In de laatste rechte lijn naar de 13e titel voor Club Brugge bleek meermaals dat de club nog steeds steunt op sterkhouders. Het typeert een club als Club Brugge minstens één sterkhouder te hebben in iedere linie op het veld. Om te beginnen staat er dit jaar een bijna onoverwinnelijke Tomislav Butina. Deze Kroatische doelman kwam vol zelfvertrouwen van het EK en kreeg ook van zijn ploegmaats het nodige vertrouwen. En het resultaat kan niet worden tegengesproken. De vorig jaar blunderende keeper werd na een metamorfose een bijna foutloos...

In de laatste rechte lijn naar de 13e titel voor Club Brugge bleek meermaals dat de club nog steeds steunt op sterkhouders. Het typeert een club als Club Brugge minstens één sterkhouder te hebben in iedere linie op het veld. Om te beginnen staat er dit jaar een bijna onoverwinnelijke Tomislav Butina. Deze Kroatische doelman kwam vol zelfvertrouwen van het EK en kreeg ook van zijn ploegmaats het nodige vertrouwen. En het resultaat kan niet worden tegengesproken. De vorig jaar blunderende keeper werd na een metamorfose een bijna foutloos en betrouwbaar sluitstuk van de nieuwe kampioen. Ook in de verdediging vinden we nog zo'n sterkhouder : Philippe Clement, al moest die wel lang wachten om (hopelijk) definitief van de bank te komen. Hij is een ervaren rot, die misschien wel zijn techniek niet mee heeft, maar dit zeker goedmaakt met zijn vechtersmentaliteit. Hij blijft er steeds voor gaan en zal zijn club er doortrekken wanneer het nodig blijkt. Een speler als Clement hoort zowel bij Brugge als bij de Rode Duivels in de basis thuis. Hetzelfde geldt voor zijn ploegmaat Timmy Simons, die bij Club Brugge op het middenveld speelt. Dat vind ik trouwens zijn beste positie, zoals hij samen met Yves Vanderhaeghe tegen Bosnië-Herzegovina toonde. Simons ruimt op het middenveld veel werk op en slaagt er altijd in de ruimte voor zijn tegenstander dicht te lopen. Hij combineert zijn snelheid met doorzettingsvermogen en een iets mindere techniek. Al dient gezegd dat hij daar veelvuldig op getraind heeft. Maar toch blijft het voor blauw-zwart belangrijk dat zijn loopvermogen wordt gecombineerd met de techniek van een Ceh of Blondel of met het breekwerk van een Englebert. Wanneer we dan naar de aanval kijken, zien we twee belangrijke pionnen. Op rechts vinden we de noeste werker Gert Verheyen. Hij moet het ook niet meteen van zijn techniek hebben, maar wel van zijn schijnbaar onvermoeibare knokkersmentaliteit. Op La Louvière zorgt hij in twee wedstrijden voor drie belangrijke doelpunten, wat te zien was bij de vreugde nadien. Hij is een trouwe Clubspeler en een ervaren vechter - soms gaat hij inderdaad wat over de schreef bij dat vechten. Een andere belangrijke aanvaller is de Noor Rune Lange. Een grote targetspits die perfect past binnen het systeem van Clubtrainer Trond Sollied. Het is een spits van belangrijke doelpunten. Zo kan je zien in de statistieken dat wanneer Rune Lange voor de 1-0-voorsprong zorgt, Club Brugge nooit verliest. Zulke spitsen heb je nodig ! Hij is een ideale centrumspits voor blauw-zwart. Hij is een zwoeger, die soms eindeloos achter de hoge ballen lijkt aan te hollen. Hij is kopbalsterk, maar kan ook scoren met de voeten zoals hij onder meer bewees tegen het Westerlo van oud-Clubspeler en monument Jan Ceulemans. Kristof Galle, Oosterzele