Sinds de komst van Marc Coucke leek het een uitgemaakte zaak dat Herman Van Holsbeeck zijn stoel in de bestuurskamer zou verliezen. De vraag was alleen wanneer. En hoe?
...

Sinds de komst van Marc Coucke leek het een uitgemaakte zaak dat Herman Van Holsbeeck zijn stoel in de bestuurskamer zou verliezen. De vraag was alleen wanneer. En hoe? Respect en het gebrek eraan, het is kenmerkend voor de stoelendans bij Anderlecht. Of wat te denken van de manier waarop advocaat Daniel Spreutels bedankt werd voor bewezen diensten? Een telefoontje van anderhalve minuut, voor een man die honderden keren het lot van geschorste spelers van Anderlecht bepleitte. Zoveel is 35 jaar inzet voor de club van je hart blijkbaar waard. Het getuigt van weinig klasse en bezorgt mij een wrange nasmaak. Zeker als je weet dat Spreutels beschouwd wordt als een vertrouweling van Roger Vanden Stock en Herman Van Holsbeeck. Laat mij duidelijk zijn: Marc Coucke heeft het recht om zijn nieuwe pionnen in het paars-witte organigram te positioneren. Maar een beetje meer dankbaarheid is toch op zijn plaats. Heeft u de laatste dag van Herman Van Holsbeeck op Anderlecht gezien? Hij maakt zijn bureau leeg, levert zijn auto in en dankt zijn vrouw dat zij hem komt ophalen. Troostelozer kan haast niet. Wat volgt is een sec persbericht waarin geen enkel dankwoord valt te bespeuren. Dat voor een man die Anderlecht meer dan honderd miljoen euro winst en acht titels heeft bezorgd. Zo iemand verdient een glansrijk einde, een afscheid met de nodige klasse. Toch geen procedureslag over een ontslagpremie en het meteen inleveren van een bedrijfswagen? Natuurlijk was het niet altijd rozengeur en maneschijn onder Van Holsbeeck. Zo wisselden toptransfers al te vaak af met floptransfers. Voor elke Mbemba kwam er een De Maio, voor elke Biglia een Badji en voor elke Mitrovic een Stanciu. Tegelijk groeiden jonge Belgen als Lukaku en Tielemans uit tot sterkhouders die voor veel geld naar het buitenland vertrokken. Het vreemde is dat die positieve verwezenlijkingen bij de fans van Anderlecht nooit zijn blijven hangen. Zij associëren Van Holsbeeck op een of andere manier altijd met mislukkingen. Vandaar dat ik weinig tot geen supporters misbaar heb horen maken over zijn vertrek. Laat staan dat ze hem gaan uitwuiven met een tifo en handgeklap, zoals bij Roger Vanden Stock wel het geval was. Coucke wist dat maar al te goed en kon daardoor in dit verhaal zijn kille, zakelijke kant tonen. Een kant die velen niet kennen. Nogmaals: dat er een frisse wind waait door Anderlecht, met een nieuwe manier van denken en werken, kan geen kwaad. Alleen mag men de vorige kopman wel wat meer uit de wind zetten. Net zoals vele spelers, trainers en andere bestuurders jarenlang dankbaar geschuild hebben achter de rug van Herman Van Holsbeeck. Coucke moet beseffen dat zijn acties niet passen bij de stijl van het huis. De grandeur rond de club brokkelt almaar meer af op het veld, dus kan men naast het veld maar beter aan de heropbouw beginnen. Dat het allemaal wat professioneler kan binnen een club die decennialang als een familiebedrijf werd geleid, tot daaraan toe. Maar dat men die overgang maakt door alles en iedereen bij het vuilnis te zetten, is ronduit triest. Of hoe het Astridpark de laatste tijd steeds meer op een containerpark lijkt. Het is eens iets anders dan een trainerskerkhof.