Negen kansen op tien dat Club Brugge Europees voetbal zou halen, was de prognose voor blauw-zwart voor het seizoen 1981/82. Club begon sterk, met een indrukwekkende 4-1-zege tegen Club Luik, maar al op de tweede speeldag ging het tegen RWDM onderuit. Een wedstrijd waarin de jonge Franky Van der Elst zich bij de Brusselaars liet opmerken. Halfweg de competitie stond Club voorlaatste met amper negen punten. Alleen KV Mechelen deed nog slechter, met zes punten.
...

Negen kansen op tien dat Club Brugge Europees voetbal zou halen, was de prognose voor blauw-zwart voor het seizoen 1981/82. Club begon sterk, met een indrukwekkende 4-1-zege tegen Club Luik, maar al op de tweede speeldag ging het tegen RWDM onderuit. Een wedstrijd waarin de jonge Franky Van der Elst zich bij de Brusselaars liet opmerken. Halfweg de competitie stond Club voorlaatste met amper negen punten. Alleen KV Mechelen deed nog slechter, met zes punten. Club was dat seizoen helemaal gerestyled. Op niet-sportief vlak greep het terug naar de oude blauw-zwart gestreepte uitrustingen. Sportief deed het elf spelers van de hand, onder wie René Vandereycken en Walter Meeuws, maar het haalde ook elf nieuwkomers. Onder hen de Poolse international en libero Anton Szymanowski die meteen uitviel tot kort voor nieuwjaar. Zijn vervanger, de Slowaak Anton Ondrus, stak in 1976 als kapitein van Tsjechoslowakije na winst op het EK de Europese beker omhoog. Hij verkoos na de sterke prestatie van de Rode Duivels op het EK 1980 een Belgische club boven FC Sevilla en Fortuna Düsseldorf, maar bleek nog slechts een schim van zijn vroegere zelf. Bij de nieuwe Belgen lagen ook een paar spelers lang in de lappenmand: linksachter Walter Ceulemans van Lierse en voorstopper Paul Op De Beeck van Racing Mechelen. Aanvaller Willy Wellens (Standard) en back Gille Van Binst (Toulouse, daarvoor twaalf jaar Anderlecht) waren meevallers. Een complete miscast bleek ook de trainer. De Luxemburger Spitz Kohn, overgekomen van FC Twente, legde er meteen de pees op. Hij liet zijn spelers prompt twee keer per dag twee en een half uur trainen. Na de uitschakeling in de eerste ronde van de UEFA Cup (de huidige Europa League) tegen Spartak Moskou stuurde Kohn zijn spelers de volgende ochtend opnieuw twee uur het veld op. 'We konden bij wijze van spreken elke ploeg van het veld lopen, maar dan zonder tempowissel en zonder inzicht', liet doelman Birger Jensen optekenen. Na tien speeldagen greep het bestuur in. Die dinsdag begin november speelde oud-Beerschotvedette Rik Coppens met een aantal vrienden zoals Raymond van het Groenewoud en Carl Huybrechts in Wilrijk een matchke toen zijn vrouw hem na de match opwachtte aan de rand van het veld. Er was telefoon geweest, en Coppens reed die avond nog naar Brugge. Vier dagen later zat hij op de bank voor de topper tegen Anderlecht waar Club thuis op karakter 0-0 tegen speelde. Voor de pers waren het interessante tijden, de spelers baalden. Wanneer Coppens riep: ' Perdje!' moest de één op de rug van de ander springen om ruiter en paard te spelen. Eén keer zette hij bij een match alle doelmannen in één ploeg en riep, toen dat team met 4-0 verloor: ' Ni goe hé mannekens!' In wedstrijdjes trapje hij zelf de vrije trappen en de penalty's en hij voerde op zaterdag een extra sessie vrijschoppen in. Toen hij ook daar zelf de bal opeiste, vroeg Clubs vrijetrapspecialist, de Deen Jan Sörensen, woedend: 'Hé coach, speel jij zondag ook mee? Als dat zo is, ben ik hier weg.' Uiteindelijk volgde een nieuwe trainerswissel, en mocht de Brusselse assistent Raymond Mertens het proberen. Die legde meteen een etentje in, samen met de vrouwen, en de sfeer klaarde weer op. Op de laatste speeldag moesten naast het al veroordeelde KV Mechelen nog drie clubs bibberen om niet te zakken. Winterslag en Beringen hadden hun lot in eigen handen. Winterslag redde zich op eigen kracht. Club klopte RWDM met 5-0, maar juichte pas toen het via de radio hoorde dat KAA Gent Beringen geklopt had en daarmee Club in eerste klasse hield. Rond die 5-0 van Club hing een vreemd sfeertje, maar uiteindelijk legde blauw-zwart de basis voor de redding twee speeldagen eerder. Het won toen met 0-2 uit bij Lokeren, dat seizoen samen met Gent en Anderlecht in de titelstrijd verwikkeld was, waarin uiteindelijk Standard de beste bleek. Verlies van Club op Daknam had quasi zeker de degradatie betekend. Daarna haalde het bestuur George Kessler die de kleedkamer binnenstapte met deze mededeling: 'Mijne heren, mijn naam is George Kessler en ik heb u drie punten te vertellen: A. Ik heb altijd gelijk. B. De spelers hebben altijd ongelijk. C. In geval van twijfel treedt onmiddellijk punt A in werking.' Andere tijden waren voor Club aangebroken.