IJsberende spelers. Een stampvolle wachtzaal in het een ziekenhuis die nooit leeg raakt. En een krakkemikkige wifiverbinding. Het is vrijdag 21 juni, de vooravond van de Afrika Cup, en de Luipaarden van de Democratische Republiek Congo zijn niet blij. Ze hebben al even begrepen dat een laatste training voor de match tegen Oeganda 's anderendaags er niet zal in zitten. En ook de openingsmatch van Egypte tegen Zimbabwe, nochtans hun twee volgende tegenstanders in de Afrika Cup, zullen ze niet te zien krijgen.
...

IJsberende spelers. Een stampvolle wachtzaal in het een ziekenhuis die nooit leeg raakt. En een krakkemikkige wifiverbinding. Het is vrijdag 21 juni, de vooravond van de Afrika Cup, en de Luipaarden van de Democratische Republiek Congo zijn niet blij. Ze hebben al even begrepen dat een laatste training voor de match tegen Oeganda 's anderendaags er niet zal in zitten. En ook de openingsmatch van Egypte tegen Zimbabwe, nochtans hun twee volgende tegenstanders in de Afrika Cup, zullen ze niet te zien krijgen. In plaats van zich in alle rust voor te bereiden, brengen de Congolese spelers zeven lange uren door in een wachtzaal in het centrum van Caïro, waar ze zich één voor één moeten aanbieden voor een last minute medische controle. Een vergetelheid van de Congolese federatie (FECOFA), die de medische dossiers niet tijdig heeft doorgestuurd naar de Afrikaanse Voetbal Confederatie (CAF), zoals het reglement nochtans klaar en duidelijk bepaalt. Amateurisme ten top, iets waarmee de Congolese bond al langer het middelpunt van spot is op het Afrikaanse continent. Spelers Paul-José Mpoku en Wilfred Moke laten de zaak niet onopgemerkt voorbij gaan. De muren van het hospitaal trillen en zoals gewoonlijk vangt bondscoach Florent Ibengé de wind. Vermoedelijk weet hij op dat moment al dat hij niet al te lang meer boksbal van dienst zal zijn. 'Wat de situatie in dat hospitaal echt explosief maakte, was dat we zelfs niet wisten of we 's anderendaags zouden mogen spelen tegen Oeganda', herinnert kapitein Youssouf Mulumbu zich. 'Dus ja, er is wat afgeroepen. Je had ons moeten zien... We waren echt gedegouteerd.' Gechoqueerd, uitgeput ook. En geheel niet in de juiste gemoedsgesteldheid om swingend van start te gaan in de Afrika Cup. Een fatale combinatie die 24 uur later leidt tot een draak van een match en een 2-0-nederlaag tegen Oeganda. De bodem lijkt bereikt, maar Congo kan nóg een stukje dieper.Drie weken later speelt Congo in Alexandrië de achtste finale van de Afrika Cup tegen Madagascar. Nog voor het team wegzinkt in een salvo van penalty's, krijgt een adviseur van de minister van Sport rake klappen van supporters die officieel te boek staan als 'animatoren' en die vergoed worden met 'aanmoedigingspremies' van de Congolese federatie. In een ver verleden geroemd als het 'Brazilië van Afrika' overstijgen de Luipaarden vandaag amper nog het lokale voetbal en zijn ze de slechtste leerlingen uit de Afrikaanse voetbalklas. Het laatste succes van formaat dateert van 1974, toen Congo zijn tweede en laatste Afrika Cup won en voor de enige keer deelnam aan het WK. Wie supportert voor Congo, moet de ellende erbij nemen. De organisatie loopt mank, een jeugdkampioenschap krijgt men niet van de grond. Toch belette dit de Congolese federatie afgelopen zomer niet om - naast spelers en technische staf - met een delegatie van 173 personen naar de Afrika Cup af te reizen. Daaronder 42 bezoldigde supporters. Dat alles