Na het Oost-Duitse BFC Dynamo, het Georgische Dinamo Tblisi, het Hongaarse MTK Boedapest en het Letse Skonto Riga is Rosenborg BK er als vierde Europese club in geslaagd tien opeenvolgende landstitels te winnen. Daarmee is de Noorse suprematie van de ploeg uit Trondheim opnieuw met een seizoen verlengd.
...

Na het Oost-Duitse BFC Dynamo, het Georgische Dinamo Tblisi, het Hongaarse MTK Boedapest en het Letse Skonto Riga is Rosenborg BK er als vierde Europese club in geslaagd tien opeenvolgende landstitels te winnen. Daarmee is de Noorse suprematie van de ploeg uit Trondheim opnieuw met een seizoen verlengd. Het scheelde nochtans niet veel, of Rosenborg had het seizoen zonder hoofdprijs afgesloten. De formatie van trainer Nils Arne Eggen kende immers voor het eerst sinds lang een bijzonder moeizame seizoensstart, met veel ups en down. De kampioenenploeg begon de competitie met een nederlaag tegen Viking Stavanger, won daarna acht opeenvolgende duels, om vervolgens weer zeven keer op rij niet tot winst te komen. Uiteindelijk sloeg de ploeg toe wanneer het moest: uit bij Lilleström (1-2) en op de laatste speeldag tegen Brann Bergen (2-6). Globaal gezien zijn er twee oorzaken aan te wijzen voor het wisselvallige spel. Allereerst had Rosenborg problemen met de uitvoering van het 4-3-3-systeem. Met name de flankspelers ( Dagfinn Enerly, Morten Knudsen en Christer George) kampten met blessures of haalden nooit hun normale vorm. Dat haalde in veel wedstrijden de angel uit het aanvalsspel. Daarnaast zorgde de mogelijke nieuwe titel voor meer mentale druk dan voorzien. Het magische getal tien werkte lange tijd verlammend op de ploeg. Dat was duidelijk merkbaar op de voorlaatste speeldag, toen Rosenborg voor eigen publiek de titel kon veroveren tegen Stabæk. Opmerkelijk genoeg verloor een zenuwachtig Rosenborg met 0-1, waardoor Lilleström weer even hoop op het kampioenschap kreeg. De zestiende titel in de clubgeschiedenis is vooral te danken aan de inbreng van Nils Arne Eggen, doelman Arni Gautur Arason, middenvelder Örjan Berg en de aanvalslijn Frode Johnsen- Sigurd Rushfeldt. Eggen won zijn negentiende hoofdprijs in zijn loopbaan als oefenmeester, waarvan twaalf titels en zes bekerzeges met Rosenborg. IJslands international Arason pakte herhaaldelijk punten en was de op een na minst gepasseerde doelman. Berg had opnieuw een beslissende invloed op het spel. De middenvelder miste door blessures een groot deel van de heenronde, maar groeide al snel uit tot de onbetwiste draaischijf van de ploeg. Frode Johnsen had met liefst zeventien doelpunten in 25 duels een groot aandeel in de titel. Samen met de terugkeer van Berg zorgde de komst van Rushfeldt voor de prikkel die de ploeg nodig had in de race om de titel. De van Racing Santander afkomstige spits scoorde bij zijn debuut tegen Moss FK meteen drie keer en zette de ploeg daarmee weer op het goede spoor.