Maandag 14 mei. The day after. Brugge ontwaakt op het ritme zoals dat van een provinciehoofdstad mag verwacht worden - traag -, maar de tientallen toeristen draven zoals elke dag van het jaar gehaast over de Markt. Geforceerd lachen, met selfiestick in de hand, voor het standbeeld van Jan Breydel en Pieter De Coninck, een slager en een wever die in 1302 het verzet tegen de Franse overheersing inzetten.
...

Maandag 14 mei. The day after. Brugge ontwaakt op het ritme zoals dat van een provinciehoofdstad mag verwacht worden - traag -, maar de tientallen toeristen draven zoals elke dag van het jaar gehaast over de Markt. Geforceerd lachen, met selfiestick in de hand, voor het standbeeld van Jan Breydel en Pieter De Coninck, een slager en een wever die in 1302 het verzet tegen de Franse overheersing inzetten. Veel tijd hebben ze niet, de volgende locatie wacht. Naar het Breidelstraatje, op zoek naar chocolade, wafels of kantwerk. Een enkeling informeert naar de prijs van een ritje met paard en koets door de binnenstad - 50 euro voor een half uur -, maar kiest voor de fietskoets. Iets goedkoper en eigentijdser. Het terras van Grand Café-Brasserie Craenenburg is sinds jaar en dag de vaste stek van de oude(re) Bruggeling. Ook vandaag. Gezette zestigers en zeventigers, druk keuvelend. Over het weer dat is omgeslagen. Over ' den oorloh' tussen de officiële stadsgidsen en zij die gratis toeristen rondleiden. En over het voetbal. De dag ervoor is Club Brugge voor de 15e keer landskampioen geworden, maar daar is op het mooiste plein van de stad niets van te merken. De datum voor de viering lag, tot ergernis van Ivan Leko, al enkele weken vast: pinkstermaandag, na de laatste thuismatch tegen AA Gent. Dan mag de Markt, net als in 2016 toen om en bij de 35.000 supporters de binnenstad introkken, even blauw-zwart kleuren. 'De organisatie van het feest is in volle voorbereiding. Ook de bevlagging behoort, zoals de vorige keer, tot die voorbereiding', zal Renaat Landuyt, de burgemeester, enkele uren later laten weten. Ook La Civière d'Or, het café waar de roots van Football Club Brugeois liggen, bekent geen kleur. 'Ik ben zaterdag naar de Clubshop gereden voor een grote vlag, die we voor de wedstrijd op Standard aan onze gevel wilden hangen. Als statement: 'Wij worden vandaag kampioen.' Allemaal uitverkocht en ook bij vrienden geen enkele meer gevonden. Dat staat op mijn to-dolijstje voor de volgende weken', lacht Ann Soete van muziekhandel Rombaux, gespecialiseerd in klassieke muziek, jazz, partituren, piano's en snaarinstrumenten. De familiezaak werd meer dan 100 jaar geleden opgericht, huist sinds 1923 aan de Mallebergplaats 13 - in de schaduw van het stadhuis - en is een pareltje dat nostalgie ademt. Onder het plafond staat in grote letters Auditiezaal - Salle d'Audition, waar muziekliefhebbers in het interbellum de klanken van de eerste grammofoonplaten (78 toeren) konden voorproeven. Exact 40 jaar geleden, toen ze in Antwerpen studeerde, trok ze met haar lief Ignace Minne - nu haar echtgenoot - voor het eerst naar het Olympiastadion, waar Ernst Happel blauw-zwart voorbij Juventus naar de finale van de Europabeker der Landskampioenen op Wembley leidde. Sinds die memorabele avond vierde ze meer dan 10 titels en 8 bekers van op de eerste rij mee. Ze groeide op in Gullegem, waar haar vader voor Club en het plaatselijke FC supporterde, na haar huwelijk werd ze getekend door het blauw en zwart van haar man. Zijn vader, François Minne, had in het begin van de 20e eeuw gestudeerd aan het Sint-Franciscus Xaveriuscollege, een bolwerk van de groen-zwarte beweging. 'Maar hij was een echte Clubzot.' In die tijd bijna ketterij, maar de liefde voor blauw-zwart werd doorgegeven. Van generatie op generatie. 