Het was, wat ons betreft, hét beeld van Club Brugge-Standard. Of liever: het waren twee beelden. Het ene beeld was het kringetje dat de spelers na affluiten van de topper vormden. Allemaal samen, bankzitters én wat leden van de logistieke staf. Verenigd, schreeuwend, hun frustraties van zich afschuddend. In de middencirkel, te midden van een juichend Jan Breydel. Op 22 september was dat stadion al een keer ontploft, na de 4-0 tegen Anderlecht, een paar dagen na de trainerswissel. Toen kolkte het vooral op de tribunes. Nu was de ontlading bij de spelers groot.
...

Het was, wat ons betreft, hét beeld van Club Brugge-Standard. Of liever: het waren twee beelden. Het ene beeld was het kringetje dat de spelers na affluiten van de topper vormden. Allemaal samen, bankzitters én wat leden van de logistieke staf. Verenigd, schreeuwend, hun frustraties van zich afschuddend. In de middencirkel, te midden van een juichend Jan Breydel. Op 22 september was dat stadion al een keer ontploft, na de 4-0 tegen Anderlecht, een paar dagen na de trainerswissel. Toen kolkte het vooral op de tribunes. Nu was de ontlading bij de spelers groot. Een ander beeld was de individuele ontlading bij Timmy Simons, de man van de match. Opgenaaid, als aanvoerder vooropgegaan, negentig minuten lang. Wat kan die Simons op een veld zagen, liet een tegenstander zich eerder op het seizoen over de Brugse aanvoerder ontvallen. Toen we hem op 18 januari in Lier zagen herbeginnen na de winterstop, fronsten we de wenkbrauwen. Wat hij daar liet zien, was niet goed. Traag reagerend, moeilijk draaiend, te laat in de actie, slordig. Het leidde tot vragen over zijn toekomst, bij Club en bij de Duivels. Een debat dat vervolgens in de algemene openbaarheid werd gevoerd, en duidelijk meer pijn deed dan hij in interviews liet merken. Want zoals hij zondag rond halfvijf reageerde op de winst van Club, dat was zelden gezien. Simons ging haast elke speler persoonlijk bedanken en schreeuwde zijn vreugde uit. Tegen Charleroi, op 26 juli, was zijn start ook al niet zo goed geweest. Blijkbaar een diesel, de Simons 2.0, met stilaan iets meer sleet op de heupen. Vrijdag deed Michel Preud'homme er nog alles aan om de druk wat van de wedstrijd weg te nemen. Neen, het zou geen partij zijn die alles bepaalde. Winst was mooi meegenomen, verlies besliste niet over de titel. Maar intern was de boodschap deze: winst zou veel meer betekenen dan drie punten inlopen op Standard. Winst kon betekenen dat de Rouches zouden gaan twijfelen aan hun status van ongenaakbaarheid. Het was de laatste weken immers al wat minder gaan lopen bij Standard, dat na de slechte hervatting van Club in januari (1 op 6) begin februari nog tien punten voorsprong had. Vandaag zijn dat er vier, straks herleid tot twee... Of hij een verklaring had waarom het de voorbije weken zo goed liep, vroegen we vrijdag aan de trainer van Club. Preud'homme hield het bij de uitleg dat het allemaal zijn tijd vroeg, het organiseren van de ploeg, het op elkaar afstemmen van de kwaliteiten van de spelers. Hij was gekomen in september, moest het stellen met een groep die hij zelf niet had samengesteld, een groep ook waarin wat cruciale spelers door blessures werden afgeremd, of waar door blessures op sommige posities de wisselmogelijkheden beperkt waren. Anders dan zijn collega's in Genk of Brussel koos Preud'homme de laatste weken/maanden wél voor continuïteit in zijn opstelling. Na Nieuwjaar startte Tom Høgli nog twee keer als rechtsachter, toen Thomas Meunier sukkelde, maar in de vijf voorbije wedstrijden stonden steevast dezelfde vijf mensen in voor de defensie. Idem met het middenveld: na het uitvallen van Víctor Vázquez, gewisseld tegen Bergen en daarna niet meer in actie, staat al vier wedstrijden op rij hetzelfde middenveld op het veld. En ten slotte idem in de spits, met na de terugkeer van Tom De Sutter (ingevallen op Anderlecht) altijd dezelfde centrumspits in de basis en op de flanken drie spelers voor twee plaatsen: Refaelov, Sobota en Lestienne. Bij Club is er stilaan sprake van automatismen. Er is ook een groeiende eenheid van denken. Blauw-zwart komt dezer dagen met acht Belgen aan de aftrap. Dat is geen garantie voor succes, maar het zorgt voor een groepsgevoel waar Club sterker van wordt. Wat het misschien minder heeft aan individuele klasse, compenseert het met groepsgeest. Die zuigt iedereen mee. De manier waarop Lior Refaelov, vroeger goed voor een klasseflits en daarna vaak minutenlang niks, zich zondag het vuur uit de sloffen liep in de recuperatie is tekenend. Hij liet na de wedstrijd te beslissen, net als Lestienne, ook nog steeds veel minder