Naar aanleiding van de recente verkoop van Tom De Sutter wil ik graag enkele bedenkingen formuleren rond voetbaltransfers.
...

Naar aanleiding van de recente verkoop van Tom De Sutter wil ik graag enkele bedenkingen formuleren rond voetbaltransfers. Wat zou er gebeuren als in de wielersport tijdens één en dezelfde competitie, zoals de Ronde van Frankrijk, ploeg A na de vijfde rit een klimmer of een spurter overneemt van ploeg B? Ondenkbaar? Te zot om los te lopen? Juist dát gebeurt in het voetbal! Rijke clubs schuimen elk jaar de transfermarkt af op zoek naar de betere spelers. De kleinere ploegen houden hieraan dan wel vaak de nodige middelen over om te kunnen voortbestaan. Ook de betrokken spelers halen meestal enorme financiële voordelen uit deze transacties. Of dit al dan niet sportief en sympathiek overkomt, doet weinig ter zake. Veel voetbalfans vinden het alvast tof dat deze zware financiële injecties toch niet altijd automatisch tot het verhoopte succes leiden. Ergens is die gang van zaken zelfs te begrijpen. Zo zit de hele maatschappij nu eenmaal in mekaar, of we dat graag hebben of niet. Het nieuws in binnen- en buitenland toont iedere dag opnieuw aan hoe het recht van de sterkste vaak tegelijk het onrecht is dat de zwakste moet ondergaan. Maar deze transferreglementering gaat nog een stap verder, véél verder zelfs. Ze maakt de grote ploegen niet alleen voor en na het seizoen nog sterker dan ze al zijn, daarbovenop krijgen deze kapitaalkrachtige teams nog eens een extra voordeel op het moment dat de competitie volop bezig is. Verkeerd gekocht in de zomer? De titel weer ver weg? Of nog erger : de degradatienood dreigt? Geen paniek: herexamen in de winterstop. Voor wie het kan betalen dan toch ... Voor de anderen, de concurrenten met minder centen, de sukkels zonder rijke mecenas als voorzitter of zonder politicus-met-invloed achter de schermen? Voor hen geldt: "Tot spijt van wie het benijdt." Noch de spelers, noch de clubs kan men echter kwalijk nemen dat zij handig de mogelijkheden gebruiken die de huidige transferreglementen bieden. Het probleem zit dus bij die regelgeving. Het is storend dat met dit systeem van transfers tijdens de winterstop uitgerekend de instanties die de competitie organiseren (in ons land dus de KBVB onder de supervisie van de FIFA) hierbij zonder meer de eigen competitie vervalsen. Het is toch absurd dat een speler - en meestal geen meeloper maar een spelbepalende vedette - die in de heenronde met ploeg A speelt tegen ploeg B, in de terugwedstrijd doodleuk het omgekeerde mag doen. Het enige motief voor dit transfersysteem is nog meer kansen bieden om geld, geld en nog eens geld uit het voetbal te halen. Op zich hoeft dit niet eens oneervol te zijn. Poen scheppen is zeker geen misdaad, maar laten we dat dan alstublieft geen sport meer noemen, maar wel: kassa kassa. En de supporter? Die kijkt ernaar, snapt het vaak niet echt, haakt misschien af, of blijft tegen beter weten in toch maar trouw aan zijn ploeg. Een wrang gevoel houdt hij er zeker aan over. Het lijkt me zeker zinvol om deze problematiek eens door specialisten inzake arbeidsrecht en sportreglementering te laten onderzoeken vanuit het standpunt van de supporter die zich door dit vervalsen van de competitie bedrogen voelt en geschaad in zijn belangen als betalende toeschouwer. Of door de ministers van Sport in onze federale en regionale regeringen. Met belangstelling kijk ik uit naar de reactie van de KBVB en van andere geadresseerden. Ferdy Willems, dendermonde