'Een van onze zonen speelde tien jaar bij Club, de andere bij Cercle. Als ze thuiskwamen van de training, dan moesten ze zelf hun vuile kleren in de wasmachine steken. Maar ze hebben nooit samen in de machine gezeten. ( lacht) Elkaar jennen of pesten, is folklore in onze stad. We supporteren voor Club, maar zijn absoluut geen Cerclehaters', zegt Soete, onafhankelijk lid van de gemeenteraad en het Vlaams Parlement, die tijdens de volgende lokale verkiezingen op de lijst Open VLD Plus staat. 'Als Bruggeling moeten we trots zijn dat zowel Club als Cercle kampioen werden. Daar zou de stad mee moeten uitpakken.' Ter vergelijking: toen AA Gent in 2015 op weg was naar zijn eerste titel, had het stadsbestuur de dag voor de kampioenenmatch tegen Standard vier Buffalovlaggen aan het stadhuis gehesen. Zelfs boven de machtige Sint-Baafskathedraal wapperden de blauw-witte kleuren. 'Waarom geen vlag van Club én Cercle - broederlijk naast elkaar - hangen? In Gent hebben ze het wel begrepen: voetbal als wezenlijk onderdeel van citymarketing. Supporters van pakweg Arsenal of Roma zijn ook potentiële toeristen, die misschien nog een keer terugkomen. Het is op een ander niveau, maar wij komen veel in Wenen en daar is Gustave Klimt ( kunstenaar uit de Weense belle époque, nvdr) prominent aanwezig in het straatbeeld', weet Soete, die de rust en schoonheid van een klassiek pianoconcert perfect kan matchen met het buikgevoel van een voetbalsupporter. 'Emotie! Voetbal en de sfeer errond is een belangrijk maatschappelijk gegeven, een uitlaatklep én een sociaal gebeuren. Wij zitten bijna 25 jaar op dezelfde plaats in het stadion, tussen mensen die vrienden geworden. Als je daar zit, dan supporter je allemaal voor dezelfde club en is iedereen gelijk, ongeacht zijn positie in de maatschappij. Als ik de kampioenenploegen van de jeugd op het veld zie komen, dan word ik altijd emotioneel. Zoals nu. ( veegt een traan van de wang) Heel belangrijk voor die kinderen, net zoals het werk van de Club Brugge Foundation. Ik ken een jongen met een licht verstandelijke handicap die een paar dagen in de week op Club mag werken. Tribunes opkuisen, voor die jongen is dat een erezaak. Zó trots. 'Hey Ann, morgen kom ik hier werken.' Club is veel meer dan die elf spelers op het veld.' Hoe zij Club in één woord zou omschrijven? 'Vriendschap.' De stad en zijn hordes toeristen zijn dezer dagen in de ban van de Triënnale 2018, een driejaarlijks evenement rond hedendaagse kunst en architectuur, met als thema Liquid City/Vloeibare Stad. Van de werken van de vijftien internationale kunstenaars, verspreid over de binnenstad, is de Skyscraper ( The Bruges Whale) aan de Spinolarei de meest opvallende: een blauwe - toeval... - vinvis, opgebouwd uit afval, verzameld uit de plasticsoep die wereldwijd in de zeeën drijft. Aan de ring, ter hoogte van de Kruispoort, blinkt café De Arend in de zon. Boven de deur, een levensgrote vlag, die er sinds jaar en dag hangt. FC Bruges. No Locals/No Glory. Ook om de hoek, in de Langestraat, hangt een blauw-zwarte vlag aan het raam. Ze hebben er altijd in geloofd in café... Den Optimist. Op Sint-Andries zijn de stadsdiensten druk bezig om de bekerberg op De Platse weg te vegen, ook de Olympialaan krijgt een beurt. Rond middernacht stonden hier om en bij de 3000 supporters de kampioenen op te wachten. Er was niets gepland, maar de improvisatiemachine werkte snel. Er werd alsnog een podium in elkaar getimmerd, via de Facebookpagina werden wachtende supporters op de hoogte gehouden. De spelersbus is Gent voorbij, nog even geduld! En bedankt voor de waanzinnige steun! #KAMP15EN #WeAreBruges, flitste om 23.21 uur over het scherm. Iedereen mag het weten. Iedereen moet het zien. Club Brugge 24/7. Ook op maandagnamiddag, wanneer de eerste moodfilms worden vrijgegeven. Exclusieve beelden uit de Luikse kleedkamer en van de lange busrit. 