gefinancierd door de Congolese belastingbetalers. De gigantische delegatie zou de Congolese federatie net geen 700.000 euro zou gekost hebben. Die federatie is overigens in nevelen gehuld. Sinds 2003 zwaait Constant Omari er de plak, en hij doet dat met ijzeren hand en achter gesloten deuren. De voormalig directeur van het Nationaal Bureau voor Transport raakte nooit een bal aan, maar hield zich voortdurend op in de buurt van machthebbers. Na de nederlaag tegen Oeganda dwong Omari zijn spelers - Youssouf Mulumbu en Chancel Mbemba op kop - om een groteske video te posten waarin ze hun excuses aanbieden 'aan de gezagsdragers ( sic) en vooral aan het volk'. 'Achteraf bekeken hadden we die video niet hoeven te maken', zegt Mulumbu. 'We moesten ons niet verantwoorden na één enkele nederlaag, maar de federatie wilde de verantwoordelijkheid doorschuiven en de financiële middelen die ze had toegekend voor de stage in de verf zetten.' Om begrijpelijke redenen wilde Omari, trouwens de eerste vicepresident van de Afrikaanse Voetbal Confederatie, zich op geen enkele wijze associëren met de schandelijke nederlaag. Hemel en aarde had hij bewogen om een financiering van één miljoen euro van de Congolese overheid los te krijgen voor een peperdure voorbereiding in het Spaanse Marbella, in het hotel waar ook Liverpool had verbleven bij zijn voorbereiding op de finale van de Champions League. De video van twee minuten en 26 seconden ging al snel viraal. Het trok de wonde open die al jaren etterde in de selectie. Getuige daarvan ook de spelersselectie van Florent Ibengé voor de Afrika Cup. Er was de verrassende afwezigheid van Dieumerci Ndongala en Jordan Botaka, die in het bezit zijn van de dubbele nationaliteit en zich volop ontwikkelen in Europa. 'Ik was ontgoocheld en verrast', zegt Ndongala. 'Want Ibengé had me gezegd dat ik erbij zou zijn. En plots hoor ik niets meer...' Ook ambitieuze jongeren als Jackson Muleka - nog geen twintig en steraanvaller bij TP Mazembe - die zich in de kijker speelden bij de U23 werden door Ibengé aan de kant gelaten ( zie kader). 'Persoonlijk ben ik de gedachtegang van de trainer sinds 2015 kwijt geraakt', zegt Mulumbu. 'De selectie voor Egypte was voor mij de bevestiging dat het tijd was om de bladzijde Ibengé om te draaien. Als je naar een 4-3-3 evolueert en slechts twee vleugelspelers meeneemt, heb je een probleem. Er was geen enkele goede reden om Didi ( Ndongala, nvdr) en Botaka thuis te laten. In Congo is alles politiek. Het is niet de eerste keer dat bepaalde spelers mee mogen om makelaars een plezier te doen.' En het is ook niet de eerste keer dat een leidinggevende figuur van de nationale ploeg zich laat gaan in de pers. Cédric Bakambu, sinds zijn transfer van 72 miljoen euro naar China in de winter van 2018 de duurste Afrikaanse speler ter wereld, dacht er op 29 juli in Sofoot.com ook al het zijne van: 'Als een speler slecht is, vervang je hem. Ik denk dat dit geldt voor alle niveaus, of het nu de trainers zijn of de verantwoordelijken bij de federatie. (...) En vandaag vind ik persoonlijk dat Florent Ibengé niet meer de juiste man op de juiste plaats is.' Uiteraard is hij niet langer de enige die dat denkt. Op 31 juli kregen enkele groepen supporters de officiële toestemming om een vreedzame mars te houden in de straten van Kinshasa om het ontslag van de bondscoach te eisen. Ibengé is al sinds 2014 op post en combineert die functie met het trainerschap van AS Vita Club, de tweede grootste club van het land na TP Mazembe. Intussen is Ibengé van zijn taken bij de nationale ploeg ontheven. 