Als ik langs de Brugse Ringlaan rijd, krijg ik wel eens een bittere smaak in de mond, telkens ik een richtingaanwijzer 'Jan Breydelstadion' passeer. Ik weet natuurlijk nog goed hoe die naam er gekomen is : in de aanloop naar Euro 2000 wilde de toenmalige Vlaamse regering haar steun aan de uitbouw van het Olympiastadion koppelen aan een grotere Vlaamse verankering en herkenbaarheid van het Brugse stadion. In een geïnspireerd moment stelde ik toen voor een publiciteitsbord te maken, waarop te lezen stond : 'Brugge + Vlaanderen = Euro 2000'. Wellicht hebt u dit pa...

Als ik langs de Brugse Ringlaan rijd, krijg ik wel eens een bittere smaak in de mond, telkens ik een richtingaanwijzer 'Jan Breydelstadion' passeer. Ik weet natuurlijk nog goed hoe die naam er gekomen is : in de aanloop naar Euro 2000 wilde de toenmalige Vlaamse regering haar steun aan de uitbouw van het Olympiastadion koppelen aan een grotere Vlaamse verankering en herkenbaarheid van het Brugse stadion. In een geïnspireerd moment stelde ik toen voor een publiciteitsbord te maken, waarop te lezen stond : 'Brugge + Vlaanderen = Euro 2000'. Wellicht hebt u dit paneel tijdens een van de televisie-uitzendingen rond Euro 2000 gezien.Ik dacht dat daarmee de (politieke) kous af was. Groot was mijn verrassing, ja, mijn teleurstelling, toen ik vernam dat dit niet voldoende bleek, en dat men Jan Breydel van zijn voetstuk op de Brugse Grote Markt had gehaald om de naam 'Olympia' in de prullenmand te gooien. Wat heeft Jan Breydel immers met sport, en dan zeker met voetbal te maken ? Als ze dan toch een eerbetoon wilden bezorgen aan een voorvechter der Brugse vrijheden, dan waren ze alvast beter bij Pieter De Coninck terechtgekomen. Geen enkele historicus zal dit ooit ontkennen. Als men per se een 'Jan' uit de Brugse geschiedenis wilde eren, had men er wellicht beter Jan Van Eyck bijgesleurd. Die had natuurlijk ook niets met voetbal te maken, maar als je terugdenkt aan de stijlvolle momenten die Ullrik Le Fèvre, Raoul LotteLambert, Jan Ceulemans en Marc Degryse op de Olympiamat uit hun voeten schudden, dan is de link met de primitieve kunst van Jan Van Eyck veel evidenter dan de beenhouwerscorporatie van Jan Breydel. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat er in het verleden ook wel eens momenten waren die dichter aanleunden bij de beenhouwerij dan bij de kunst. Laat mij duidelijk zijn : ik heb niets tegen 'Jan', maar als men het kind dan toch een familienaam wilde geven, waarom dan niet het 'Jan Ceulemansstadion' ? Het was immers in dit stadion dat Sterke Jan zijn fenomenale loopbaan uitbouwde; het was in dit stadion dat hij gekroond werd als recordhouders der Belgische internationale selecties. Wat zou u ervan denken als de volgende kunsttentoonstelling in Brugge de 'Lotte Lambertexpositie' genoemd zou worden ? Ronduit belachelijk, juist. Welnu, Jan Breydel heeft al even weinig met voetbal te maken als onze Lotte met schilderkunst. Laat ons dus maar beter teruggrijpen naar de oude benaming : 'Het Olympiastadion'. Zo kan de nobele olympische gedachte tenminste nog op de richtingaanwijzers aanwezig blijven. Jan Breydel op zijn voetstuk op de markt zal een oog trekken naar zijn maat, en monkelen dat het zo goed is. Voetbal een feest, zei hij ooit. Maandelijks schrijft Michel D'Hooghe op deze pagina hoe het nóg beter kan. Gunther Schepens, tweewekelijks, en Benoît Thans, maandelijks, lossen hem af.