Jan Ceulemans (46) voetbalde van 1978 tot 1992 bij Club Brugge : 14 jaar, 407 competitiewedstrijden, 191 doelpunten, 3 titels, 2 bekers, 96 A-caps, 3 Gouden Schoenen, et cetera. Onlangs verkozen de supporters hem tot beste Club-speler aller tijden. Tweeëntachtig procent van de kiezers nam hem in zijn Bruges Dream Team op. "Plezant dat ze nog aan mij denken", glimlacht hij. "Dat wil toch zeggen dat je iets betekend hebt. Ik ben trots, zeker als ik zie wie er allemaal op die lijst stond."
...

Jan Ceulemans (46) voetbalde van 1978 tot 1992 bij Club Brugge : 14 jaar, 407 competitiewedstrijden, 191 doelpunten, 3 titels, 2 bekers, 96 A-caps, 3 Gouden Schoenen, et cetera. Onlangs verkozen de supporters hem tot beste Club-speler aller tijden. Tweeëntachtig procent van de kiezers nam hem in zijn Bruges Dream Team op. "Plezant dat ze nog aan mij denken", glimlacht hij. "Dat wil toch zeggen dat je iets betekend hebt. Ik ben trots, zeker als ik zie wie er allemaal op die lijst stond." Jan Ceulemans : Ik heb er natuurlijk làng gespeeld en altijd goed gelegen bij de supporters, maar het heeft toch ook altijd met prestaties te maken, denk ik. Ik kon alles goed, daar ben ik mij nog meer van bewust dan vroeger, dat ik een goeie was. Ik was geen Erwin Vandenbergh, die er ieder jaar 25 binnenstampte, ik was geen Lozano, die technisch fenomenaal was, ik was geen Vercauteren, die langs de zijkant ging en daar een onvoorstelbaar goeie center had, en ik was ook geen Van der Elst, die veel ballen recupereerde en inleverde. Maar van al die mannen was ik, denk ik, wel het meest allround. Club was gemaakt voor Ceulemans, voor mijn type voetballer. Groot, sterk, karakter, inzet. Uiteraard moet je ook kunnen voetballen, want anders kom je er niet bij een club als Club Brugge ( lacht). Ik denk dat ik bijna alle kenmerken had waar de supporters in Brugge van houden. Waarom is Simons er een goeie ? Niet omdat hij constant opvalt, hé, want hij valt niet veel op en toch wordt hij op handen gedragen. Typisch Brugge is ook nog altijd dat met Stoica de technisch beste speler niet mag meedoen. Ik had het toen ongelooflijk moeilijk, al mocht ik wel altijd meedoen en maakte ik in een ploeg die niet marcheerde toch ook een goal of 11. Ik was gehaald als opvolger van Lefevre, weet je, die natuurlijk een heel ander type was dan ik, maar door het feit dat Raoul Lambert nog weinig meedeed, moest ik in de punt gaan spelen. Was ik iemand die graag de bal in de voet kreeg, het spel van Brugge was afgestemd op die dieptebal naar deLotte. Kwam ik terug om de bal op te halen, dan stampten die mannen de bal naar voren, moest ik er dus achter en kwam ik telkens iets te kort. Ik twijfelde toen wel eens of ik een topploeg aankon, maar heb toch doorgebeten. Het tweede jaar onder Han Grijzenhout maakte ik er 29 en was de trein vertrokken. Ik denk 9 miljoen frank, of 11.Ik was eigenlijk centervoor, maar ik heb altijd graag vanaf de linkerkant gespeeld. Als ik dan naar binnen kwam, had ik de bal meteen voor mijn goeie voet. Ik was niet iemand als Figo, die met overstapjes en zo speelde, maar ik had één grote gave : ik ging altijd naar de goal. Naast het EK 80 in Italië is dat mijn doorbraak bij Brugge in datzelfde seizoen. Voor mij was dat de bevestiging dat er iets in mij zat, dat ik misschien toch een goeie zou kunnen worden, het besef dat ik een topploeg aankon.Thuis tegen het grote KV Mechelen voor de beker : 3-0, met wat geluk, nadat we ginder 3-1 hadden verloren. Ik maakte toen misschien ook wel mijn mooiste goal ooit. De derde was het. Ik pak de bal op mijn helft en ik dribbel. Querter komt een dubbelpas vragen, maar wordt omvergelopen en in een reflex shot ik vanop misschien wel dertig meter en vliegt die bal zowaar pal in de winkelhaak. Die