'Mooi, maar ook een beetje fout', klonk het. Want, een verrassend beeld: Hans Vanaken die de tekst van Shirt Uit en Zwaaien - een cover van Het Feestteam & DJ Maurice van de EK-klassieker Will Grigg's On Fire - in ontbloot bovenlijf mee bralt. Shirt uit en zwaaienGooi die handjes in de luchtJa, shirt uit en zwaaien...Een dag erna zal de middenvelder tot Profvoetballer van het Jaar worden verkozen. Met kleine oogjes. Niet vreemd. Na het feestje met de fans waren spelers, staf en vrouwen/vriendinnen rond één uur 's nachts nog naar 't Oud Gemeentehuis getrokken. Geen hipstertempel, maar het voormalige dorpscafé van Varsenare. Zoals het een volksclub past. Fast forward naar donderdag, de eerste training na drie vrije dagen. Wanneer de spelers naar het oefenveld slenteren, gaan de handen van de om en bij de 500 supporters op elkaar. Veel gepensioneerde fans, anderen hebben een namiddagje vakantie genomen. Een opvallend beeld: een kranig oudje, geschatte leeftijd 90 jaar en met splinternieuwe Clubsjaal rond nek en hoofd gewikkeld, die in haar rolstoel naar het oefenveld wordt gereden. 'Zo veel volk.' Een highfive met de kapitein en T1. Ontroerend, ook voor haar. Wanneer de training op zijn einde loopt, druppelen de jeugdspelertjes één voor één binnen. Ze komen van overal. Blank en zwart. Nederlands- en Franstalig. 'Volgend seizoen komen er bij de U14, het ploegje van mijn zoontje Naguy, zelfs spelertjes uit Seraing en Mechelen over', zegt Birger Maertens. De ex-verdediger, bouwjaar 1980, groeide op in de Sint-Baafsstraat in Sint-Andries, waar een journalist die hem kwam interviewen bijna van verbazing van zijn stoel viel. De gordijnen, het bankstel, de toiletbril: je kunt het zo gek niet bedenken of het is uitgevoerd in blauw en zwart, de kleuren van Club Brugge. 'Ik werd naar Birger Jensen genoemd, mijn broer naar Kurt Axelsson ( Zweedse verdediger die in de jaren zestig en zeventig op De Klokke speelde, nvdr). Dat zegt genoeg, zeker? Ma is nog altijd zo fanatiek. Roepen en brullen voor de televisie, maar bij mij is het niet anders. Voor een belangrijke match slecht slapen, op van de zenuwen in de tribune zitten. En, ik heb de liefde voor Club aan Naguy doorgegeven.' Meer dan 30 jaar geleden zag hij Club, na een 3-0-nederlaag in de heenwedstrijd, op Olympia over Borussia Dortmund wervelen. 5-0 werd het die ijskoude avond, de kleine Maertens stond zoals altijd achter een muurtje onder de verlichtingspalen. 'Als klein manneke reed ik met de fiets naar de training van het eerste elftal. Ik stond achter het doel van Philippe Vande Walle, aan wie ik vroeg of ik zijn handschoenen mocht hebben. ( lacht) En in de zomer, toen de ploegfoto werd genomen, probeerde ik met zo veel mogelijk spelers op de foto te gaan', lacht Maertens, in 1994 op zijn 14e bij FC Varsenare weggeplukt. Toen Trond Sollied hem zeven jaar erna, in de zomer van 2001, in de Brugse Metten tegen Rayo Vallecano liet debuteren, waren zijn ouders er niet gerust op. 'Maak alstublieft geen fouten, anders zitten wij met beschaamde kaken in de tribune.' Maertens scoorde en speelde een paar dagen erna tegen IA Akranes, aan de zijde van... Timmy Simons. '41 jaar, vier jaar ouder dan ik, en hij is er nog altijd bij. Onwaarschijnlijk. Vier keer kampioen met Club, drie keer met PSV en als je dan ziet met welke gretigheid hij op Standard inviel. Respect', zegt Maertens, die onlangs zijn overeenkomst bij Daring Brugge, een derdeprovincialer, met een seizoen verlengde. 'Ik heb dit seizoen toch een paar matchen laten passeren. Omdat Club speelde, ja. Midden december moesten we naar Lissewege, maar uitgerekend op dat moment kwam Anderlecht op bezoek. 'Sorry, trainer.' 