Dat MarcGrosjean, de trainer van Bergen, al na de eerste speeldag kritiek kreeg van de voorzitter op zijn manier van spelen, kan je eigenlijk wel typisch noemen voor het Franstalige landsgedeelte. Net als Standard, waar het altijd hetzelfde blijft. Of La Louvière, waar ook altijd druk heerst.
...

Dat MarcGrosjean, de trainer van Bergen, al na de eerste speeldag kritiek kreeg van de voorzitter op zijn manier van spelen, kan je eigenlijk wel typisch noemen voor het Franstalige landsgedeelte. Net als Standard, waar het altijd hetzelfde blijft. Of La Louvière, waar ook altijd druk heerst. Probleem in Wallonië is vaak dat het er aan geduld ontbreekt. Men geeft je nauwelijks de tijd, want men wil zo snel mogelijk resultaat, wat voor extra druk zorgt. Dat kan angst bij de spelers veroorzaken, die dan uiteraard aan kwaliteit verliezen.Meer dan Vlaanderen wordt er in Franstalig België emotioneel gereageerd, men is er gevoeliger, susceptible, en men durft daarom de zaken die mis lopen minder direct te zeggen. Het is een verschil in mentaliteit. Als het goed gaat, is het allemaal magnifique; gaat het niet goed, is het meteen een catastrophe. Het is alle dagen feest of het regent kritiek. Ik herinner me nog hoe we met Westerlo een paar seizoenen geleden Anderlecht met 6-0 versloegen. Dat was goed, maar niet meer dan dat. Iedereen was blij, maar 's anderendaags waren we het al vergeten, bij wijze van spreken. Net zoals de ontgoocheling na een nederlaag ook veel sneller werd doorgespoeld. Dat blijft ten zuiden van de taalgrens toch langer hangen, vind ik. Dat voel je ook aan de supporters : men begrijpt in Vlaanderen volgens mij beter waarom het al eens slecht gaat, men is minder veeleisend. Men volgt er de ploeg uit een soort fierheid waarmee men zich met de regio identificeert. Net als Charleroi heeft ook Standard een groot potentieel, maar het haalt nu slechts achtduizend abonnees, terwijl Genk, een paar tientallen kilometers verder, er twintigduizend haalt. Positief is wel dat de mensen, als het eens heeft tegengezeten, bereid zijn terug te komen als het weer goed gaat. Dat zie je als je de vergelijking maakt tussen toen Standard een paar jaar geleden in de problemen zat en de situatie nu het weer goed gaat.Wallonië is - hoewel we er met Bergen en La Louvière recent eersteklassers bij kregen - de voorbije jaren veel clubs verloren, ploegen als FC Luik, Seraing, RWDM ook. Fusies zijn voor het Waalse voetbal doorgaans geen goede zaak, want twee clubs met problemen samenvoegen, dat blijft een club met problemen opleveren. Genk is een uitzondering daarop, maar zij beschikken dan ook over een uitzonderlijk hinterland. Meestal zijn het gens de passage die de problemen veroorzaken, terwijl je op bestuursniveau nood hebt aan competente mensen en een goeie structuur. Dat clubs verdwenen zijn, is jammer, want omdat er in Franstalig België te weinig mogelijkheden zijn bij de elite, trekken veel spelers, vooral jongeren, de laatste tijd naar het Nederlandstalig landsgedeelte. Een aantal ploegen, zoals Moeskroen, heeft wel ingezien dat werken met de jeugd de toekomst is. Maar bij de Luikse jeugd zie je nu al dat er veel naar Genk, Sint-Truiden, Germinal Beerschot en Antwerp trekken. Al moet ik er onmiddellijk aan toevoegen dat het verdwijnen van clubs eigenlijk een algemeen probleem is en dat het Belgisch voetbal volgens mij van echt grote problemen gespaard zal blijven. Toplanden, waar grote bedragen omgaan en waar de televisiegelden achterwege blijven, zullen grotere problemen kennen.Als het goed gaat, is het allemaal 'magnifique'; gaat het niet goed, is het meteen een 'catastrophe'. Dat is Wallonië.Benoît Thans, ex-voetballer en analist voor de RTBf, gunt ons elke maand een blik van over de taalgrens. Michel D'Hooghe, maandelijks, en Gunther Schepers, tweewekelijks, lossen hem af.