Soms verwens ik het voetbal. Dat s tomme voetbal ook altijd, denk ik dan. Als Karel me weer eens achterlaat om op afzondering te gaan. Of als 's zomers de trainer de spelers verbiedt om te gaan zwemmen - stel u voor dat ze een zonneslag opdoen ! O wee ! Of als ik voor de zoveelste keer zonder Karel op skireis vertrek. Waarom kan hij daarvoor nu niet gewoon een weekje verlof nemen ? En als we ergens gaan, moet het initieel bijna altijd over voetbal gaan. Voetbal, voetbal, voetbal. Het maakt wat los in een mens. Ik geef het niet graag toe, maar eigenlijk hou ik er wel van.
...

Soms verwens ik het voetbal. Dat s tomme voetbal ook altijd, denk ik dan. Als Karel me weer eens achterlaat om op afzondering te gaan. Of als 's zomers de trainer de spelers verbiedt om te gaan zwemmen - stel u voor dat ze een zonneslag opdoen ! O wee ! Of als ik voor de zoveelste keer zonder Karel op skireis vertrek. Waarom kan hij daarvoor nu niet gewoon een weekje verlof nemen ? En als we ergens gaan, moet het initieel bijna altijd over voetbal gaan. Voetbal, voetbal, voetbal. Het maakt wat los in een mens. Ik geef het niet graag toe, maar eigenlijk hou ik er wel van. De manier waarop je tegen iets aankijkt, heeft veel te maken met je ervaringen in het verleden. Neem nu voetbal. Wie er als kind nare ervaringen mee had, zal er nog steeds een natuurlijke afkeer van hebben. Hoewel u daar waarschijnlijk geen last van heeft. Ik trouwens ook niet. Ik ben opgegroeid met KSV Waregem dat Euro-pees speelde. Hoewel ik nooit ging supporteren, was ik als klein meisje wel al enorm fier op onze ploeg. We woonden ruim een kilometer van het stadion en als de wind goed zat, kon je op zondagnamiddag het doelpuntenverloop goed horen. Bij mooi weer maakte ik dan met m'n ouders steevast een wandeling rond het stadion om de sfeer op te snuiven. Tussen de tralie door konden we meestal een glimp van het sportspektakel opvangen. Een massa supporters die met vol enthousiasme "Essevee, Essevee, Essevee, Oe, Ah !" riepen ; de gespierde, stoere voetballers waar het heroïsme vanaf leek te druipen, ik kreeg er telkens kippenvel van. Eén keer kon ik de spelers van wel héél dichtbij bewonderen. Mijn vader nam me mee naar de jaarlijkse eucharistieviering die werd opgedragen aan 'den Essevee', waar de ploeg toen nog naartoe ging. Na de viering wou hij nog eens goeiedag zeggen aan een jonge speler aan wie hij in het college lesgaf : Francky Vandendriessche. En raad eens wat ? Francky gaf mij ook een hand ! Een profvoetballer ! Aangeraakt ! Ik ! Fantastisch vond ik dat. Toen ik elf jaar oud was, werd Aurelio Vidmar mijn grote voetbalheld. Een populaire, vreemde man met lange, zwarte haren, blijkbaar had hij wel iets. Eén keer kon ik hem live de bal tegen de netten zien trappen. M'n vader had tickets voor een thuismatch gekregen en ik mocht hem op de staantribune vergezellen. Die eerste match vergeet ik nooit. Zo'n massa, wat een sfeer ! Ik ervoer het als iets mythisch. Brood en spelen. Tijdens mijn puberjaren deed voetbal me dan weer helemaal niets. Al die heisa rond een spelletje. Ik had er soms zelfs een bloedhekel aan. Vooral op woensdagavonden, als mijn vader baas was over de afstandbediening. "Dat stomme voetbal ! Een hoop ventjes die achter een bal aanlopen en als ze hem dan hebben, schoppen ze hem weer weg. Waar jij toch naar kijkt ?" probeerde ik dan. Ik zag er totaal het plezier niet van in en vond voetballers wel nog stoer, maar vooral ook inhoudsloos. Toen ik Karel op m'n zeventiende leerde kennen, verdween die rebellie, tot grote verbazing van mijn vader. "Jij die niets van voetbal moet weten, komt nu thuis met een voetballer ?" Hij durft mij er nog mee te plagen. Karel speelde bij de beloften van KSV Waregem. Dat belooft, dacht ik bij mezelf. Ik was toen al een echte kenner, moet je weten. En inderdaad, als achttienjarige mocht hij debuteren in de eerste ploeg, spelend in tweede klasse. Door slechte resultaten en een faillissement moest den Essevee weliswaar zakken naar vierde klasse. Maar dat was voor Karel een uitgelezen kans om zich te bewijzen. Hij kreeg alle vertrouwen en werd een basisspeler. Ik was geweldig trots op hem. Het werd een onvergetelijk jaar : Karel in de basis en na elke match werd er telkens vrolijk uitgegaan. En zo begon ik weer van voetbal te houden. door Ine Verstaen