurrent uitgeeft. Club slaagt er zelfs in, het laatste jaar, om procentueel iets meer te groeien dan de Spaanse gigant. Die trend zal zich komend seizoen nog doorzetten, want wat maakt voor Club een nog veel groter verschil dan voor Real? De transferbalans.

Het businessmodel van de Koninklijke is duidelijk niet gebaseerd op transferinkomsten. Dat is het minste wat je kan zeggen. De balans van de voorbije jaren is, op basis van de niet-officiële cijfers van Transfermarkt, behoorlijk negatief: de voorbije vijf jaar ging Real Madrid in totaal voor 170 miljoen in het rood als je inkomende en uitgaande transfers bij elkaar optelt, ondanks de verkoop van Cristiano Ronaldo voor een recordbedrag. Als Real bouwt aan de ploeg of die vernieuwt, moet het vaak fors in de buidel tasten. Bij Club Brugge is dat anders: de voorbije vijf jaar was er een transferoverschot van ongeveer 46 miljoen euro. Club probeert jong te kopen en na een paar jaar duurder te verkopen.

Overwinteren in de Champions League kan niet meer, na het gelijkspel van Club Brugge uit bij Galatasaray en dat van Real Madrid thuis tegen PSG. Overwinteren in de Europa League wel, als blauw-zwart even goed of beter doet dan de Turkse rivaal. Maar voor hetzelfde geld had Club Brugge vandaag tegen Real Madrid, dat in de groep vijf punten meer haalde dan de West-Vlamingen, geduelleerd voor de tweede plaats. Dat zou top zijn geweest, gezien de waardeverhoudingen en het verschil in inkomsten tussen de twee ploegen. Hoe groot is dat nu eigenlijk? Club Brugge flirt in eigen land met de grens van 100 miljoen euro aan bedrijfsinkomsten in één seizoen. Volgens de jongste jaarrekening haalde het in het seizoen 2018/19 bijna 93 miljoen euro. De kaap van 100 miljoen wordt in 2020 ongetwijfeld gerond, als er naast een nieuwe campagne in de Champions League ook de transferopbrengsten van vorige zomer aan worden toegevoegd. Die kaap van de 100 is mythisch in België, maar peanuts in Spanje. Real Madrid doet maar liefst zeven keer beter. Volgens de laatste rich list van Deloitte, gepubliceerd in januari 2019, is de Koninklijke de rijkste ploeg qua inkomsten en de eerste die de kaap van de 700 miljoen aan jaarinkomsten overschreed. Ruim zelfs, het kwam uit op 757 miljoen. Barcelona, tweede op de lijst, haalde 690 miljoen euro aan inkomsten. En rijk wordt altijd maar rijker, de kloof met de anderen groeit. In een mededeling op haar site, gepubliceerd op 29 augustus, zegt de club volgend jaar waarschijnlijk de kaap van de 800 miljoen euro te zullen ronden. Het budget voor het seizoen 2019/20 mikt op 822 miljoen aan inkomsten. De winst zou volgens de club dan ergens moeten uitkomen op ongeveer 41 miljoen euro. Real kan op die manier verder zijn schuldenlast uit het verleden afbouwen. De jaarinkomsten van de Koninklijke zijn volgens dat rapport van Deloitte als volgt verdeeld: 143,4 miljoen euro komt uit wedstrijddagen, 251,3 miljoen uit televisierechten en 356,2 miljoen uit commerciële overeenkomsten. Real is een stevig wereldwijd merk, het nummer één op deze planeet. Club Brugge is daarmee vergeleken een goeie Belgische local brand. De recurrente inkomsten - uit Belgisch tv-geld, matchdagen, sponsors en merchandising - bedragen jaarlijks iets tussen de 60 à 65 miljoen euro. Wat daarbovenop komt, puren de West-Vlamingen uit deelnames aan Champions League en transfers. Bij Real zijn die Europese inkomsten inbegrepen in de inkomsten uit wedstrijden, omdat de ploeg nagenoeg toch altijd Champions League speelt, bij Club zijn dat welgekomen extraatjes, die elk seizoen voor veel druk zorgen. Want zo'n Europese campagne scheelt een slok op de borrel in de winstcijfers van de jaarrekening. Opvallend: de inkomstencijfers van beide ploegen gaan in een gelijklopende stijgende lijn. Club Brugge kan zijn inkomsten de voorbije paar jaar op tien procent van de concurrent houden. Zelfs de salariskost (de laatste cijfers slaan op het seizoen 2018/19) ligt op één tiende van wat de concurrent uitgeeft. Club slaagt er zelfs in, het laatste jaar, om procentueel iets meer te groeien dan de Spaanse gigant. Die trend zal zich komend seizoen nog doorzetten, want wat maakt voor Club een nog veel groter verschil dan voor Real? De transferbalans. Het businessmodel van de Koninklijke is duidelijk niet gebaseerd op transferinkomsten. Dat is het minste wat je kan zeggen. De balans van de voorbije jaren is, op basis van de niet-officiële cijfers van Transfermarkt, behoorlijk negatief: de voorbije vijf jaar ging Real Madrid in totaal voor 170 miljoen in het rood als je inkomende en uitgaande transfers bij elkaar optelt, ondanks de verkoop van Cristiano Ronaldo voor een recordbedrag. Als Real bouwt aan de ploeg of die vernieuwt, moet het vaak fors in de buidel tasten. Bij Club Brugge is dat anders: de voorbije vijf jaar was er een transferoverschot van ongeveer 46 miljoen euro. Club probeert jong te kopen en na een paar jaar duurder te verkopen.