makkelijk scorend dan pakweg een jaar geleden, maar beiden compenseren dat met inzet. Dat geldt ook voor anderen. Het was aandringen van Laurens De Bock diep in het strafschopgebied van Standard dat FrédéricBulot dwong tot slecht uitverdedigen in de voeten van Jesper Jørgensen. Die bekroonde zijn sterke wedstrijd met de winnende treffer. Mooi voor deze koele Deen, afgewezen door de vorige coach, want niet passend in zijn systeem. Ook onder Preud'homme speelt hij niet altijd, toch niet als Vázquez fit is, maar als de frêle Spanjaard afwezig blijft, kan je altijd op hem rekenen. De Deen heeft de reputatie dat hij vooral niet te veel aan de bal moet komen, dat zijn loopvermogen beter rendeert, maar zondag bewees hij ook in balbezit rendement te halen. De Bock, Jørgensen en Simons: in het verleden werden ze al afgeschreven, de voorbije weken stonden ze op. Wat voor gevolgen heeft deze zege nu? Club heeft nog twee geladen duels tot de start van de play-offs: een bezoek aan de buren van Zulte Waregem, waar het vorig seizoen zijn laatste titeldromen vergooide, en een derby tegen Cercle, waar de troepen van Preud'homme ook wat goed te maken hebben. Op 31 oktober verloor Club de heenwedstrijd met 2-0, toen de derde nederlaag op rij na verlies tegen Genk en Kortrijk. Met nog twee speeldagen te gaan staat Club er nu al beter dan voor dan ooit tevoren bij de start van de play-offs. Vorig seizoen bereikte blauw-zwart de play-offs met 47 punten na de reguliere competitie. De seizoenen ervoor eindigde het met 52, 48 en 50 punten. Kortom: Club is in deze competitie veel regelmatiger. Over heel 2013 gezien was het al de beste ploeg van België, met 77 punten. Daarmee deed het even goed als Standard, maar beter dan Anderlecht en Zulte Waregem, de twee ploegen die het vorig seizoen moest laten voorgaan in de eindstand. Die lijn trekt het nu door, na een grillige herfst. Na Nieuwjaar haalde het 16 op 21, terwijl Standard blijft steken op 15. De andere ploegen in play-off 1 presteren grillig: Lokeren haalde 11 op 21, Anderlecht 10, Zulte Waregem slechts 8, Genk bleef steken op 6 punten, terwijl AA Gent met 14 punten het jaar ook uitstekend startte. Kortom: als Club zo verder doet, zal het dicht bij de titel eindigen. Hoe dicht, dat hangt af van de vormcurve van Standard, want het zijn de Rouches die de West-Vlamingen al ruim een jaar van zeer nabij volgen. Het bewijs: hun onderlinge resultaten. In 2013 allebei 77 punten en in deze competitie tot dusver 0-0 in Luik en zondag een moeizame 1-0. Club Brugge tot dé favoriet uitroepen, is dan ook een brug te ver. Maar het kan. Als Club in de resterende wedstrijden het verschil met de leider kan behouden of nog verkleinen, start het met de beste uitgangspositie in vijf jaar play-offs. Vorig seizoen bedroeg het verschil met de leider 13 punten. Het seizoen daarvoor onder Christoph Daum was het 6 punten, de jaren ervoor was het verschil twee keer twaalf punten. Zelfs met het herleiden van de punten tot de helft was de kloof bij de start nagenoeg altijd te groot. Dat lijkt dit jaar, zoals het nu is, niet het geval. De verdienste van Daum was niet zozeer goed voetbal, maar wel het brengen van een winnaarsmentaliteit. Onder Preud'homme kan het voetbal ook beter, maar die mentaliteit - de verbetenheid - is terug. 2014 oogt mooi, zeker nu de tegenstand het laat afweten. De verdediging is stabiel, alleen de defensie van Standard is hechter. Offensief komt het gevaar uit alle hoeken, er moet niet één spits, zoals Carlos Bacca vorig seizoen, worden afgestopt. Met de Chileen Nicolás Castillo is er nu ook een alternatief als De Sutter wat zou overkomen. De Chileen is volop zijn aanpassing aan het verteren, maar nu De Sutter weer fit is, krijgt hij daar de tijd voor. Op Standard na is de rest veel minder stabiel. Zulte Waregem krijgt er MbayeLeye weer bij, maar presteert in 2014 grillig. Dat doet ook Genk, in oktober titelkandidaat, nu ver weg. En ook Anderlecht, in de onderlinge topduels wél de beste ploeg. Lokeren presteert vrij stabiel, maar heeft zijn verleden in de play-offs tegen. Ook de statistieken zitten mee, voor wat ze waard zijn. Club was vorig seizoen met 19 op 30 de beste ploeg in play-off 1 en kan dit seizoen in de reguliere competitie goeie cijfers voorleggen tegen de andere kandidaten. Tegen Standard haalde het 4 op 6. Tegen Anderlecht 3 op 6. Tegen Lokeren 6 op 6, tegen Genk 3 op 6 en tegen Gent 4 op 6. Het tweede duel tegen Zulte Waregem (thuis 1-1) volgt komend weekend. Kortom: de voortekenen zijn gunstig. DOOR PETER T'KINT - BEELDEN: IMAGEGLOBEPreud'homme koos de laatste tijd wél voor continuïteit in zijn opstelling.