Een week nadat het door Charleroi agressief werd aangepakt in de duels, was het voor Standard weer van dat op de Bosuil tegen Antwerp. Het vreemde was dat de Rouches ruimte en zuurstof vonden op de flanken. Vorig seizoen moest de de hoog spelende flankverdedigers, die wel aan de zijlijn vastgekleefd leken, vooral het centraal geposteerde vijandelijke blok uit elkaar halen. Zo kreeg het Standardtalent op het goed bevolkte middenveld ruimte.

Maar gaandeweg snapten de tegenstrevers dat ze er belang bij hadden het centrum dicht te gooien. De flanken lieten ze voor wat ze waren, want de de voorzetten van de backs van de Rouches leverden doorgaans weinig gevaar op.

Omdat hij zich bewust was van dat probleem zocht Michel Preud'homme er deze zomer een oplossing voor. Dat deed hij door Mërgim Vojvoda en vooral Nicolas Gavory aan te trekken, die vorig seizoen goed was voor achttien assists. Het gevolg was snel te merken op het veld. De voorzet van Collins Fai op het hoofd van Renaud Emond op de Bosuil was al de zesde assist van een flankverdediger van Standard bij het afsluiten van het eerste kwart van dit seizoen. Als ze aan dat tempo voortdoen, zijn de Luikse flankverdedigers goed op weg om de cijfers van afgelopen seizoen scherper te stellen. Het voorbije jaar kwamen Fai, Luis Pedro Cavanda, Sébastien Pocognoli en Konstantinos Laifis samen aan amper tien assists.

Niet alleen zorgen de links- en rechtsback van Standard in het verste derde stuk van het veld voor meer volume (zeven voorzetten per wedstrijd voor Vojvoda) en rendement (Gavory is de flankverdediger met de meeste voorzetten waaruit goals voortkomen, vóór Gentenaar Mikael Lustig), ze brengen langs de kanten ook oplossingen die men centraal in het veld niet meer zo gemakkelijk vindt na het vertrek van Razvan Marin. Wanneer de kopbalsterke Felipe Avenatti niet op het veld staat, gebruiken de Rouches hun flankverdedigers als opbouwers om over de middenlijn te geraken. Dankzij hun technische suprematie onttrekken de Luikenaars zich op die manier aan de pressing van de tegenstander zonder het middenveld in handen te nemen.

Een week nadat het door Charleroi agressief werd aangepakt in de duels, was het voor Standard weer van dat op de Bosuil tegen Antwerp. Het vreemde was dat de Rouches ruimte en zuurstof vonden op de flanken. Vorig seizoen moest de de hoog spelende flankverdedigers, die wel aan de zijlijn vastgekleefd leken, vooral het centraal geposteerde vijandelijke blok uit elkaar halen. Zo kreeg het Standardtalent op het goed bevolkte middenveld ruimte. Maar gaandeweg snapten de tegenstrevers dat ze er belang bij hadden het centrum dicht te gooien. De flanken lieten ze voor wat ze waren, want de de voorzetten van de backs van de Rouches leverden doorgaans weinig gevaar op. Omdat hij zich bewust was van dat probleem zocht Michel Preud'homme er deze zomer een oplossing voor. Dat deed hij door Mërgim Vojvoda en vooral Nicolas Gavory aan te trekken, die vorig seizoen goed was voor achttien assists. Het gevolg was snel te merken op het veld. De voorzet van Collins Fai op het hoofd van Renaud Emond op de Bosuil was al de zesde assist van een flankverdediger van Standard bij het afsluiten van het eerste kwart van dit seizoen. Als ze aan dat tempo voortdoen, zijn de Luikse flankverdedigers goed op weg om de cijfers van afgelopen seizoen scherper te stellen. Het voorbije jaar kwamen Fai, Luis Pedro Cavanda, Sébastien Pocognoli en Konstantinos Laifis samen aan amper tien assists. Niet alleen zorgen de links- en rechtsback van Standard in het verste derde stuk van het veld voor meer volume (zeven voorzetten per wedstrijd voor Vojvoda) en rendement (Gavory is de flankverdediger met de meeste voorzetten waaruit goals voortkomen, vóór Gentenaar Mikael Lustig), ze brengen langs de kanten ook oplossingen die men centraal in het veld niet meer zo gemakkelijk vindt na het vertrek van Razvan Marin. Wanneer de kopbalsterke Felipe Avenatti niet op het veld staat, gebruiken de Rouches hun flankverdedigers als opbouwers om over de middenlijn te geraken. Dankzij hun technische suprematie onttrekken de Luikenaars zich op die manier aan de pressing van de tegenstander zonder het middenveld in handen te nemen.