goal zal mij altijd bij blijven, omdat ik er in mijn hele carrière bijna nooit nog één heb gemaakt van buiten de zestien. Ik shotte ook nooit van zo ver, omdat ik niet die echt zuivere trap had. Toch wel. Ik heb altijd heel graag getraind, maar ik was niet iemand die heel graag naar het bos ging lopen en zo. Heel belangrijk voor een voetballer is te weten wat hij kan en wat hij nodig heeft. Als je 's zondags beter presteert als je het tijdens de week eens wat rustiger aan doet, zal een trainer daar geen probleem mee hebben. Integendeel. Ik was ook wel iemand die na een training soms iets extra's deed. Spurtjes bijvoorbeeld, voor mijn startsnelheid. Toen ik begon te sukkelen met de liezen, liep ik voor de training ook eerst een rondje of vier, vijf in plaats van direct tegen die ballen te stampen zoals het in die tijd gebeurde.Ja, maar ík heb dat niet ingevoerd, hé ( lacht), dat zat er al in van voor mijn tijd. Neen. Allez, ík heb dat toch nog nooit gedaan. Maar ik was er altijd bij, hé. Ook als ik er niét bij was. Snap je ? Dan was het : we zijn weggeweest, we zijn om dàt uur thuisgekomen, maar Ceulemans was er wel bij, hé. Dan mochten ze precies wat langer weg blijven. We hadden een goeie groep, een groep die heel sterk aan elkaar hing en we hebben veel schone momenten meegemaakt. Maar het is ook niet zo dat we iedere week gingen stappen, hoor. Misschien wordt er nu nog te weinig bij stilgestaan hoe belangrijk supportersavonden zijn, hoe gelukkig je die mensen kunt maken door eens een klappeke te doen, eens aan den toog een pintje met hen te drinken, hen eens op de schouder te kloppen of madammeke een keer een kuske op haar wang te geven. Ik was geen danser. Wij waren mannen die kaartten of een pintje dronken aan de toog, wij dansten niet.Ceulemans, Van der Elst, Beyens, Crève, Degryse en Van de Walle, dat was een groepje dat vrij goed aan elkaar hing. Als ik die mensen nu nog eens zie, dan ben ik blij. Beyens was een hele droge, Jantje Goyvaerts ook. We hebben dan eens Van Binst gehad, Gille was ook een hele speciale. Ik weet dat er in die tijd af en toe onderbroeken werden gepikt, natgemaakt en in de diepvries gestoken. Bijvoorbeeld. Neen. Ik was 23 toen. Veel heeft uiteraard te maken met je karakter, maar vergeet niet : wie was er in die tijd al naar het buitenland gegaan ? Fernand Goyvaerts. En Raymond Braine, voor de oorlog. Dat zou kunnen, want dat was ongelooflijk veel geld, maar tegen mij persoonlijk hebben ze er nooit iets van gezegd. Antoine ( Vanhove, nvdr) had in die periode nog niet zoveel te zeggen en was toch ook wel een Ceulemans-man. Die zag mij eigenlijk niet zo graag vertrekken. Drie, vier jaar later heb ik nog een keer de kans gehad om naar Roma te gaan, maar toen tekende ik een verbeterd contract voor zeven jaar. Ik heb er nooit spijt van gehad, want ik heb in Brugge een ongelooflijk prachtige periode gekend. Mocht ik het vandaag kunnen overdoen, ik zou precies hetzelfde doen. Weet je waarom ? Omdat ik nu toch veel meer zou verdienen ( lacht). Al blijft de vraag of ik mij bij AC Milan staande had kunnen houden. Misschien zou ik nu wél tekenen, aan dezelfde voorwaarden. 't Zou kunnen.Eens aan denken. Mijn Gouden Schoenen staan op de kast, de andere trofeeën liggen ergens in een kast. De plakboeken heb ik een jaar of twee geleden nog eens bovengehaald, omdat een van mijn dochters ze op zolder had gevonden. Ik schrok een beetje van al het positieve dat ze toen over mij schreven, maar ja... Als voetballer had ik het zelf in de hand, hé ( lacht); als trainer bepaalt de kwaliteit van je spelers of je een goeie bent. Dat ik ooit weer eens 20 jaar zal worden en kan herbeginnen ( lacht). door Christian Vandenabeele"Ik word er mij steeds meer van bewust dat ik een goeie was."