Het is nog erg vroeg in het seizoen en dus misschien een goed en sereen moment om het eens over het competitieformat te hebben. Want van zo'n reeks 1B zoals nu, met vier tot zes keer per jaar dezelfde tegenstanders, daar wordt niemand vrolijk van. Twee ideeën voor verbetering, volgt u even mee?
...

Het is nog erg vroeg in het seizoen en dus misschien een goed en sereen moment om het eens over het competitieformat te hebben. Want van zo'n reeks 1B zoals nu, met vier tot zes keer per jaar dezelfde tegenstanders, daar wordt niemand vrolijk van. Twee ideeën voor verbetering, volgt u even mee? Een eerste voorstel heeft volgens mij nog eens op tafel gelegen, maar blijft de moeite waard. In plaats van een reeks met 16 en een met 8 ploegen start je, in een eerste fase, met twee reeksen van 12. Na die eerste fase (22 speeldagen) spelen de eerste acht van de A-reeks een PO1 voor de titel en Europees voetbal. De laatste acht uit de B-reeks spelen PO3 tegen de degradatie naar de amateurs. En dan is er de heel interessante PO2 met de laatste vier van A en de eerste vier van B. Zij maken onderling uit welke vier clubs het volgende jaar in de A-reeks mogen beginnen. Een voordeel is: in totaal slechts 36 speeldagen (22+14, nu is dat 30+10) maar voor onze topclubs méér wedstrijden van een iets hoger niveau. Een ander interessant aspect: de A-reeks kan in theorie elk jaar vier promovendi tellen. Een tweede voorstel is een variant daarop: om te beginnen twee reeksen met elk 14 ploegen (in plaats van de 12 uit het eerste voorstel). Dat kan vooral handig zijn wanneer men met een grotere A-reeks wil werken. Bovendien kunnen dan enkele 'valse amateurclubs' (genre Virton, Deinze, Kempenzonen...) naar de profs overgeheveld worden en kan de eerste klasse amateurs een échte amateurreeks zijn. Die twee reeksen van 14 ploegen spelen in een eerste fase dus 26 wedstrijden. De eerste acht van A spelen weer PO1 voor titel en Europees, de laatste acht van B spelen PO3 tegen de degradatie naar de amateurs. PO2 bestaat in dit schema uit twaalf ploegen (laatste zes van A, eerste zes van B). Zij spelen voor zes plaatsen in reeks A van het volgende seizoen. Er zijn dus in theorie mogelijks zes promovendi en zes degradanten. Een kleine aanpassing die dan nodig is: ploegen in PO1 en PO3 hebben in totaal 40 wedstrijden (26+14), maar voor de twaalf ploegen uit PO2 zou dat op 48 komen (26+22). Dat is te veel. Een oplossing zou kunnen zijn om hen slechts één keer tegen elkaar te laten spelen, dus 11 in plaats van 22 speeldagen. De drie best geplaatste ploegen uit elke reeks zouden dan een extra thuiswedstrijd kunnen krijgen (6 tegenover 5). Voor reeks A zijn dat dus de nummers 9, 10 en 11. Voor reeks B de nummers 1, 2 en 3. Het voordeel daarvan is dat het tot het einde een verschil maakt of je bijvoorbeeld 11e of 12e wordt, 3e of 4e. In beide voorstellen heb je sowieso een kortere reguliere competitie en langere play-offs. Dat lijkt me een voordeel, want PO1 was altijd al spannend en dat zal PO2 nu ook zijn als er promotie/degradatie van afhangt.