5-0!' Tussen 2001 en 2008 speelde hij meer dan 220 wedstrijden in het eerste elftal van Club, waarmee hij twee titels en drie bekers mocht vieren en drie keer de poules van de Champions League speelde, met een opener in Nou Camp. '3-2 verloren. Ik weet nog goed dat ik na een uur aan Olivier De Cock vroeg: 'Zit jij ook zo kapot?' ( lacht) Gewonnen op Milan, dat ook, maar als speler sta je daar niet bij stil. Voetballen was mijn job, meer niet. Vijftien matchen in de Champions League, met de Rode Duivels gespeeld... Veel te weinig genoten, maar nu des te meer. Club zit ín me. Voor altijd', zegt Maertens. Zaterdagmorgen. Op de Markt wapperen een zestal Clubvlaggen, het podium staat klaar om de kampioenen te ontvangen. Ook de vitrine van The Chocolate Line, de zaak van Dominique Persoone op het Simon Stevinplein, heeft een blauw-zwarte look and feel gekregen. Een gekke combinatie, volledig naar het beeld van de zaakvoerder die rock-'n-roll uitstraalt en de grootste chefs op de aardbol - onder anderen Sergio Herman, Heston Blumenthal (The Fat Duck) en René Redzepi (Noma) - tot zijn vriendenkring mag rekenen. Een wereldburger, die in zijn zoektocht naar de perfecte cacaoboon in Yucatán een plantage neerpootte, maar nog altijd stevig verankerd blijft in zijn stad. En in Club Brugge, waarvoor hij in 2016 - voor het 125-jarig bestaan van stamnummer 3 - typische Clubwaarden in drie verschillende pralines vertaalde: Passion (passievrucht), Sweat (gezouten karamel) en #Bluvngoan, zijn persoonlijke favoriet. Gedurfd: melkchocolade met amandelpraliné en een krokantje van gerookt spek en aardappelchips. Hij schuift een doosje, met daarop het Clublogo, in onze richting. Een cadeautje. 'Mijn vrouw dacht dat het niet zou aanslaan, maar ik schat dat we zeker 1000 dozen hebben verkocht. Meestal aan chocoladeliefhebbers of supporters, maar rond Kerst of Nieuwjaar ook aan fans die hun vrienden die voor een andere club supporteren wilden kloten. Hier, een doos pralines van de Club. ( lacht) Ik vind het wel knap dat het management van Club ook lokaal kijkt, dat ze Brugge en zijn handelaars proberen mee te trekken in hun verhaal.' Veel wedstrijden heeft hij dit seizoen niet gezien. Tot zijn grote spijt. 'Ik schat een vijftal. Altijd geestig, op stap gaan met de maatjes. Wat mij veel plezier heeft gedaan, vooral uit menselijk oogpunt, was dat Jelle Vossen in niet meteen zijn beste seizoen op Standard toch beslissend was. Toffe gast, geen blasé.' In december dook Persoone samen met Filip Claeys (Restaurant De Jonkman, twee Michelinsterren) de keuken in voor een workshop, waar ze de spelers van het Homeless Team van Club Brugge een menu aanleerden, zodat die enkele weken erna een 200-tal dakloze lotgenoten een nieuwjaarmaaltijd in het logegebouw konden voorschotelen. 'We waren onder de indruk. Dakloze jonge meisjes met kinderen... ( stilte) In Antwerpen en Brussel, ja, maar in Brugge? Hartverwarmend om te doen. Volgend jaar staan we er opnieuw.' En: ook dan gratis. 'Er is meer dan alleen maar geld, geld, geld in het leven. De gezichten van die mensen zien, is onbetaalbaar.' Om de feestmaaltijd en de cadeautjes te financieren, trok de chocolatier op tweede kerstdag opnieuw naar het Jan Breydelstadion, waar hij met het Homeless Team sjaals - limited edition - probeerde te verkopen. 'Toen ik die berg van 1000 sjaals zag liggen, dacht ik meteen: ik zal hier de hoer moeten uithangen om ze kwijt te geraken. ( lacht) Maar de supporters stonden meteen in een lange rij. Mooi. Ook van het management, dat oprecht begaan is met de minderbedeelden. 'Dokter, advocaat, bedrijfsleider of dakloze: we zorgen voor jullie.' Dat vind ik heel sterk. Spelers, fans en management: Club is één grote familie.' PS@Dominique. De pralines waren bijzonder lekker. Maar zijn helaas op.