'In het andere geval had het gekunt dat een groot aantal Congolese spelers hun selectie zouden weigeren', maakt Mulumbu zich sterk. Met het vertrek van Ibengé gloort de hoop op nog méér verandering. 'Ibengé of niet, we hebben nood aan een onafhankelijke bondscoach', zegt Dieumerci Ndongala. 'Een mondig iemand die zijn keuzes kan verdedigen en die niet omgekocht is door de federatie. Een man die aan iedereen dezelfde premies geeft, een nieuwe staf benoemt, frisse ideeën heeft. Want daar zitten we duidelijk aan aan het einde van een verhaal.' Het lijkt meer op een functiebeschrijving voor een bondsvoorzitter dan voor een nieuwe trainer. Nochtans zal de naam Constant Omari nooit spontaan vallen bij de jonge Congolese spelers. Alsof niemand wil raken aan een man over wie gefluisterd wordt dat hij evenveel connecties heeft in het staatsapparaat als dat hij louche zaakjes regelt. Dicht bij Mobutu, Laurent-Désiré Kabila, Joseph Kabila: Omari wist zich steeds in de juiste positie te manoeuvreren om de verschillende regimewissels te overleven. Mouw wrijven en oogsten, de samenvatting van een carrière. Omari bleef Sepp Blatter steunen tot het bittere einde en sloot zich daarna doodleuk aan bij diegenen die het imago van de FIFA moesten oppoetsen. Ook vandaag vervult hij nog een vooraanstaande rol. Zijn opportunisme heeft het Congolese voetbal weinig goeds gebracht. 'Ik ga hem niet verdedigen, maar je moet pragmatisch blijven. Vandaag weten we wat we hebben, maar we weten niet wat morgen brengt, ' zegt Mulumbu, ineens een stuk minder spraakzaam. 'Hij is er nog voor twee jaar, we gaan geen putsch organiseren. In ieder geval heeft hij geprobeerd om de administratie te hervormen. Zijn tekortkoming is dat hij sentimenteel is en moeite heeft om zich goed te omringen.' Constant Omari heeft weinig redenen om te klagen. In de laatste vijf jaar kreeg het FECOFA, net als de andere Afrikaanse federaties, vijf miljoen euro subsidie van de FIFA. Met die sommen wordt Omari geacht de hervormingen op poten te zetten die hij beloofde toen hij in december 2017 voor de vierde keer unaniem werd herverkozen tot bondsvoorzitter. Met de huidige gang van zaken er is echter nog niet veel van te merken. 'Normaal gezien zou het bijvoorbeeld niet aan mij zijn om de spelers met een dubbele nationaliteit ertoe aan te zetten om in de selectie te komen, zoals ik gedaan heb met Arthur Masuaku, Gaël Kakuta, Giannelli Imbula of zelfs Steven Nzonzi', zegt Bakambu. 'Er moeten echt maatregelen genomen worden op het niveau van de federatie zodat we allemaal samen vooruit kunnen.' Er was het idee om een grote naam te strikken - die van Claude Makelele circuleerde - om het team onder handen te nemen met het oog op de Afrika Cup 2021 en vooral het WK van 2022 in Qatar. Zo zouden in de nabije toekomst spelers met veel potentieel, zoals de zeer gegeerde Stanley Nsoki (20 jaar, PSG), kunnen overtuigd worden om de selectie te vervoegen. Eind vorige week kondigde de FECOFA de nominatie aan van Christian Nsengi-Biembe. "Deze keuze kwam er na een ontmoeting met de voorzitter van de FECOPA, Constant Omari . Hij is Congolees, hij is competent en heeft de nodige diploma's, hij is de beste keuze die we konden maken", preciseert de Minister van Sport Jean-Pierre Lisanga Bongonga tegenover de Congolese radio. De federatie geeft hem zes maanden om te overtuigen.