door Jacques Sys
...

door Jacques SysNa negentig minuten in Moskou moet Club Brugge zich weer schikken in de rauwe realiteit : in de misschien wel zwakste van de acht groepen uit de eerste ronde van de Champions League werd blauw-zwart uiteindelijk met zijn internationale beperkingen geconfronteerd. Vreemd achteraf hoe sommigen zich na de (enige) overwinning tegen het tamme Galatasaray lieten onderdompelen in gevoelens van grenzeloze euforie. Er werden zowaar weer vergelijkingen gemaakt met de ploeg uit de gouden jaren zeventig en Trond Sollied heette een even grote trainer te zijn als de legendarische Ernst Happel. Mensen vergeten kennelijk snel. De met strakke patronen werkende Noor valt in niets te vergelijken met de destijds uitsluitend op intuïtie functionerende en graag bluffende Happel die ooit voor de halve finale van de Europacup voor Landskampioenen thuis tegen Juventus Turijn met vier aanvallers aantrad en een 1-0-nederlaag uit de heenwedstrijd in een 2-0-overwinning omzette. Net zoals ook de ploeg van toen mijlenver boven de huidige formatie stond : Club werd toen gedragen door een onblusbaar verlangen om te winnen, het was een perfecte symbiose tussen werkkracht en inzicht en bestond stuk voor stuk uit onwrikbare persoonlijkheden. Juist die leiders blijven ontbreken in de huidige ploeg. Club is en blijft een perfect geoliede machine, een aan elkaar klittende ketting. Die collectiviteit is de sterkte van de ploeg, maar op het hoogste niveau blijkt het ook de zwakte. Met vrijwel uitsluitend dienende spelers val je Europees door de mand. De uitspraak van Antoine Vanhove dat nu maar de Uefacupfinale gehaald moet worden, botst met het realisme waarvan Club anders blijk geeft. Sommigen mogen praten over een Europese nivellering, als het er echt op aankomt, drijven dezelfde clubs steeds meer boven. De enorme discrepantie tussen de Europese top en de zogenaamde subtop valt niet meer te dichten. Ook in een tijd van crisis groeien de budgettaire verschillen steeds verder uit elkaar. Anderlecht beleefde twee vergulde jaren in de Champions League en ving voor Koller, Radzinski en Goor veel geld, maar het kon zijn budget de laatste drie seizoenen met amper vijftien procent verhogen. Om nu een hiaat in de ploeg op te vullen, laten de Brusselaars zich leiden door nostalgische gevoelens. Er wordt gedacht aan een terugkeer van de bij Olympiakos Piraeus op de bank zittende Pär Zetterberg. Het is nog maar een keer een stap achteruit in de uitbouw van de ploeg. Want het lijkt onwaarschijnlijk dat de Zweed, die niet bij iedereen van zijn ploegmaats even goed lag, binnen de groep zal kunnen bogen op zijn status van vroeger. De wolk van conservatisme die er in de bestuurskamer van Anderlecht hangt, valt niet weg te blazen. Juist door die verouderde denkbeelden blijven clubs zichzelf achternahollen en zich boven de economische realiteit verheffen. Uit fouten van vroeger wordt niet geleerd, de wildgroei gaat gewoon verder. RC Genk had de Champions League nodig om een exploitatietekort weg te werken, maar hier en daar bestaat alweer het verlangen naar nieuwe investeringen. Nochtans liet juist voorzitter Jos Vaessen een paar maanden geleden horen dat de tijd van het economisch denken bij vele clubs begonnen is. Het is niet meer dan een mooie gedachte. Sindsdien blijft het spartelen en kunstgrepen uithalen om te overleven. Dat Willy Van den Wijngaert in vijf jaar ruim vijfhonderd miljoen frank in KV Mechelen pompte en de club alsnog de lonen van zijn spelers niet kon betalen, is illustratief voor de voedingsbodem waarop het Belgisch voetbal is gebouwd. En wat valt er te denken van Lierse waar het, de optimistische toekomstprognose ten spijt, tot geknetter kwam omdat enkele bestuurders geen geld wilden geven om de competitieaanvang te overbruggen ? Alleen de mildheid van de licentiecommissie heeft ervoor gezorgd dat het tot dusver nog niet tot een bloedbad is gekomen. De vraag blijft tot hoeveel clubs dat besef is doorgedrongen. Op nostalgische gevoelens bouw je geen ploeg.